Ja, ik reken vaak op een babysit. Ben ik nu een slechte moeder?

*Spoiler alert* Neen, dat maakt mij geen slechte moeder!
Maar ik zat weer even met die twijfel, vorige week.

Zoals elke vrijdag stond ik aan de schoolpoort, samen met een andere mama en nog een papa. Het ging over het geregel dat bij kinderen komt kijken en over hoeveel moeilijker het is met 2 dan met 1 kind. En met 3 dan! Zo kwamen we bij het onderwerp “babysit” en de zin die meteen uit de mond van mijn twee gesprekspartners vloeide: “goh, maar ik doe mijn kinders niet graag weg, hoor. Ik zou wel willen, maar ik kan het niet.” (denk daarbij een sappig Zuid-West-Vlaams accent)

Oké, het lijkt me ook moeilijker om 3 kinderen te droppen bij de grootouders voor een weekendje dan 2 kinderen. Want niet iedereen heeft daar plaats voor.
Oké dat je een pasgeboren kindje van amper 4 weken oud niet bij een babysit wilt / durft te laten, dat had ik ook.
Tot daar ben ik dus volledig mee.

Maar ik heb maar twee kinderen en de papa in het gezelschap waarvan sprake heeft er ook 2. De mama in het gezelschap heeft er 3, waarvan eentje amper een maand oud. So I get her. Maar zij had het ook toen ze nog maar 1 kind had.

Ik had dat niet. Of eerder, ik kon mijn kinderen tamelijk snel “achterlaten” in de bekwame handen van mijn ouders en schoonouders. No trust issues daar. Ik vertrouwde op ons huwelijksfeest ook de babysits die met onze twee kinderen alleen in de B&B waren terwijl wij aan het feesten waren. Telkens met de nodige “handleidingen” uiteraard.
Ik heb van februari tot mei heel vaak beroep moeten doen op een ander om mijn kinderen te helpen “opvoeden”, want ik was tijdelijk gehandicapt. Ik had daar niet zoveel moeite mee (wel met het feit dat Warre duidelijk liet blijken dat hij niet gediend was met mijn situatie, maar dat is iets anders en is trouwens al volledig opgelost ondertussen).

Ik voelde even weer die twijfels opborrelen. Ben ik dan zo een slechte moeder? Heb ik niet zo een band met mijn kinderen als zij?
Toen ik het erover had met mijn mama, “prees” zij ook mijn gemakkelijk loslaten van mijn kinderen. Want “ik kon dat niet hoor, wij gingen nergens naartoe zonder jullie.”

Shit, ben ik een verwaarlozende moeder aan het worden? 
Oh nee, vertrouw ik de mensen te snel?
Ben ik roekeloos met mijn kinderen?
Hm, misschien moet ik de grootouders niet zoveel belasten met het oppassen op mijn kinderen. Ik zal dan maar wat meer mijn best doen en wat meer sociale aangelegenheden laten vallen. Dat etentje met die vrienden, is dat écht nodig? Moét ik wel mee naar de opening van die nieuwe brouwerij? Koen en ik kunnen toch ook thuis samen eten, moeten we daarvoor nu echt op restaurant gaan? … 

10 minuten hebben die twijfels geduurd. Niet langer.
Want ja, ik ben een goede moeder. En ja, ik geniet van die sociale activiteiten, als het er dan eindelijk eens van komt. En als ik geniet, ben ik gelukkiger en – o cliché – een gelukkige moeder is een goede moeder.
Voilà, mijn punt is bewezen!
Nu nog dat kleine monstertje wegkrijgen dat die twijfels weer oproept als ik de kinderen afzet bij oma en opa.
Aaaah, ratio vs gevoel…

Ik heb 3 maatstaven om bij te houden of ik het nog goed doe:

1/ de kinderen. Zolang zij niet aangeven dat ze ons te weinig zien, maak ik me geen zorgen.
2/ ikzelf. Zolang ik nog plezier heb in die momenten zonder de kinderen en me er niet slecht bij voel, maak ik me nog niet teveel zorgen.
3/ de babysits. Als de babysits al zouden beginnen te klagen dat ze de kindjes te veel zien, dan zit er écht iets niet snor. Maar nummer 1 en 2 zullen al lang gepasseerd zijn vooraleer ik aan nummertje 3 kom, denk ik.

Voorlopig sta ik nog voor alledrie in het groen (na een korte oranje periode tijdens mijn schouderrevalidatie). Mijn eigen scorebord.

En jij? Laat jij je kinderen gemakkelijk over aan de goede zorgen van grootouders, tantes, babysits…? Of heb je het daar toch moeilijk mee? Ik lees het graag!

 

At the moment

Ik kom weer niet veel aan bloggen toe. Zo eens een “uitdaging” à la ouderzonden, dat verplicht mij ertoe weer eens in mijn pen te kruipen. Er staan ook wel een paar concepten klaar die ik (nog) niet gepost heb wegens nog niet helemaal naar mijn goesting. Maar tussendoor nog eens een At the moment-je, om jullie up-to-date te houden van mijn spannende leven!

Lastig, dat tuinieren!

We hebben genoten: van het mooie weer! De kindjes hebben buiten gespeeld. We hebben een mini zwembadje gevuld en zij konden zich uitleven met bootjes en ander speelgoed.

We geven geld uit. Als je veel buiten bent, dan denk je nog eens aan wat je nu weer nodig hebt in je tuin. Zoals nieuwe tuinstoelen, een voet voor de parasol en een loungeset of iets dergelijks om het overdekte hoekje in de tuin om te toveren tot een gezellige buitenliving om er veel vrienden in te ontvangen op warme zomeravonden (we houden je op de hoogte als ie er staat, dan zijn jullie allemaal welkom, de drank zal koel staan!).

trampoline testen bij de Molecule

Ik zie af: bij de kinesist. We zitten nu aan 3 keer per week en verleggen steeds meer grenzen. Zij krijgt mijn arm al bijna tot in het verlengde van mijn schouder (mits wat tandenbijten van mijnentwege). Op eigen krachten krijg ik mijn arm nog niet half zo ver. Nog een beetje oefenen dus. Maar we maken vorderingen!

Ik zie af: met mijn kindjes. Met Warre eigenlijk. Net op het moment dat mijn schouder iets begint te verbeteren, beslissen de windpokken om zich te nestelen in het kleine lijfje van mijn jongste spruit. En ze zijn met veel! Het kind staat vol. Maar écht VOL. Ik dacht dat Sep er erg van had toen hij 6 maand was, maar Warre is echt 1 grote blaas. Hij slaapt niet, dus wij slapen niet. Afgelopen nacht zat ik 3u lang recht in bed met hem op mij. Ik durfde geen millimeter te bewegen, want het minste kon een schreeuwbui in gang zetten. Ook deze voormiddag zat ik de hele tijd met hem op mijn schoot. Hij heeft welgeteld een halfuur in zijn bedje gelegen. We zitten op het hoogtepunt met de ziekte, wat dus betekent dat het enkel maar kan verbeteren vanaf nu.
En mijn schouder? We zitten weer aan het ijs. Wat wil je, als je continu met een peuter van 11kg aan jou hebt hangen.

Zielige windpokkenpeuter op mijn schoot

Ik “fiets” weer. Wie mij volgt op Instagram, zag het al in mijn stories: mijn papa heeft de rollen (incl. fiets) op ons overdekt terras gezet. Daardoor kan ik toch wat fietsen. Met één hand of zonder handen. Af en toe een beetje voorover leunen op mijn rechterarm ook, voor de volle 30 seconden 🙂 Ik ben wel blij dat ik weer buiten kan sporten, hoe ver het ook af ligt van het eigenlijke fietsen in de Vlaamse Ardennen. Maar die Mont Ventoux komt alweer een stapje dichterbij 😉

Ik daag mezelf uit. Nu ja, eigenlijk daagt Maison Slash mij uit, samen met Rikolto. Ik doe mee met de Seizoensgroente-Challenge. Ik probeer eigenlijk altijd een beetje volgens de seizoenen te koken, maar het is soms moeilijk om te weten wat nu een seizoensgroente is en wat niet, want in de supermarkt vind je veel groenten het hele jaar door. Verwarrend natuurlijk… En eerlijk gezegd let ik er niet altijd genoeg op. Daarom dat ik dergelijke initiatieven wel graag steun. Als je ingeschreven bent voor de challenge krijg je dagelijks een receptje van chef Sofie Dumont in je mailbox, om je wat inspiratie te geven (kei-handig enal!). De eerste 3 dagen maakte ik haar suggesties klaar, met veel succes. Gisteren ging ik voor een klassieker hier thuis: hespenrolletjes met prei. Daarbij maakte ik een stoemp met selder, want ik had nog wat over van eerder deze week 🙂 Vanavond eet ik bij mijn ouders en ik weet nog niet wat het wordt. En morgenavond ben ik alleen thuis met de kindjes, wat waarschijnlijk betekent dat ik een pizza in de oven zal steken. Volgende week doen we alleszins verder met de seizoensgroenten: asperges, prei, wortels, spinazie… Ze staan allemaal op het menu!

Dat wil ook zeggen dat ik zelf weer kook! Zo blij dat ik weer in mijn potten kan roeren, groentjes kan snijden. Ik moet daarna wel altijd weer even rusten wegens pijn, maar het lukt al. Ik moet toch een beetje trainen ook hé! En ja, ook met de afwas kan ik alweer helpen (dju toch!). Alleen aan strijken heb ik me nog niet gewaagd, ik krijg mijn arm nog niet hoog genoeg. Ook aan een tafel of bureau werken is nog lastig. Autorijden heb ik al 1 keer gedaan, en het lukt zowaar. Als het op de kleine wegjes blijft. Want naar 5de schakelen is nog net een stap te ver. Misschien over een week of twee. We blijven proberen en vieren elke kleine stap!

Verder gebeurt er in mijn leven niet veel. Mijn huishouden is min of meer in orde. Alhoewel dat met twee kleine kinderen nooit écht kan – of toch niet lang duurt. Ik doe er wel nog altijd wat langer over dan normaal, maar hej, ik doe het toch! Ik kom niet veel buiten, tenzij met mijn mama of met Koen. Want zelf met de auto ergens naartoe gaan is nog net iets te hoog gegrepen.
Ik lees een beetje blogs. Ik ga op controle bij de dokter en zie hem teleurgesteld kijken over mijn vorderingen. Ik zorg voor een ziek kindje. Ik kijk er wel naar uit om weer aan het werk te gaan en gevulde dagen te hebben. En om weer op niemand te moeten rekenen om boodschappen te kunnen doen!

 

 

 

Ik heb geen tijd om het te druk te hebben

Photo by Glenn Carstens-Peters on Unsplash

Ik lees en hoor het overal. Iedereen heeft het te druk. Het voornemen voor het nieuwe jaar om wat vaker “neen” te zeggen. Want er zijn teveel feestjes, teveel leuke projecten, teveel sociale verplichtingen, teveel verwachtingen. Vaak naast een fulltime job en een stel koters.

Overvolle agenda

Mensen denken dat van mij ook. Twee kinderen, een bijberoep, een blog én een man die een eigen brouwerij heeft. Dat is toch vragen om een overvolle agenda!

Mijn man heeft het druk, ja. Veel vergaderingen of evenementen, werken in het weekend en op feestdagen. Maar hij kan ook wel eens op rustige dagen wat langer in bed blijven en maar om 8u gaan werken i.p.v. om 7u. Of wat vroeger thuiskomen om te helpen de kinderen in bed te steken – meestal om daarna nog achter zijn bureau te kruipen, maar soit.

Maar ik?
Ik zou het druk kunnen hebben. Mocht ik een fulltime job hebben. Ik werk 3/5, dus dat valt behoorlijk mee. Maar Delphine, wat dan met je bijberoep? Ja, oké, maar ik verdrink (nog) niet in de opdrachten. Ik kan het allemaal nog mooi bolwerken, nikske overwerkt.

Oké, goed, je werkt niet meer uren dan een ander. Maar je hebt toch nog die blog! Akkoord. Ik heb die blog. Heb je die al eens goed bekeken? Ik schrijf wanneer ik er zin in heb. Ik schrijf niet omdat het “moet”. Soms is dat 3 keer op één week. Soms is dat 3 weken niet. Ik heb niemand die mij opdraagt wanneer of waarover ik moet schrijven. Ik heb geen duizenden volgers en word ook niet wekelijks als influencer (urgh, echt, spreekt iemand dat woord ooit uit in een serieuze conversatie??) uitgenodigd op de meest fancy feestjes of de hipste press days. De meeste foto’s die je ziet op mijn Instagram zijn ook van thuis of van tijdens een familie uitstapje. En van de kids. Als ik er al eens alleen (al dan niet met mijn wederhelft) op uit trek, dan geniet ik en vergeet ik dat ik een smartphone heb. Dus neen, je ziet weinig of geen foto’s van mij op feestjes of andere hippe uitstapjes.

A two-way street! 

Het is trouwens ook een wisselwerking. Ik word niet uitgenodigd door pr-bureaus, omdat mijn blog nog niet zo populair is. Maar zelfs als ik wel veel volgers zou hebben, dan nog zou het niet blijven duren. Ik zou vaker niet dan wel op uitnodigingen ingaan. Ik kom maar weinig uit mijn kot voor feestjes of workshops of wat dan ook. Zelfs met mijn beste vriendin moet ik de dates tot 3 maanden op voorhand vastleggen. Het meeste sociaal contact heb ik nog met de apothekeres waar ik de poedermelk voor Warre koop.

Het is niet dat ik me thuis opsluit en niet wil buitenkomen. Het lukt mij gewoon niet. Ik moet aanvaarden dat ik op dit moment in het stadium zit waarbij mijn kinderen mijn leven overheersen. Het lukt mij om naast mijn job(s) mijn huishouden ongeveer goed te laten lopen (als je maar even over de lading strijk heen kijkt). Onze kinderen krijgen alle aandacht die ze nodig hebben, ze zijn (meestal) proper gewassen en gevoed. Als ze om 20u alletwee in bed liggen, ben ik een tevreden mama. Want dan heb ik tijd om aan de afwas te beginnen. Als ik tegen 21u nog niet uitgeput in de zetel neerval, schrijf ik soms nog wat. Maar meestal zit het er niet in. Meestal is er geen energie meer over. Want – enkele intermezzo’s tijdens de nacht niet meegerekend – om 6u is het weer gank.

En ook mijn omgeving denkt daar trouwens zo over, heb ik het gevoel. Delphine zal wel niet kunnen, met haar kinderen. Ik zal haar maar niet lastigvallen, ze heeft het waarschijnlijk wel druk genoeg.

Het is zo dubbel. Ik zou het graag wat “drukker” hebben. Wat meer te doen hebben, opnieuw wat socialer zijn. Maar dan moet ik tijd afnemen van mijn mama-tijd (of mijn slaap-tijd). En dat gaat voorlopig nog even niet. Dat wil ik nog niet. Mijn kindjes hebben mij nog te hard nodig. Ik kan geen tijd vrijmaken van mijn kindjes om mijn eigen agenda te vullen. Dat komt ooit wel. Maar nu nog even niet.

41 weken in de buik, 41 weken eruit

Liefste Warre

Vandaag ben je exact even lang uit mijn buik als dat je erin gezeten hebt.
Iets meer dan 41 weken lang heb ik je gekoesterd, heb ik je alles kunnen geven wat je nodig had om te groeien van embryo tot baby. Het waren jij en ik, kleine man. Ik was de enige die elk schopje voelde. Ik was de enige die verantwoordelijk was voor jouw welzijn. Je vond 40 weken niet genoeg, je wilde een weekje langer bij mij blijven. 10 dagen om precies te zijn. Ik kan het je ook niet kwalijk nemen.

De 41 weken die daarop volgden, waren een waar contrast met het rustige ronddobberen in mijn knusse baarmoeder. Dat liet je ons in de eerste helft van die 9 maanden ook vaak en duidelijk genoeg weten. Ondertussen ben je opnieuw de happy, beweeglijke baby die ik in mijn buik voelde. Je sluipt als een ware paracommando het hele huis door, maar houdt het liefste even halt bij de platencollectie van je papa. Je boterhammetjes gooi je even graag op de grond als dat je ze in je mond steekt. En doordat die ploetermoeder van jou niet elke dag stofzuigt, vind je de dag erna soms eens een kruimeltje op de grond dat uiteraard perfect kan dienen als tussendoortje.

Je kan je keelgat meer dan open zetten. Als je net iets te lang op je flesje moet wachten, bijvoorbeeld. Maar ook als je geamuseerd bent – meestal door iets wat je broer of je papa doet – kan je die volumeknop behoorlijk opendraaien. Je zwaait ‘dada’ vanaf het moment dat je denkt dat we ergens weggaan/er iemand weggaat en je hebt de ‘high five’ die opa je leerde al goed onder de knie. Trouwens, over knieën gesproken: dat “echte kruipen” en rechtstaan zal ook niet lang meer duren als ik je zo bezig zie…

Jouw taalvaardigheid heb je van je mama geërfd, want dat gebrabbel van jou klinkt hetzelfde als dat van mij na een zoveelste gebroken nacht. Je wil duidelijk net als je broer welsprekend en taalkundig worden, maar misschien vertel ik je er best bij dat je dat niet doet door zoveel boeken te verslinden. Toch niet op de manier waarop jij dat doet…

Ik mag je niet vergelijken met je broer, want jullie zijn twee totaal verschillende persoonlijkheden. Dat besef ik maar al te goed. Terwijl ik vroeger soms uren met Sep op mijn arm in de zetel zat, kan jij nu geen minuut blijven zitten (behalve als je melk krijgt, dan blijf je toch wel 5 minuten zitten). Ik ben blij dat je zo graag op ontdekking gaat en dat je waarschijnlijk een erg zelfstandige jongen zult worden. Maar ik knuffel je zo graag. En jij ook, dat merk ik wel. Je kan zo genieten van een knuffel van mij. Maar die moet niet te lang duren, want je bent direct weer afgeleid.

Mijn kleine schat. Mijn happy baby. Ik ben zo benieuwd om te zien wat voor speels ventje jij zal worden. Maar ik wil ook nog even vasthouden aan die kleine momentjes met mijn baby’tje. Nu je nog niet kan weglopen als ik je wil knuffelen. Nog eventjes…

Liefs

Je mama

xx

 

Hoe is dat nu, van 1 kind naar 2?

De vraag die we sinds de geboorte van Warre al meer dan genoeg hoorden. Het verlengde van de “ja, pas maar op, van 1 naar 2, dat is een groot verschil hoor!” van tijdens de zwangerschap.

Awel ja, het is een immens verschil. En we vervallen zelf ook al in dat cliché. Je bent als ouder anders bij kind 2 dan bij kind 1. Schrijfvoer genoeg hierover voor een aparte blogpost.
Maar wat me nog het meeste opvalt, is de tijd die nog eens dubbel zo snel lijkt te gaan. Als je eerste kindje geboren wordt, vraag je je af wat je met al die vrije tijd deed toen je nog kinderloos was. Wel ja, bij kind 2 is dat dus 2 keer zo erg. Dat ervaren wij toch.

Dit weekend waren we voor 24u even opnieuw een gezin met 1 kind. Sep ging bij oma en opa logeren, Warre bleef bij ons. Terwijl de baby een dutje deed, kon ik in alle rust ons diner van ’s avonds voorbereiden. Mijn wederhelft stopte zaterdag wat vroeger met werken, waardoor we nog wat boodschappen konden doen. Warre in de draagzak en gaan. Ik voelde me bijna schuldig tegenover Sep dat ik opmerkte hoe gemakkelijk het toch is met één kind. Alhoewel ik diezelfde gedachte soms ook heb als ik op woensdagnamiddag alleen met hem ben. Dus dat gaat dan gelijk op.

Tijdens ons etentje ’s avonds hadden we het erover met onze vrienden. Daar zaten wij dan te vertellen over onze “zalig rustige zaterdag” en hoe het toch een pak drukker is met twee kinderen dan met één en dat we dat toch weer extra beseffen als we er maar ééntje thuis hebben. Dit zei ik tegen mensen die de laatste maanden met hun ene prachtige dochter bijna even vaak in het ziekenhuis waren als thuis en absoluut (nog) niet aan nummer 2 denken. Ik maakte zelfs de analogie met “people with no kids have no idea“… Gelukkig kennen ze mij en mijn soms wat minder genuanceerde uitspraken goed genoeg om te weten dat ik absoluut niet wil gezegd hebben dat mensen met één kind het niet druk/lastig hebben. (Of dat mensen zonder kinderen het niet lastig kunnen hebben, for that matter.) Ik maakte alleen de observatie dat het bij ons een groot verschil is van een rustige baby Sep naar een iets drukkere kleuter Sep plus een iets drukkere baby Warre.

Soit, verder met de 24 uren met één kind. Zondag hebben we genoten van een rustige ochtend met ons drietjes en zelfs wat quality-time voor ons tweetjes terwijl de baby zijn voormiddagdutje deed. Genoten van de rust. Genoten van onze ene baby. Mijmerend over hoe het was voor de geboorte van Warre.

Toch lichtte ik op toen om 11u onze guitige kleuter aan de deur stond. Blij pronkend met zijn Paw Patrol pyjama die hij van zijn verwen-oma gekregen had.

In de namiddag gingen we naar de kinderboerderij. Met onze twee wakkere, actieve kinderen. Warre probeerde vanuit de draagzak alles te zien wat er rondom hem gaande was. Sep trok mijn arm bijna uit de kom om mij mee te krijgen naar elk nieuw dierengeluid dat hij hoorde.

Op wandel met een kleuter betekent ogen op uw gat hebben. Betekent na een uur een vermoeide kleuter die welgeteld 2 minuten op je schoot blijft zitten. Betekent soms een bange kleuter – vooral als de ezel net iets te enthousiast is over zijn komst. Betekent veel gekwetter, veel ge-wat-is-dat, veel ge-ik-wil-naar-de-…
Op wandel met een baby betekent hongertjes en huiltjes. Betekent wiegend rondstappen aan de zandbak waar de kleuter aan het spelen is. Betekent kaka-pampers op de meest onmogelijke momenten.

Ik heb me al vaak afgevraagd hoe alleenstaande ouders het doen. 1 kind per ouder is soms echt geen overbodige luxe. Oké, je doet het maar hé. Ik doe het ook op de ochtenden en avonden dat ik er alleen voorsta. En soms ben ik op van de zenuwen nog voor ik naar het werk ga. Soms ben ik zo doodop als ze eindelijk in bed liggen, dat ik niets anders meer doe dan in de zetel hangen.
Maar soms start ik mijn dag met een glimlach om wat de jongste overnight geleerd heeft, of om de ongelooflijke monoloog die de oudste weer afgestoken heeft in de auto. Soms smelt mijn hart door de schaterlachjes die Sep bij Warre uitlokt. Soms krijg ik net meer energie als ze flink naar bed gegaan zijn en ik kijk hoe ze vredig liggen te slapen.

Hoe hard ik ook kan zagen over de drukte, de bergen was, de oververmoeidheid,… elke keer prijs ik me op het einde van de dag zo gelukkig dat ik mijn twee zotte, goedlachse, ruziënde, schreeuwende, schattige, blauwogige, soms ietwat neurotische, … kinderen gezond en wel in hun eigen bedje kan leggen.

De cape van deze Superwoman ligt nog in de was

Maar Delphine, je bent toch 5 dagen op vakantie gegaan na je trouwfeest?
Dan kan je er toch weer tegenaan!
Dan kan je toch met volle motivatie weer aan het werk gaan.
Je hebt daar tijdens je reisje toch tijd gehad om wat blogposts te schrijven.
Je bent nu toch weer de uitgeruste mama die tijd en energie heeft voor haar kindjes.
Je kan nu toch zonder problemen de huilbuien van een zieke, tanden krijgende, sprongetjes makende baby aan.
Je kan je nu toch kalm houden als je oververmoeide, schoolgaande kleuter een driftbui heeft.
Je hebt nu geen bruiloft meer voor te bereiden, dus zeeën van tijd!
Meer tijd om de strijk zelf te doen.
Meer tijd om dat boek eindelijk eens uit te lezen.
Meer tijd om je eindeloze to-dolijst af te werken.
Meer tijd om elke avond de afwas te doen.
Meer tijd om je huis proper te houden.
Eindelijk weer structuur in je leven.
Dan is een planning maken toch peanuts.
En je eraan houden al helemaal!
Je kan weer op regelmatige tijdstippen een sportmomentje inlassen.
Opgeladen batterijen, weet je wel!

Sorry, mannekes, die 5 dagen waren niet genoeg om te bekomen van het afgelopen jaar.
Mama heeft voorlopig nog niet alles in de hand.
Ik vrees dat de cape van deze Superwoman nog in de was zit.

Het is een fase. Het is een fase. Het is een fase…

De nieuwste fase ten huize Superwoman houdt al (nog maar?) een dikke week aan.

Het begon met Sep die al een tijdje niet meer zo gemakkelijk gaat slapen als vroeger. Altijd nog een extra verhaaltje, nog een dikke zoen. En nog een. En nog een knuffel. Soms is hij bang van de duif en moeten we alle mogelijke verzinsels uit onze mouw schudden om hem gerust te stellen. Soms wil hij gewoon nog niet slapen en zingt hij, leest hij in zijn boek (in het donker) of ligt hij gewoon wat verhaaltjes te vertellen. Soms huilt hij gewoon. Angsten? Geen idee. Dan wil hij dat ik bij hem blijf (jep, mama! Papa is op sommige momenten niet goed genoeg, sorry lieverd…). Dan moet ik op zijn hoofdje/rugje/buikje wrijven tot hij in slaap valt. Als ik mijn hand een seconde te vroeg durf weg te halen, hoor ik zijn zachte stemmetje: “nog wrijven”.

Sinds vorige week gaat ook Warre door een soort ontwikkelingssprong. Tot dan legde je hem gewoon in zijn bed als je zag dat hij moe werd en hij sliep wel. Als een blok. Nu is daar de verlatingsangst, het “vreemd” worden (niet meer in een onbekende kamer willen slapen). In zijn bedje vindt hij de goede houding niet. Zo houdt hij zichzelf uit zijn slaap. Wil je hem wiegen, dan wriemelt hij zich bijna uit je armen. Maar leg je hem neer, dan krijst hij de hele wijk bijeen. Soms lukt het als je hem een halfuurtje laat zoeken in zijn bed. Het gesnik en boze gekreun moet je erbij nemen. Helaas werkt dat meestal niet. En als we “geluk” hebben, zoals afgelopen nacht, slaapt hij ook zodanig licht dat hij zichzelf bij de minste beweging wakker maakt. Of hij is zijn tut kwijt. Of zijn benen zitten vast tussen de spijlen van zijn bed. Of hij ligt niet zoals hij wil. Of hij heeft honger.

Ze houden elkaar uit hun slaap met hun lawaai. Als mijn man en ik samen thuis zijn, nemen we elk een kind voor onze rekening. Als ik alleen ben met de twee kids, zit ik met de handen in het haar. Ofwel moet Warre zijn fles hebben als Sep zijn bedtijdritueeltje ingezet heeft. Ofwel gaan ze beiden op hetzelfde uur naar bed en is het heen en weer lopen tussen de kamers tot ze rustig zijn. Soms staan we om 20u30 beneden, twee stille kindjes en klaar om aan onze avond te beginnen. Op een lastige avond plof ik om 22u uitgeput in de zetel, met de zachte snikjes door de babyfoon op de achtergrond. Te moe om nog te eten. Geen honger meer, eigenlijk.

Alle peuters/kleuters halen alle trucjes uit de kast om langer op te blijven, toch? Dus bij Sep is het een fase. Een fase die we proberen op te vangen door vast te houden aan zijn bedtijdritueeltje. Door zoveel mogelijk op hetzelfde uur te gaan slapen (met een paar uitzonderingen tijdens de vakantie). Door hem ideeën aan te reiken om zelf zijn angsten (voor de verschrikkelijke duif ;)) te overwinnen.

Warre is een gezonde baby die net als alle andere baby’s door ontwikkelingsfases gaat. Die sprongetjes maakt in zijn mentale en fysieke vooruitgang. Uiteraard gaan die sprongetjes gepaard met moeilijke momenten. Als ik hem zo bezig zie in zijn bed, zou het mij niet verwonderen dat hij nog eerder kan kruipen/sluipen dan dat hij mooi rechtop kan zitten. Logisch dat hij geen fan is van die overgangsperiode.

Het is dus een fase. Bij mijn beide zoontjes. Het zal wel over gaan. Dan keert de rust wel terug. En onze nachtrust.

Alleen jammer dat die twee fases tegelijk moeten doorgaan. In de maand voor onze bruiloft.

Nicely planned, Universe! Well done!

To Sint or not to Sint

Vandaag zag ik op Facebook een foto van het kind van een vriendin met “zijn” briefje voor de Sint. Compleet met uit reclameboekjes geknipte foto’s van speelgoed en een handgeschreven tekstje van de mama. Goed voor een schattigheidsgehalte van +1000.
En… enter ambetant gevoel en zovele vragen, want dat kind is jonger dan Sep en ik ben niet bezig met Sinterklaas. Dus waarom dit dilemma niet voorleggen aan mijn panel van ervaren moeders-met-een-mening, aka 80% van mijn lezers. Ook niet-moeders mogen hier hun mening geven, uiteraard!

Mijn grote “zorg” van deze maand: mijn kind is amper 1 jaar oud. Moet de Sint al komen of niet? Hoeveel beseft hij daar eigenlijk van? Hetzelfde met Kerstmis. Het lief en ik kopen cadeaus voor elkaar, maar wat doen we met Sep?

sinterklaas-1024x657

Hierbij mijn motivatie pro:

  • Het is ALTIJD leuk om nieuw speelgoed/boekjes/… te kopen voor de kleine man.
  • Hoe cute zou het zijn om een klein sokje (meneer heeft nog geen schoentjes, want meneer loopt nog niet) met een wortel en een pintje klaar te zetten.
  • Iedereen doet het (oké, niet écht een reden, maar toch… ik voel me precies een slechte mama omdat ik als enige niet bezig ben met Sinterklaas, zo lijkt het).
  • De Sint komt ook op bezoek in de crèche. Dus dan moet hij thuis ook komen, toch?!

Mijn motivatie contra:

  • Sep verjaart op 1 december, zeer dicht bij Sinterklaas. Ok, we moeten geen duusd cadeaus kopen en er geen duusd euro’s aan uitgeven, maar hoe langer we kunnen besparen op speelgoed en dergelijke, hoe beter… Zeker als hij zich toch liever bezighoudt met het bakske van de tv dan met een speelgoedauto.
  • Hoeveel beseft hij eigenlijk van dat hele Sint-gedoe? Dat vraag ik me echt af: het concept zal hij nog niet snappen, maar hij geniet waarschijnlijk wel van het hele gebeuren… (Ik denk dat deze afweging wel eens doorslaggevend kan zijn in mijn beslissing…)
  • Hij mag (nog) geen snoep, chocolade en koekjes eten en geef toe, dat is toch een even belangrijk cadeau van de Sint als het speelgoed.
  • de reactie van het lief is toch: kies maar. Handig, zo ne vent in huis… 🙂

Dus nu is het aan jullie: vanaf wanneer deden jullie mee aan Sinterklaas? En hebben jullie dan tips voor cadeautjestijd met een éénjarige?

Over ploeter- en andere moeders

Ik voelde even een vlaag van schuldgevoel, of zelfs een soort schaamte, toen ik vorige week weer een lading blogposts las. Ik heb de afgelopen weken al wel vaker een dergelijk gevoel gehad. Dat komt er natuurlijk van, van al die mamablogs te volgen. Dan kom je verhalen tegen die tonen hoe zwaar het kan zijn om een gezin en een (drukke) job te combineren. Ze vertrekken van het ideaal van de Supermama die successen boekt in haar job én haar kinderen de nodige aandacht geeft én kookt als Nigella Lawson én het lijf heeft van een Victoria’s Secret model én tussen de qualitytime met haar partner door ook nog tijd vindt voor wat me-time. De ervaring van al deze strevende vrouwen leert echter dat zoiets niet realistisch is. Het kan gewoon niet op elk vlak in je leven perfect lopen. En dat is oké. Blijkbaar voelen veel van deze dames ook de drang om elkaar te steunen met een “hé, het is oké” zo nu en dan.

Ik denk dat ze Ploetermoeders genoemd worden, deze vrouwen die beseffen dat het leven als werkende mama helemaal niet over rozen loopt. Of toch, maar dan met zeer veel doornen.

Ikzelf ben ook aan deze blog begonnen als Ploetermoeder, op een moment dat het me allemaal even teveel werd en ik nood had aan steun en gelijkgestemde zielen. Op een moment dat de baby lastig deed. Op een moment dat het huishouden in de soep leek te draaien. Op een moment dat ik ter plekke in slaap kon vallen maar niet mocht. Dat was toen ik pas terug aan het werk was. Die eerste weken combo werk-gezin bleken inderdaad nogal een geploeter.

Om nu echter terug te komen op dat gevoel van schaamte/schuld: als ik de blogs van vele anderen lees, kan ik alleen maar concluderen dat het bij mij nu allemaal wél mooi rond draait, niet vierkant en al helemaal niet in de soep. In tegenstelling tot wat ik 2 maanden geleden dacht en me deed zoeken naar aansluiting bij andere “ploetermoeders”. Ter illustratie:

  • De lastige weken van de baby waren snel voorbij (hij slaapt nu zelfs door, JEEJ!). Ik heb trouwens officieel de gemakkelijkste – en schattigste (oké, subjectief) – baby ooit, ever, aller tijden, ter wereld en ver daarbuiten!
  • Die gemakkelijke baby zorgt er natuurlijk voor dat ik thuis niet echt veel problemen ondervind met de opvoeding: BabySep eet wat je hem voorschotelt (jaja, begonnen met de groentepapjes), hij slaapt wanneer hij moet slapen, hij kan zichzelf gemakkelijk een kwartiertje entertainen terwijl mama kookt en het excuus van “we zijn te laat, want BabySep…” hebben we nog niet moeten bovenhalen.
  • Voor het huishouden kan ik rekenen op de hulp van mijn mama en schoonmama. Vooral het feit dat ik de strijk daar mag afzetten, is een grote hulp. Ik zou het zelf wel kunnen doen hoor, maar zo houd ik toch nog wat tijd over om blogjes te schrijven enzo… (prioriteiten stellen hé!), en het is ook niet echt mijn favoriete klusje. Het koken en wassen en plassen doe ik volledig zelf, zonder problemen, met wat hulp van de wederhelft als hij op tijd thuis is. Mijn huis ligt er niet gelekt bij, maar we kunnen wel onverwacht bezoek ontvangen zonder dat ze moeten struikelen over stapels rommel. (voor wie het adjectief “gelekt” niet kent, het betekent “zeer proper, zoals in de boekjes”, maar “gelekt” is zo een tof woordje uit de Vlaamse tussentaal uit mijn regio, dat ik me eventjes niet veel aantrek van dat Standaardnederlands :)). 
  • Wij hoeven ons geen zorgen te maken over ons budget, in tegenstelling tot veel andere gezinnen in deze gemeenschap. Niet dat we als koningen leven, verre van, maar we leven niet van maandloon tot maandloon en kunnen zelfs sparen voor BabySep en geregeld genieten van het leven. Ook hier: prioriteiten stellen. En in nood kunnen we wel terecht bij familie.
  • Ik ben op 3 maanden tijd alle 17(!) aangekomen zwangerschapskilo’s volledig kwijtgespeeld zonder er iets voor te doen (leve borstvoeding!). Nu nog die buikspieren weer in vorm krijgen en de uiterlijke gevolgen van de zwangerschap zijn verdwenen (op het keizersnedelitteken na). Een Victoria’s Secret model zal ik niet meer worden, die ambities kon ik misschien nog koesteren toen ik 18 was, maar nu toch al even niet meer.
  • Wie de post over mijn weekmenu gelezen heeft, weet dat ik wel degelijk de tijd vind om gezond en gevarieerd te koken voor mijn gezin. Daar houd ik ook aan. En een culinair experimentje zo nu en dan gaan we zeker niet uit de weg!
  • Ik vind ondertussen ook nog de tijd om te gaan sporten en af en toe af te spreken met vrienden.
  • Ik ben niet altijd te uitgeput na een lange werkdag. Ik heb nog energie over om met mijn zoontje te spelen. En om romantisch te zijn met mijn grote ventje 😉 (De herwonnen nachtrust doet hiervoor natuurlijk ook zijn duit in het zakje.)

In vergelijking met de verhalen die ik soms lees, loopt mijn leven op dit moment dus echt wel perfect. Ik krijg veel hulp, dat geef ik toe. Maar toch voel ik me schuldig of schaam ik me soms omdat ik gezegend ben met een gemakkelijke baby en een toffe job die maken dat ik me niet altijd herken in de klaagzang of moeilijke periodes van sommige andere mama’s in de blogosfeer. Al dat proberen en er toch niet in slagen, op dit moment ken ik dat gevoel niet. Ik voel me schuldig omdat ik die ploeterende moeders “hun ogen uit zou steken” met mijn geluk. Ik schaam me omdat ik met deze blog aansluiting zoek bij deze ploetermoeders, terwijl ik in vergelijking eigenlijk toch echt een gemakkelijk leventje heb.

Ik weet wel wat je zal zeggen: “het zal wel nog veranderen!” Dat zal hoogstwaarschijnlijk wel. Maar wat als dat niet het geval is? Zal ik dat schuldgevoel dan blijven hebben omdat mijn leven beter lijkt te lopen dan dat van andere moeders? Omdat ik lijk af te wijken van de huidige norm van de ploetermoeder, meer richting megamoeder (nog geen Supermoeder, vanwege dat Victoria’s Secret Modellenlijf natuurlijk…)? Omdat de combinatie werk – kind bij ons wél vlot lijkt te lopen? FOERT, het is nu allemaal zo mooi, we doen dus blijkbaar iets goed én we hebben een grote dosis geluk. We moeten ervan genieten. Het kan in een vingerknip keren.

Misschien heeft de Roze Wolk nu pas haar weg naar mijn achterste gevonden en heeft ze er zich goed onder genesteld om mij mee te nemen op een gelukzalig tochtje door het eerste levensjaar van BabySep zonder oog voor de imperfecties zo nu en dan… Dan hoop ik maar dat ze mij zachtjes weer neerzet als de tijd rijp is om terug te keren naar de realiteit en mij niet kilometers naar beneden laat donderen.