Je wordt nu 80, oma!

Liefste oma, meter,

Op 20 mei is het zover, dan word je 80 jaar! Al kan je nog doorgaan voor iemand van 70. Die mooie, egale huid van jou heb ik helaas niet geërfd. Jouw “fierheid” heb je wel doorgegeven. Je outfit moet altijd in orde zijn, je haar moet altijd mooi in de plooi liggen. Ik denk niet dat ik je ooit in een typische “oma-schort” zal zien. Zelfs als je in de keuken staat, heb je een “fashionable” schort aan. En in die keuken sta je veel: dagelijkse kost of de lekkerste taarten en altijd veel te veel. Er zou maar eens net genoeg van iets moeten zijn! “Want just gepast is te weinig, hé!”
De liefde voor eten kregen we van jou mee. Hoe kan het ook anders! Elke maand komen we wel eens samen bij jou om iets te vieren, al was het maar omdat de kermis in’t dorp is. En altijd is dat met eten – uiteraard! Toen we nog studeerden kregen we meer dan eens een overschotje mee voor op kot. Ik verdenk jou ervan dat je stiekem extra eten maakte om ons overschotjes te kunnen meegeven. Ons hoor je alleszins niet klagen, hoor! 😉

Kerstmis 2017, met Warre

Een eigenschap van jou die ik niet heb, maar mijn zus wel een beetje, is het gebrek aan filter tussen je brein en je mond. Wat je denkt komt eruit, gelijktijdig. Zo zal ik je tot het einde der tijden blijven herinneren aan dat ene gesprek dat ik met je had toen ik zwanger was van Sep. Toen ik pas samen was met Koen, vroeg je al wanneer we gingen trouwen (ik was 19!). Na een paar jaar ging dat over naar de vraag wanneer dat kindje er kwam. Ik denk dat je dat trouwen al had opgegeven (ik ook bijna ;)). Maar je wou zo graag je viergeslacht, een écht: jij de oudste, mama de oudste, ik de oudste en dan mijn oudste kind. Ik wilde je al voor de geboorte voorbereiden op het feit dat dat viergeslacht er niet ging komen. De zin “het wordt een jongetje” was nog niet volledig van mijn lippen gerold en je reageerde al met een duidelijk teleurgestelde “ah, da’s spijtig”. En dan ergens verder in het gesprek nog het “tja, dan misschien bij het volgende, hé”. En ook nog “maja, als ik op uw zus moet wachten …”. Maar zie nu, je hebt ondertussen 4 achterkleinzoons, 1 achterkleindochter en nog 1 onderweg. En je ziet ze allemaal even graag! Je ben trots over hun eerste stapjes. Je geniet ervan als ze op jouw schoot komen zitten of als je de baby’s een flesje kan geven. En wij genieten ervan om je zo gelukkig te zien, omringd door je familie.

Eentje uit de “oude” doos: zomer 2015 met Sep

Want dat is wat jou het allergelukkigst maakt. Samen zijn met je familie. De mater familias. Een moederkloek die over haar clan waakt. Als je ons twee weken niet gehoord hebt, dan bel je gegarandeerd eens om te horen hoe het met ons en de kindjes gaat. Jij wil altijd als eerste op de hoogte gebracht worden van wat er in ons leven gebeurt. En wij weten dat het nieuwtje op die manier ook de rest van de familie rondgaat. Handig wel.
Zwijgen is immers niet je sterkste kant hé. Denk maar aan die keer dat je toch wel 3 uur lang moest verzwijgen dat je voor het eerst overgrootmoeder ging worden! Jij brengt de familie ook altijd samen. Ook al wordt je huis bijna te klein voor die 32 koppen die de familie al telt, toch houden we ervan om bij jou rond de tafel te komen zitten. Die eeuwige gastvrouw, dat heb ik dus van jou.

Je bent een sterke vrouw, oma. Op jonge leeftijd verloor je je moeder. Als oudste dochter voelde jij je verantwoordelijk over je broertje en zusjes. Later nam je de zorg over je 4 kinderen en het huishouden op je en nam je actief deel aan het gemeenschapsleven bij jou in het dorp. Je werd 18 jaar geleden al weduwe. Je was nog maar 61. Opa was net op pensioen, jullie hadden een groot feest gegeven voor jullie 40ste jubileum en jullie gingen eindelijk genieten van het leven en reizen. Je hebt nooit iemand anders gewild, ook al was je nog zo jong. Geen Hotel Römantiek voor jou. Ook al hadden wij dat wel gewild voor jou. Nee, je had de liefde van je leven gehad en dat was genoeg. Het is zoals het moet zijn. En je hebt nu genoeg aan ons. Aan je familie en je vrienden. Er zijn zoveel anekdotes die we willen en kunnen vertellen, van het kamperen in je tuin over de uitstapjes met ’t veer naar de Gavers tot je autorijlessen en je zangtalent. Misschien moeten we gewoon nog eens een dia- en filmpjesavond houden!

Wat de toekomst zal brengen? Nu zondag alvast een fantastisch feest waarvoor ik jou en mama mocht helpen met de voorbereidingen. De uitnodigen maken via Smartphoto, dat was mijn taak, “want gij kunt da toch beter ze, mé de computer azo!” Maar er is nog meer dat we voor jou gedaan hebben. Dat zal je zondag wel zien 😉
En daarna? Veel liefde, familiebijeenkomsten en taart. En de rest zien we wel.
Que sera, sera! En alvast een gelukkige verjaardag!

xxx
Delphine

 

Ja, ik kreeg een mooie korting van Smartphoto als ik hun naam zou vermelden. Wie zou dat nu niet aannemen als ge zo nen deal kunt scoren voor uw jarige oma? eerlijk! Nog een geluk dat we er content over waren ook. “alleen die letterkes zijn misschien ewa te klein voor de oudere mensen, die moeten hunne leesbril opzetten.”

Supermoeder op Moederdag

Ik ga niet snel opscheppen over mezelf, integendeel. Maar vandaag is het Moederdag, een dag waarop ik trots mag zijn op mezelf, al was het maar omdat mijn mannen dan zeggen/tonen hoe goed ik dat allemaal doe. En ik weet ook dat ik het over het algemeen niet slecht doe. De basiswaarden zitten al goed. Elke moeder heeft uiteraard eens een slechte dag of heeft het gevoel dat niets loopt zoals het zou moeten. Maar dan zijn er van die kleine dingetjes waarbij ik mij toch eventjes Supermama voel, al is het maar voor 5 seconden.

  • Als de mama’s uitgenodigd worden in de klas in het thema Moederdag en ik Sep zie blaken van fierheid als ik binnenkom. Hij is plots 10 cm groter en neemt de leiding in de klas, want ZIJN mama is daar! En hij mocht kiezen welke activiteiten ik met hem en zijn vriendjes deed en welk boekje ik zou voorlezen. En hij maar stralen. *smelt*
  • Als ik een driftbui in de winkel kan stoppen zonder zelf mijn stem te verheffen of te moeten “dreigen”.
  • Als ik Sep in bed steek en hij met zijn slaperige stemmetje zegt: “ik vind jou lief, mama”. *smeltintkwadraat*
  • Als ik alleen thuis ben voor de avondroutine en de kinderen zich echt als perfecte engeltjes gedragen en ik om 20u30 terug beneden ben zonder enig gevecht te hebben moeten aangaan en wetende dat dat ook niet meer zal gebeuren voor de rest van de avond.
  • Bij elk compliment dat mensen geven over het gedrag van onze kinderen.
  • Als ik erin slaag om het avondeten voor Koen en mezelf klaar te krijgen tegen het moment dat de kindjes hun boterham moeten eten, zodat we allemaal samen aan tafel kunnen eten.
  • Als mensen mij opvoedingstips vragen (dat gebeurt zelden, maar toch, ALS het dan eens gebeurt, dan voel ik mij precies een expert 🙂 En dan nog zeg ik vaak iets in de trant van :”tja, we doen wij gewoon maar … en dat werkt bij onze kinderen, ma ja, dat is uitzoeken en proberen he”)
  • Als ik een gezichtje maak op Sep zijn bord met zijn eten. Hij heeft zowaar alles opgegeten en bij gevraagd! Het kind dat thuis niet eet!
  • Als ik op een doodnormale zaterdag zonder plannen met het lumineuze idee kom om op stap te gaan en hun meter mee te vragen voor een gezellige middag.
  • Als ik van een eenvoudige kartonnen doos een waar speelhuisje maak, samen met de kinderen.
  • Als ik vertrekkensklaar ben voor een avondje uit en net op het moment dat ik iedereen een zoen wil geven, Koen telefoon krijgt, Sep een driftbui krijgt en Warre God-weet-wat loopt te roepen en ik er toch nog in slaag de driftige Sep stil te krijgen, iedereen een zoen te geven en nog voor het aperitief toe te komen in het restaurant.
  • Als ik de kindjes zie en hoor lachen. Dan weet ik dat ze gelukkig zijn en dat we het goed doen.

Het zijn misschien maar een paar kleine dingetjes, maar het zijn die momenten die we moeten koesteren, waarbij we onszelf al eens een schouderklopje mogen geven en ons goed mogen voelen.  Want we zijn al hard genoeg voor onszelf!

Gelukkige Moederdag aan alle mama’s!

 

Friday’s Food

Het is alweer een eeuwigheid geleden dat ik nog eens wat foodie stuff deelde op deze blog. En dat terwijl ik er in het dagelijkse leven wel veel mee bezig ben! Wie mij volgt op Instagram, weet dat wel. Deze week maakte ik nog eens iets met wat restjes uit de koelkast en het bleek een winner te zijn, vandaar dat ik die wel graag met jullie deel.

Homemade fish sticks met spinaziestoemp en een dragonsausje

Nodig (voor 2 personen)

  • 2 filets van witte vis (ik gebruikte pangasius uit onze diepvries)
  • 2 el paneermeel
  • 2 el panko (of gewoon meer paneermeel, eigen keuze)
  • 1 ei
  • 3 el bloem
  • gedroogde dragon
  • gedroogde dille
  • 1 kleine sjalot, fijn gesnipperd
  • boter of olie
  • 20 cl witte wijn
  • 10 cl room
  • sap van een halve citroen (of meer/minder, naar smaak)
  • 150 g mascarpone
  • 200 g spinazie (vers)
  • +/- 500g aardappelen (of hoeveel je gewoonlijk gebruikt voor puree)
  • peper en zout
  • nootmuskaat

Zo maak je het

  1. Verwarm de oven voor op 180°C
  2. Spoel de spinazie. Doe wat boter / olie in een pan en stoof de spinazie gaar. Laat uitlekken.
  3. Schil de aardappelen en kook goed gaar.
  4. Terwijl de aardappelen op staan, maak je de fish sticks. Snij de (ontdooide) visfilets in kleinere stukken (naar keuze, die van ons waren een 5-tal cm lang en 2 cm breed). Leg ze tussen 2 vellen keukenpapier en dep goed droog. Meng het paneermeel met de panko, peper, zout, dragon en dille (naar smaak). Klop het ei los.
  5. Leg de stukjes vis eerst in het kommetje met bloem, ga daarna door het ei en als laatste door het broodkruimmengsel. Zorg dat ze volledig bedekt zijn. Leg ze meteen op een bakplaat met bakpapier. Zet ze 20 à 25 minuten in de voorverwarmde oven (tot ze een goudbruin korstje hebben).
  6. Maak de saus: stoof de sjalot aan in boter tot ze glazig is. Blus met de wijn. Laat een 5-tal minuutjes goed doorkoken en voeg de room en het citroensap toe. Laat opnieuw goed doorkoken.  Voeg de helft van de mascarpone toe en laat de saus indikken.
    Kruid de saus goed met dragon en eventueel peper en zout.
  7. Maak de puree: pureer de aardappelen, voeg de rest van de mascarpone toe en eventueel wat melk om smeuïger te maken. Voeg de spinazie toe en meng goed. Kruid nog met peper, zout en nootmuskaat.

Dien op, eventueel met een lente-uitje over gesnipperd (nog niet geprobeerd, maar lijkt me er wel lekker bij).

Smakelijk!

At the moment

Ik kom weer niet veel aan bloggen toe. Zo eens een “uitdaging” à la ouderzonden, dat verplicht mij ertoe weer eens in mijn pen te kruipen. Er staan ook wel een paar concepten klaar die ik (nog) niet gepost heb wegens nog niet helemaal naar mijn goesting. Maar tussendoor nog eens een At the moment-je, om jullie up-to-date te houden van mijn spannende leven!

Lastig, dat tuinieren!

We hebben genoten: van het mooie weer! De kindjes hebben buiten gespeeld. We hebben een mini zwembadje gevuld en zij konden zich uitleven met bootjes en ander speelgoed.

We geven geld uit. Als je veel buiten bent, dan denk je nog eens aan wat je nu weer nodig hebt in je tuin. Zoals nieuwe tuinstoelen, een voet voor de parasol en een loungeset of iets dergelijks om het overdekte hoekje in de tuin om te toveren tot een gezellige buitenliving om er veel vrienden in te ontvangen op warme zomeravonden (we houden je op de hoogte als ie er staat, dan zijn jullie allemaal welkom, de drank zal koel staan!).

trampoline testen bij de Molecule

Ik zie af: bij de kinesist. We zitten nu aan 3 keer per week en verleggen steeds meer grenzen. Zij krijgt mijn arm al bijna tot in het verlengde van mijn schouder (mits wat tandenbijten van mijnentwege). Op eigen krachten krijg ik mijn arm nog niet half zo ver. Nog een beetje oefenen dus. Maar we maken vorderingen!

Ik zie af: met mijn kindjes. Met Warre eigenlijk. Net op het moment dat mijn schouder iets begint te verbeteren, beslissen de windpokken om zich te nestelen in het kleine lijfje van mijn jongste spruit. En ze zijn met veel! Het kind staat vol. Maar écht VOL. Ik dacht dat Sep er erg van had toen hij 6 maand was, maar Warre is echt 1 grote blaas. Hij slaapt niet, dus wij slapen niet. Afgelopen nacht zat ik 3u lang recht in bed met hem op mij. Ik durfde geen millimeter te bewegen, want het minste kon een schreeuwbui in gang zetten. Ook deze voormiddag zat ik de hele tijd met hem op mijn schoot. Hij heeft welgeteld een halfuur in zijn bedje gelegen. We zitten op het hoogtepunt met de ziekte, wat dus betekent dat het enkel maar kan verbeteren vanaf nu.
En mijn schouder? We zitten weer aan het ijs. Wat wil je, als je continu met een peuter van 11kg aan jou hebt hangen.

Zielige windpokkenpeuter op mijn schoot

Ik “fiets” weer. Wie mij volgt op Instagram, zag het al in mijn stories: mijn papa heeft de rollen (incl. fiets) op ons overdekt terras gezet. Daardoor kan ik toch wat fietsen. Met één hand of zonder handen. Af en toe een beetje voorover leunen op mijn rechterarm ook, voor de volle 30 seconden 🙂 Ik ben wel blij dat ik weer buiten kan sporten, hoe ver het ook af ligt van het eigenlijke fietsen in de Vlaamse Ardennen. Maar die Mont Ventoux komt alweer een stapje dichterbij 😉

Ik daag mezelf uit. Nu ja, eigenlijk daagt Maison Slash mij uit, samen met Rikolto. Ik doe mee met de Seizoensgroente-Challenge. Ik probeer eigenlijk altijd een beetje volgens de seizoenen te koken, maar het is soms moeilijk om te weten wat nu een seizoensgroente is en wat niet, want in de supermarkt vind je veel groenten het hele jaar door. Verwarrend natuurlijk… En eerlijk gezegd let ik er niet altijd genoeg op. Daarom dat ik dergelijke initiatieven wel graag steun. Als je ingeschreven bent voor de challenge krijg je dagelijks een receptje van chef Sofie Dumont in je mailbox, om je wat inspiratie te geven (kei-handig enal!). De eerste 3 dagen maakte ik haar suggesties klaar, met veel succes. Gisteren ging ik voor een klassieker hier thuis: hespenrolletjes met prei. Daarbij maakte ik een stoemp met selder, want ik had nog wat over van eerder deze week 🙂 Vanavond eet ik bij mijn ouders en ik weet nog niet wat het wordt. En morgenavond ben ik alleen thuis met de kindjes, wat waarschijnlijk betekent dat ik een pizza in de oven zal steken. Volgende week doen we alleszins verder met de seizoensgroenten: asperges, prei, wortels, spinazie… Ze staan allemaal op het menu!

Dat wil ook zeggen dat ik zelf weer kook! Zo blij dat ik weer in mijn potten kan roeren, groentjes kan snijden. Ik moet daarna wel altijd weer even rusten wegens pijn, maar het lukt al. Ik moet toch een beetje trainen ook hé! En ja, ook met de afwas kan ik alweer helpen (dju toch!). Alleen aan strijken heb ik me nog niet gewaagd, ik krijg mijn arm nog niet hoog genoeg. Ook aan een tafel of bureau werken is nog lastig. Autorijden heb ik al 1 keer gedaan, en het lukt zowaar. Als het op de kleine wegjes blijft. Want naar 5de schakelen is nog net een stap te ver. Misschien over een week of twee. We blijven proberen en vieren elke kleine stap!

Verder gebeurt er in mijn leven niet veel. Mijn huishouden is min of meer in orde. Alhoewel dat met twee kleine kinderen nooit écht kan – of toch niet lang duurt. Ik doe er wel nog altijd wat langer over dan normaal, maar hej, ik doe het toch! Ik kom niet veel buiten, tenzij met mijn mama of met Koen. Want zelf met de auto ergens naartoe gaan is nog net iets te hoog gegrepen.
Ik lees een beetje blogs. Ik ga op controle bij de dokter en zie hem teleurgesteld kijken over mijn vorderingen. Ik zorg voor een ziek kindje. Ik kijk er wel naar uit om weer aan het werk te gaan en gevulde dagen te hebben. En om weer op niemand te moeten rekenen om boodschappen te kunnen doen!

 

 

 

De schoolpoortmama’s

Ah, het laatste weekend van de paasvakantie. Maandag is het weer school! Sinds ik thuis zit met een geopereerde schouder, probeer ik zoveel mogelijk Sep te voet naar school te brengen en af te halen. Zo moet hij niet naar de opvang en kom ik vlotjes aan mijn 10000 stappen per dag. Win-win.
Ik vind het wel interessant om zo eens om 16u aan de schoolpoort te staan. Tussen alle andere schoolpoortmama’s (en papa’s en oma’s en opa’s, maar vooral mama’s). Als ik ons daar zie staan, allemaal reikhalzend uitkijkend naar de overactieve of oververmoeide kinders die zo meteen door de dubbele deur zullen komen gestormd of geslenterd, dan kan ik een lachje soms niet onderdrukken.

Dan waan ik me immers terug op de middelbare school. Je kan ons opdelen in verschillende groepjes, verschillende types, zoals je dat ook kan bij de jongeren op een middelbare school.

Je hebt de “geroutineerde” ouders, de anciens. Dit zijn ouders wier kinderen al in de hogere klassen zitten. Zij zelf zitten misschien wel in het oudercomité en/of zijn goede vriendjes met de leerkrachten. Ze parkeren hun auto op de gehandicaptenplaats of voor een garagepoort, omdat ze na al die jaren weten dat daar toch nooit iemand anders komt. Ze komen toe met het hoofd opgeheven, begroeten hun gelijken en gaan meteen verder waar ze gisteren gestopt waren met hun gesprek. Zij doen wat ze altijd doen en hebben geen oog voor de andere ouders rondom hen.

Je hebt de hippe mama’s. Zij waren deze namiddag thuis, maar komen net op tijd aan, niet te vroeg, niet te laat, net op het moment dat iedereen nog wat rond zich kijkt en nog niet gefocust is op zijn kind. Zo heeft iedereen hen gezien. Want ze zien er weer goed uit vandaag. Met hun geblondeerde haren in een hoge, strakke staart, met hun grote fancy zonnebril op hun kleine neusjes, met hun loopoutfit nog aan. Geen tijd gehad om te douchen, maar wel om make-up op te doen, hun loopschoenen in te wisselen voor hippe witte sneakers en een blinkend truitje aan te trekken. Het zijn van die moeders bij wie het schijnbaar geen moeite kost om er goed uit te zien. Hun kinderen zijn ook meestal een plaatje, uitgedost in de mooiste kleren en met een engelachtig gezicht. De moederversie van de cheerleaders uit de eerste typische Hollywood highschool film die je nu te binnen schiet.

Je hebt dan nog de rest, de middenmoot. Die zijn niet cool genoeg om bij de hippe mama’s te horen en nog niet ervaren genoeg om zich bij de anciens te scharen. Er is niets echt opvallend aan hen. Dit is eigenlijk de meerderheid van de schoolpoortouders. De gemiddelde ouder, voor de buitenstaander niets mis mee, maar ook niets opmerkelijks.

Als laatste heb je de nieuwkes. Daartoe behoor ik, samen met de andere ouders die zich dit jaar voor het eerst in de schooljungle wagen. Denk aan de eerstejaars op de middelbare school. De eerste maanden van het schooljaar stonden we wat onwennig te draaien. Niet goed wetende waar we behoorden. Tegen de anciens durfden we niet praten, die staan te ver van ons af. Vooraleer we contact mogen zoeken met de cheerleader-mama’s moeten we ons een geschikte tenue aanschaffen. De middenmoot lijkt ons iets minder afstandelijk of bedreigend, maar toch gaan wij niet de eerste stap zetten. Zot, we weten niet hoe het hier zit met die hiërarchie! Gelukkig vinden we snel elkaar. En hebben we snel een gezamenlijk onderwerp om over te praten. Oppervlakkige gesprekken over de kinderen en hun eerste stapjes op school. Ergens in mijn achterhoofd maak ik de bedenking dat wij de volgende generatie schoolpoortouders zijn. In september komt er een nieuwe lading nieuwkes en dan zullen wij langzamerhand onze eigen types vormen. Ik ga voor de cheerleader-moeder, met mijn yogabroek aan, grote zonnebril en nieuwe hippe kapsel 🙂 Nu alleen nog zorgen dat het er allemaal moeiteloos perfect uitziet. De goed geklede engeltjes heb ik al (ahum…).

Ik viseer niemand specifiek en noem geen namen. Als ge u aangesproken voelt, sorry. Maar dat is uw probleem, niet het mijne 🙂

De reverse bucket list

Ik zag deze toevallig bij A Cup of Jo en ik vond het wel nog een leuk gegeven.
Het ligt wat in het verlengde van “The life-changing magic of not giving a F**k”: je niets aantrekken van dingen die je “toch één keer in je leven zou moeten gedaan hebben als je een goed gevuld leven wil” en zo “f**k budget” overhouden voor de zaken die voor jou wel de moeite waard zijn om na te streven. Een omgekeerde bucket list. Dingen die ik nooit zou doen of waar ik gewoon geen moer om geef.

  • Een marathon lopen. Ik loop niet, want mijn gewrichten laten dat niet toe. Gelijkaardige uitdagingen met de fiets zie ik dan weer wel zitten. Na mijn schouderrevalidatie begin ik aan mijn training voor de Mont Ventoux 🙂 🙂 (niet echt, maar misschien ook wel, ge weet maar nooit met mij ;))
  • Bungeejumpen. Serieus, ge weet niet of die rekker het houdt/niet te lang is/… én het enige dat je ervoor in de plaats krijgt is een whiplash. No thanks. Parachutesprong of skydiven liggen in diezelfde lijn, maar schrikken mij net iets minder af. Geen idee waarom. I know, I’m weird like that… Dat “indoor skydiven” lijkt mij wel een leuk begin.
  • Shanghai, Bejing, De Chinese Muur etc. bezoeken. De natuur van Azië zou ik wel nog willen zien, maar stuur me niet naar de grote Oost-Aziatische steden en toeristische trekpleisters waar iedereen over elkaar loopt, waar je al ’t vliegend schijt krijgt van nog maar naar het eten te kijken, waar je niets begrijpt van de rare gebruiken en je amper een meter per kwartier vooruit komt omdat iedereen rondom jou 5000 foto’s moet hebben van God-weet-wat. Naar de rest van de wereld mag je mij wel direct een ticketje boeken! 
  • Een crashdieet volgen. Ik vind het goed zoals het is: hoofdzakelijk gezond, maar met de noodzakelijke zonden. Neem me mijn pasta, puree, sauskes of chocolade af en ik sta niet in voor de gevolgen!
  • Mijn eigen kleren maken. Ik ben al blij als ik een knoop kan aannaaien, maar meer zal je mij niet gauw zien doen. Ik laat dat wijselijk over aan de mensen die er wel verstand van hebben 😉
  • Maden eten. Wat is dat toch met die hype van insecten eten en al? Bij maden denk ik aan KSA kampen waarbij die beestjes na dag 1 lagen te krioelen op de berg etensresten. Die beesten horen daar, bij het afval. Niet op mijn bord, punt.
  • Een geweer hanteren. Naar een shooting range gaan, zoals Lieses wederhelft deed in Amerika, nooit van mijn leven! Ik snap mensen niet als ze zeggen dat ze de belevenis, het gevoel eens willen ervaren om een machinegeweer in hun handen te houden. Allez, ik snap dat dat een bepaalde kick kan geven, maar dat is een kick die ik nooit zal opzoeken.
  • Zingen voor een groot publiek. Geloof mij, ge wilt dat ook niet. En ook: muzieklestrauma’s! Laat mij maar dansen, dat kan ik tenminste.

Zo, minder zaken om een “f**k” om te geven en meer energie voor dingen er wel toe doen voor mij. Meer plaats op mijn bucket list voor ervaringen waarvan ik kan genieten!

Over bompa-petten en chocolade eitjes

Afgelopen weekend was het weer Pasen. Al sinds jaren hét weekend waarop we met de familie aan moederszijde een huisje huren om samen enkele dagen door te brengen. Ondertussen is dat niet meer een “huisje”, maar een behoorlijk huis – met al die lieven en kinders die nu mee zijn. Dit jaar huurden we opnieuw een heel hotel af. We trokken met een kleine 30 man naar naar Retie, één of ander gat dat ik zelfs nu nog niet zou kunnen aanduiden op een blinde kaart. Maar wel mooi én plat – in tegenstelling tot onze Vlaamse Ardennen. Handig voor wandelingen met kindjes en oma’s.

Die familieweekends zijn doorgaans een combinatie van dezelfde activiteiten:

We hebben standaard het aperitieven en eten waarmee we de dagdelen met elkaar verbinden. Wij zijn nu eenmaal een familie van bourgondiërs, wat wil je.

Omdat sommigen onder ons ook nog een beetje gezond willen leven, wandelen of fietsen we de calorieën er altijd wel weer af. Als we een huis hebben met zwembad, zwemmen we de calorieën er ook nog af. Dit jaar was er een trampoline, waar enkel de kindjes gebruik van maakten. Voor de grote kindjes was er een pooltafel. Toch ook een soort sport, hé 😉

Bevoorrading voor de poolspelers

Elk jaar zorgen we ook dat we toch één bezienswaardigheid van de streek gezien hebben. Dit jaar bezochten we de abdij van Postel en haar prachtige – zij het nog niet in bloei staande – kruidentuin. We kochten er ook nog kaas kazen voor bij de lunch op zondag. We brachten op zondagvoormiddag ook nog een bezoekje aan het Zilvermeer waar we wandelden en Sep voor het eerst minigolf speelde.

Op zaterdagavond hebben we altijd spelletjes- of quizavond. Elk jaar wordt die georganiseerd door iemand anders en elk jaar gaat het er leutig en luid aan toe. Dit jaar hadden we een variant op bingo, compleet met met opdrachtjes, quizvragen, bompa-petten en bomma-schorten.

Op zondagochtend mogen de kindjes paaseitjes rapen. Dat is een traditie die er eventjes uit geweest is – als pubers lagen we liever tot 11u te stinken in onze nest dan chocolatten eiers te gaan zoeken die ’s middags toch sowieso op tafel zouden liggen als dessert. Nu zijn er natuurlijk weer kleine kindjes die het super vinden om eitjes te zoeken. En moeders die het super vinden om duust foto’s te maken van die zoekende kindjes *guilty*

De zondagnamiddag is chill-namiddag. Iedereen doet dan een beetje zijn goesting. Wandelen, lezen, koers kijken… Vroeger was mijn papa de enige in die laatste categorie. Dit jaar was er een tv in de eetzaal en zat de voltallige familie al van bij de lunch naar De Ronde te kijken. Af en toe gaf iemand het op – voornamelijk de vrouwen. Ik ging bijvoorbeeld samen met mijn mama en Sep een toertje fietsen. Allez, Sep leerde fietsen op een fiets die eigenlijk nog net iets te groot is, waardoor we steunwieltjes moeten gebruiken – *OMG, steunwieltjes, dat is zo not done volgens de opvoedingsdeskundigen anno 2018*! Mijn mama ging mee om hem te ondersteunen en te begeleiden, zij heeft immers twee armen ter beschikking. Ik ging mee om foto’s en filmpjes te maken met mijn iPhone. Dat kan nog met 1 hand.

Zondagavond en maandagochtend is dan altijd het minst leuke gedeelte: opkuis, valiezen pakken, uitzoeken welk speelgoed nu weer van wie was en afscheid nemen. Allez, toch voor welgeteld 5 dagen, want vrijdagavond komen de dames al samen voor een Mylène-avond en op zaterdag is er een feestje bij mijn tante voor haar verjaardag. Kwestie dat we elkaar niet té veel gaan missen, hé 🙂

En hoe hebben jullie de paasvakantie ingezet? Hebben jullie ook van die paas- of andere familietradities? zijn jullie ook close met jullie familie?

 

Berging make-over

Ik hou van een georganiseerd huis waar alles zijn plekje heeft. Wie mij een beetje kent, weet dat al langer dan vandaag. Van Instagramaccounts als die van The Home Edit word ik echt gelukkig.

We weten echter allemaal dat zoiets in een huis met kleine kinderen nogal een – euhm – uitdaging kan zijn. Als je een peuter hebt die alle kasten opentrekt en een kleuter die zélf zijn koekjes uit de kast wil halen, dan behoudt niet alles zijn vaste plaats. Behalve in de berging. Het interessantste daar voor onze pagadders is de wasmachine, en dan vooral als er een lading was aan het draaien is.

Voor

Die berging van ons is smal en onder de trap, waardoor die op het einde vooral laag is. We hadden er bij onze verhuis 5 jaar geleden een “voorlopig” Ikea-rek gezet. Voedingswaren konden wel in de gigantische voorraadkast in de keuken. Maar dat is 5 jaar geleden, toen we nog met 2 waren en ons leven nog niet de enorme ommekeer gemaakt had die er intussen wel geweest is. Mijn gigantische voorraadkast kreunde onder de jaarvoorraad pasta, rijst, blikken tomatenblokjes en weet-ik-veel die ik kocht. Ik wilde de berging gebruiken waarvoor ze diende: om eten in op te bergen. Voorraad daar, wat in gebruik is in de kast. Mooi overzichtje behouden.

Op een luie zondagvoormiddag kreeg ik het lumineuze idee hoe we dat gingen doen en op zondagmiddag stonden we in de Europoint, kijkend naar de man die onze planken op maat zaagde. De zondag erna was ik mijn rek aan het vullen. Ik heb toch ne fantastische vent hé 🙂

Mijn mannen aan het werk

Ik kocht bakjes en begon al na te denken over de indeling. Het resultaat mag er wel zijn, vind ik. Kijk maar mee.

Alles heeft zijn plekje: een bakje voor aardappelen, voor uien, voor look, voor zoet, voor deegwaren etc…

Zoals alles bij mij is ook dit een work in progress, maar ik ben alvast zeer blij met de ruimte die nu vrijgekomen is! Normaal staat er onderaan nog een emmer en een stofzuiger helemaal achteraan, maar de poetsvrouw was er net mee bezig 🙂 Boven de wasmachine hangen er nog zo twee planken waarop de kuis- en wasproducten staan (de aandachtige lezer ziet hier een stukje van op de eerste en tweede foto). Mooi buiten bereik van de babyhandjes.

De voorraadkast in de keuken kreeg op die manier ook een make-over. Jammer genoeg heb ik daarvan geen voor- en na-foto’s. En ondertussen is die alweer een rommeltje (naar mijn goesting). Nog eens alles proper zetten en dan kan ik daarvan ook wat foto’s tonen, in een andere post.

Next on… den bureau!

Word jij ook zo gelukkig van een geordend huis of ben jij meer van de geordende chaos? Whatever works for you, my dear. Maar ik ben wel curieus 😉

 

Verslag van een maand arbeidsongeschiktheid

Wil je ooit eens écht het gevoel hebben dat je faalt als vrouw? Laat je dan opereren aan je schouder. Ik voel me de laatste weken steeds vaker een “slechte moeder”, een “luie trien”. En dat zal nog een maand zo zijn (of langer). Zonder dat ik er iets aan kan doen.

Laten we beginnen bij het begin en even de achtergrond schetsen: ik heb hyperlaxiteit in mijn gewrichten (aangeboren – kan ik mee leven). Sinds een jaar of 7 heb ik problemen met mijn rechterschouder. Die gaat soms – bij ongecontroleerde bewegingen – uit de kom. “Dat komt door de hyperlaxiteit, gewoon spierverstevigende oefeningen doen bij de kinesist, die ondersteunen je gewrichten dan wel.” Na een MRI-scan in mei 2017 en een tweede opinie in november, werd duidelijk dat het labrum (kapsel) van mijn rechterschouder gescheurd is (“en blijkbaar is dat toch al lang geleden gebeurd”). Operatie is niet super dringend, maar wel noodzakelijk. En o ja, als je wacht tot na mei, dan moet je opnieuw onder de scanner, want dan geldt het onderzoek niet meer. Dus, de operatie werd toch iets dringender. “Maar geen zorgen, na twee weken kan je al van thuis werken hoor. Je zal nog niet met de auto kunnen rijden, maar dat moet een paar weken later ook wel lukken.” Klinkt als een eitje, die operatie. Toch?!

Zeer gedetailleerd revalidatieschema

Zo kwam het dat ik op maandag 26/2 in het UZ Gent in de rij lag voor een schouderoperatie (letterlijk: op de preoperatieve zaal was het de ene na de andere “en voor welke schouder is het bij u, links of rechts?”). Bij mijn ontslagpapieren op 27/2 zat een briefje voor het werk: afwezig tot 30/4.  Oei, niet tot 26/3, zoals ik aan mijn baas liet verstaan op basis van de consultatie? Sh*******t! Moh, we zien wel! Sowieso 3 weken fulltime brace en meteen beginnen met kine, 1x per week. Wie weet halen we 26/3 nog, of desnoods een weekje vertraging. Moet lukken!

Twee dagen heb ik “genoten” van mijn platte rust. Ik lag dan ook nog letterlijk plat onder de pijnstillers, dus veel meer ging gewoonweg niet. De pijn verminderde en zo ook de pijnstillers. Woohoow, dat gaat hier goed vooruit, jong! Ik kan echt al keigoed mijne plan trekken! Zelf aan- en uitkleden, zelf douchen, zelf haar drogen. Je leert veel dingen doen met één arm. Maar zo geraakt ook die tweede schouder overbelast (aja, want mijn gewrichten kunnen dat nog minder aan dan die van een normaal persoon). Dus, niets meer doen. Kindjes in bed steken? Koen. Warre verse pamper nodig? Koen. Koken? Mijn mama en/of Koen. De afwas? Mama en/of Koen. Kindjes oppakken en knuffelen als ze huilen? Iedereen behalve ik.

Spelletjes spelen lukt gelukkig wel nog!

Na anderhalve week had ik het wel gehad. De pijn viel al zeer goed mee. Om te typen moet je je arm toch niet veel bewegen. En ik mag mijn arm al eens even uit de brace halen. Laten we het eens proberen. Vol goede moed ging ik aan de tafel zitten met mijn mailbox voor mij. Ik ging wat mails beantwoorden. Welgeteld één mail heb ik geschreven. Ik deed 10 minuten over 10 zinnen, deed meteen de brace weer aan en haalde het ijspak uit. Out voor de rest van de dag. En nog een Dafalgan, graag!

De kinesiste is lovend over mijn vooruitgang. Mijn gewrichten zijn absoluut niet stijf (neuh, écht?). Ze zou verder kunnen gaan dan ze doet, maar ze merkt dat het teveel pijn doet. Dat komt wel goed, jong! Het is nu eenmaal een schouder, hé. Dat herstel duurt lang. F**K

Dit weekend was het opendeurweekend in de brouwerij. Een evenement dat ik samen met de brouwers georganiseerd heb. Door de operatie heb ik veel meer moeten delegeren dan ik wou. Zowel in de voorbereidingen als op het weekend zelf. Maar zoals we mezelf kennen, kon ik het ook niet laten om tijdens het weekend te helpen. Met de brace continu aan, weliswaar. Maar toch. Je kan toch ook 2 flesjes in je hand houden met die brace aan? Dacht ik. Deed ik. Ongeveer 100 keer op 1 dag. Op maandag extra Dafalgans, ijs en platte rust. Eigen schuld, dikke bult. Terug naar af.

Ik beslis wat we eten, hij maakt het klaar. Een beetje zoals op restaurant 😉

Dan heb ik nog niet vermeld dat Sep de griep had de afgelopen week. Als moeder je eigen kind dat ligt te rillen van de koorts niet kunnen helpen? HEL, zeg ik u! Zelf liep ik al lichtelijk geïrriteerd door het – naar mijn goesting – te trage herstel en de pijn. Daarbovenop nog een jammerend kind dat je niet kan helpen, behalve door hem een glas water te brengen en hem zoentjes te geven. Het is wat veel voor mijn hoofdje. I know, je moet je optrekken aan die kleine dingetjes. En er zijn zoveel mensen die zoveel erger meemaken. Maar als je jongste zoon het opgegeven heeft om bij jou te komen huilen voor een knuffel of om opgepakt worden en dan maar liever getroost wordt door oma/opa/papa, dan doet dat pijn. Dan voel je je de slechtste moeder ter wereld.

Maar ik kan er niets aan doen. Ik kan nu met twee handen typen als ik in de zetel zit met mijn laptop op mijn schoot. Want dan kan mijn arm gewoon rusten, hoef ik hem niet op te heffen. En zelfs nu moet ik met mijn linkerhand mijn rechterarm optillen om hem op mijn toetsenbord te leggen. Zelfstandig kan ik mijn hand zo’n 10 cm van mijn lichaam brengen, als ik rechtsta, met gestrekte arm. Als ik mijn arm ophef met mijn linkerhand, komen we aan 30 cm, woohoow, de vooruitgang!

Het is erg vervelend als je thuis zit met een letsel: je voelt je niet ziek, dus je wil vanalles doen, nu je toch eens thuis bent. Maar je kàn niet. Als je met je been in het gips ligt, kan je nog strijken of een t-shirtje maken voor je dochter (als je wat naaitalent hebt). Maar ik kan zelfs geen boodschappenlijstje opschrijven! Het bullet journal dat ik met veel goesting gestart was in oktober ligt daar nu. Nikske agenda schrijven, lijntjes trekken en lijstjes aanvullen. Boeken lezen. De klepper “Het smelt” las ik op een dikke week uit. Nogal chapeau voor iemand die anders 2 maand doet over een boekje van 200 pagina’s. TV kijken. Misschien eens Netflix overwegen. Maar dan word ik nog meer een couch potato. Wandelen, Sep weer te voet naar school brengen. Zou het lukken om naar de slager te gaan met 1 arm? Ik probeer het morgen uit! We trekken onze plan wel.

En hé, ik heb deze tekst op drie kwartier getypt. Met twee handen. We maken vooruitgang, jong!
En dan nu ijs, brace weer aan en een paracetamolleke 🙂

#ouderzonden – Hoofdzonde 7: Acedia -mañana mañana enal!

De zevende en laatste hoofdzonde in de #ouderzonden reeks van Romina en Annelore is Acedia: gemakzucht, luiheid, traagheid. Oftewel: hoe ga je om met de druk die van jongs af aan op kinderen (en dus ook hun ouder(s)) gelegd wordt. Doe je mee aan de ratrace of ben je meer manana manana?

Onze kinderen zijn 3 en 1, dus veel druk op vlak van studies, sociaal leven en hobby’s hebben we nog niet ervaren. Maar natuurlijk is er altijd wel dat vergelijken en dat “amai, kan die dat nog niet?” en dat “de mijne stapte al op 10 maand, ze!”. Awel, goed voor u. Die van mij waren 15 en 14 maanden bij hun eerste zelfstandige stapjes. En ik denk niet dat dat enige gevolgen heeft voor hun latere intellectuele en motorische ontwikkeling. Want wij hebben perfect normale, gezonde kinderen en zouden ons pas zorgen maken als de kinderarts zich zorgen maakt. Zoals het zo mooi in de boekjes van de Gezinsbond staat: het gemiddelde kind bestaat niet. Het ene kind is sneller in bepaalde zaken en trager in iets anders.

Die visie willen we doortrekken in de opvoeding van onze kinderen. Ikzelf heb me na mijn studies vaak “geplooid” naar wat anderen van mij wilden, wat anderen vonden dat bij mij paste of wat praktisch het beste was (“word maar leerkracht, dan heb je veel vakantie en ben je thuis als de kinderen – die ik toen bijlange nog niet had – thuis zijn”). Dat wil ik niet voor mijn kinderen. Ik wil dat mijn kinderen zelf hun passie zoeken. Is dat in den bouw of als chirurg, daarin zijn ze volledig vrij. Het enige dat ik wil is dat ze hun best doen als ze voor iets kiezen. Als ze een doel voor ogen hebben, dan moeten ze ervoor gaan en beseffen dat ze ervoor moeten werken. En ze mogen enkel naar zichzelf luisteren, niet naar de bekommernissen van anderen (zelfs van ons) die denken dat het te moeilijk is of niet praktisch of dat ze er niet rijk van gaan worden. Doe wat je graag doet, alsjeblieft! Wij zullen onze boys daarin uiteraard ondersteunen en begeleiden. Want op je 12 jaar weet je nog niet wat je de rest van je leven wil doen. Ik ben 30 en begin nu pas in te zien welke richting ik écht uit wil, wat IK WIL. Niet wat een interessant vervolg kan zijn op mijn studies. Van mij mogen mijn kinders zoveel studeren als ze willen. Doen ze daar nog een doctoraat bij of willen ze 3 diploma’s? Of willen ze op hun 18 gaan werken? Allemaal goed voor mij. Zolang ze hun best doen en niet opgeven bij de eerste hindernis. Zoeken hoort bij het leven (bewijsstuk nummer 1 is deze tekst aan het typen). Dus laat ze maar zoeken. Wij staan klaar met kompas en kaart.

Ook met hobby’s is dat hetzelfde. Ik zou het zeker de max vinden als één van mijn zonen breakdancer wordt of een muziekinstrument bespeelt en als ze naar de jeugdbeweging gaan. Ik wil echter geen geld uitgeven aan een hobby die ze alleen maar doen omdat wij willen dat ze dat doen. En nog minder omdat “de maatschappij” vindt dat ze dat moeten doen. Laat een kind een kind zijn. Voldoende beweging is belangrijk, maar dat kan ook in de tuin met een bal of de fiets. Dat hoeft niet per sé op voetbaltraining te zijn. Willen ze daarnaast nog een creatieve hobby? Be my guest!

We go with the flow enal als het op de opvoeding van onze kinderen aankomt. Wij kunnen hen alleen maar bepaalde waarden en normen meegeven en hen zoveel mogelijk laten proeven van de wereld. Als ze opgroeien tot open minded, beleefde en gedreven jongens, dan kunnen wij alleen maar blaken van trots. 

Zo, dit was het in deze reeks (de andere hoofdzonden vind je hier) . Het deed me nadenken over mijn opvoedingsfilosofie. Bij sommige onderwerpen – zoals bovenstaande – was het wat gokken naar hoe we het later zullen aanpakken. Ik heb geen glazen bol en over 5 jaar zal ik misschien heel anders over bepaalde zaken denken. Maar dit is hoe ik het nu voor ogen heb. We zien wel hoe het uitdraait. Jullie zullen het alleszins kunnen volgen op deze blog!

En hoe is dat trouwens bij jullie? Ervaring met de ratrace en de druk? Of glijdt dat allemaal van je af?