18 maanden Warreliefde

Liefste Warre

Vandaag is het 12 juli, de dag waarop jij exact 18 maanden in ons leven bent. Nu ja, als we willen muggenziften, dan ben je eigenlijk al 41 weken langer in ons leven, want ook toen je nog in mijn buik zat, was je al een beetje deel van de familie. Maar soit, je “officiële leeftijd” is 18 maanden. Anderhalf jaar.

Echt, nog maar 18 maanden? Wekelijks krijgen wij wel eens de vraag: “En, Warreke in september ook al naar school zeker?” Euhm neen, nog een jaar te gaan.
Ik zoek allang niet meer op in de ontwikkelingsboeken in welke fase je zit en of je wel mee bent met je leeftijd. Je ziet zo dat jij zeker niet moet onderdoen voor je leeftijdsgenootjes. Niet alleen op lengte, maar ook op intellectueel/mentaal vlak ben jij al een grote man. Je begrijpt echt alles wat we je zeggen. Je eigen woordenschat is voorlopig nog beperkt tot mama, papa, bal en auto, maar je kan je absoluut wel verstaanbaar maken. En die tranen, krokodillen of echte, die zitten altijd klaar. Maar ze zijn even snel ook weer droog. Je begint een knuffel al meer te appreciëren, tot mijn grote vreugde (maar 3 seconden en dan is het genoeg, hé moeder!).

Het is fenomenaal om te zien hoe snel je alledaagse handelingen onder de knie begint te krijgen. Tanden poetsen, zelf eten, bloemen water geven, opruimen, tekenen… Je ziet het allemaal van ons en – belangrijker – van je broer en je hoeft maar na te doen.

Ah, die grote broer! Grote liefde tussen jullie. Dikke zoenen, dikke knuffels. En ja, je wil ook vaak meespelen met hem. Dat laatste wordt je meestal niet in dank afgenomen, zeker niet als je (per ongeluk met opzet?) zijn blokkenconstructie omvergooit. Of als je de auto afpakt waar hij net mee aan het spelen was. Maar toegegeven, omgekeerd pakt hij soms ook al eens iets af dat jij net gezien had. Tja, typisch broertjes zeker. Maar je laat je zeker niet doen omdat je de jongste bent. Integendeel!

Een karakterke, dat ben je zeker! Je weet wat je wil, wat je niet wil en hoe je het kan krijgen. Je draait iedereen om je kleine chubby vingertje met je schattige blik, maar je laat ze even snel weer wegrennen wanneer je dat keelgat van jou openzet. Het volume dat daaruit komt overstemt nog een heel plein Rode Duivelssupporters!

In september mag je al naar “de grote kindjes” in de crèche. Je gaat nu al af en toe een dagje wennen en het gaat je goed af. Het kan niet snel genoeg gaan voor jou. Net zoals bij het lopen, het moet vooruitgaan, ook al loop je sneller dan je beentjes je kunnen dragen. Bring it on, die uitdagingen!

Maar wacht toch nog maar heel eventjes met groot worden. Ik vind je nog goed zoals je nu bent, mijn kleinste loetie

Liefs

Je mama

Boemama

Het zal wel een fase zijn. Maar toch. Vier kleine woordjes die mijn hart in duizend stukken deden breken. Die mij zo teleurstelden en tegelijk zo boos maakten. Woordjes die ik pas over een goeie 10 jaar voor het eerst verwachtte.

 

“Ik vind mama stom!”

Ik zou dat soms ook wel zeggen mocht ik in hun plaats zijn.

Mama is degene bij wie ze zich moeten haasten.
Mama is degene die hen boterhammen met kaas voorschotelt in plaats van met choco.
Mama is degene die zegt dat ze hun tanden moeten poetsen in plaats van te spelen.
Mama is degene die hun gezichten wast met nat water.
Mama is degene die de dampkap aanzet, zodat ze niet kunnen horen wat Brandweerman Sam zegt.
Mama is degene die ze wegtrekt als ze de ramen van het gemeentehuis aan het wassen zijn. Met hun tong.
Mama is degene die altijd vanalles loopt te regelen in plaats van mee te voetballen.
Mama is degene met wie ze mee moeten naar het gemeentehuis voor een kids-id, met wie ze ook nog even in de apotheek moeten stoppen, enzovoort.
Mama is degene die beslist dat het nu toch écht wel tijd is om te gaan. En neen, niet nog een beetje langer spelen.
Mama is degene die zegt dat je al genoeg snoepjes gekregen hebt van oma en opa en dat je nu eerst wat fruit moet eten en water moet drinken. En neen, appelsap is niet goed.
Mama is degene die beslist dat die favoriete trui in de was moet wegens nu toch écht wel veel te vuil.
Mama is degene die moe is van al dat geregel, gewerk en gehooikoorts.
Mama is dan ook degene die haar geduld wat vaker kwijt is dan ze zou willen. Zeker na die 1000000ste “mamaaaaaa” van de dag.

Maar gelukkig is mama ook degene bij wie ze komen voor een dikke knuffel of een helend kusje op de geschaafde knie.

Dan mogen ze al eens liever bij oma gaan spelen of papa zijn verhaaltje verkiezen boven dat van mij.

Ik ben dan wel wat vaker de boeman, maar ik ben en blijf hun mama.

Ja, ik reken vaak op een babysit. Ben ik nu een slechte moeder?

*Spoiler alert* Neen, dat maakt mij geen slechte moeder!
Maar ik zat weer even met die twijfel, vorige week.

Zoals elke vrijdag stond ik aan de schoolpoort, samen met een andere mama en nog een papa. Het ging over het geregel dat bij kinderen komt kijken en over hoeveel moeilijker het is met 2 dan met 1 kind. En met 3 dan! Zo kwamen we bij het onderwerp “babysit” en de zin die meteen uit de mond van mijn twee gesprekspartners vloeide: “goh, maar ik doe mijn kinders niet graag weg, hoor. Ik zou wel willen, maar ik kan het niet.” (denk daarbij een sappig Zuid-West-Vlaams accent)

Oké, het lijkt me ook moeilijker om 3 kinderen te droppen bij de grootouders voor een weekendje dan 2 kinderen. Want niet iedereen heeft daar plaats voor.
Oké dat je een pasgeboren kindje van amper 4 weken oud niet bij een babysit wilt / durft te laten, dat had ik ook.
Tot daar ben ik dus volledig mee.

Maar ik heb maar twee kinderen en de papa in het gezelschap waarvan sprake heeft er ook 2. De mama in het gezelschap heeft er 3, waarvan eentje amper een maand oud. So I get her. Maar zij had het ook toen ze nog maar 1 kind had.

Ik had dat niet. Of eerder, ik kon mijn kinderen tamelijk snel “achterlaten” in de bekwame handen van mijn ouders en schoonouders. No trust issues daar. Ik vertrouwde op ons huwelijksfeest ook de babysits die met onze twee kinderen alleen in de B&B waren terwijl wij aan het feesten waren. Telkens met de nodige “handleidingen” uiteraard.
Ik heb van februari tot mei heel vaak beroep moeten doen op een ander om mijn kinderen te helpen “opvoeden”, want ik was tijdelijk gehandicapt. Ik had daar niet zoveel moeite mee (wel met het feit dat Warre duidelijk liet blijken dat hij niet gediend was met mijn situatie, maar dat is iets anders en is trouwens al volledig opgelost ondertussen).

Ik voelde even weer die twijfels opborrelen. Ben ik dan zo een slechte moeder? Heb ik niet zo een band met mijn kinderen als zij?
Toen ik het erover had met mijn mama, “prees” zij ook mijn gemakkelijk loslaten van mijn kinderen. Want “ik kon dat niet hoor, wij gingen nergens naartoe zonder jullie.”

Shit, ben ik een verwaarlozende moeder aan het worden? 
Oh nee, vertrouw ik de mensen te snel?
Ben ik roekeloos met mijn kinderen?
Hm, misschien moet ik de grootouders niet zoveel belasten met het oppassen op mijn kinderen. Ik zal dan maar wat meer mijn best doen en wat meer sociale aangelegenheden laten vallen. Dat etentje met die vrienden, is dat écht nodig? Moét ik wel mee naar de opening van die nieuwe brouwerij? Koen en ik kunnen toch ook thuis samen eten, moeten we daarvoor nu echt op restaurant gaan? … 

10 minuten hebben die twijfels geduurd. Niet langer.
Want ja, ik ben een goede moeder. En ja, ik geniet van die sociale activiteiten, als het er dan eindelijk eens van komt. En als ik geniet, ben ik gelukkiger en – o cliché – een gelukkige moeder is een goede moeder.
Voilà, mijn punt is bewezen!
Nu nog dat kleine monstertje wegkrijgen dat die twijfels weer oproept als ik de kinderen afzet bij oma en opa.
Aaaah, ratio vs gevoel…

Ik heb 3 maatstaven om bij te houden of ik het nog goed doe:

1/ de kinderen. Zolang zij niet aangeven dat ze ons te weinig zien, maak ik me geen zorgen.
2/ ikzelf. Zolang ik nog plezier heb in die momenten zonder de kinderen en me er niet slecht bij voel, maak ik me nog niet teveel zorgen.
3/ de babysits. Als de babysits al zouden beginnen te klagen dat ze de kindjes te veel zien, dan zit er écht iets niet snor. Maar nummer 1 en 2 zullen al lang gepasseerd zijn vooraleer ik aan nummertje 3 kom, denk ik.

Voorlopig sta ik nog voor alledrie in het groen (na een korte oranje periode tijdens mijn schouderrevalidatie). Mijn eigen scorebord.

En jij? Laat jij je kinderen gemakkelijk over aan de goede zorgen van grootouders, tantes, babysits…? Of heb je het daar toch moeilijk mee? Ik lees het graag!

 

De schoolpoortmama’s

Ah, het laatste weekend van de paasvakantie. Maandag is het weer school! Sinds ik thuis zit met een geopereerde schouder, probeer ik zoveel mogelijk Sep te voet naar school te brengen en af te halen. Zo moet hij niet naar de opvang en kom ik vlotjes aan mijn 10000 stappen per dag. Win-win.
Ik vind het wel interessant om zo eens om 16u aan de schoolpoort te staan. Tussen alle andere schoolpoortmama’s (en papa’s en oma’s en opa’s, maar vooral mama’s). Als ik ons daar zie staan, allemaal reikhalzend uitkijkend naar de overactieve of oververmoeide kinders die zo meteen door de dubbele deur zullen komen gestormd of geslenterd, dan kan ik een lachje soms niet onderdrukken.

Dan waan ik me immers terug op de middelbare school. Je kan ons opdelen in verschillende groepjes, verschillende types, zoals je dat ook kan bij de jongeren op een middelbare school.

Je hebt de “geroutineerde” ouders, de anciens. Dit zijn ouders wier kinderen al in de hogere klassen zitten. Zij zelf zitten misschien wel in het oudercomité en/of zijn goede vriendjes met de leerkrachten. Ze parkeren hun auto op de gehandicaptenplaats of voor een garagepoort, omdat ze na al die jaren weten dat daar toch nooit iemand anders komt. Ze komen toe met het hoofd opgeheven, begroeten hun gelijken en gaan meteen verder waar ze gisteren gestopt waren met hun gesprek. Zij doen wat ze altijd doen en hebben geen oog voor de andere ouders rondom hen.

Je hebt de hippe mama’s. Zij waren deze namiddag thuis, maar komen net op tijd aan, niet te vroeg, niet te laat, net op het moment dat iedereen nog wat rond zich kijkt en nog niet gefocust is op zijn kind. Zo heeft iedereen hen gezien. Want ze zien er weer goed uit vandaag. Met hun geblondeerde haren in een hoge, strakke staart, met hun grote fancy zonnebril op hun kleine neusjes, met hun loopoutfit nog aan. Geen tijd gehad om te douchen, maar wel om make-up op te doen, hun loopschoenen in te wisselen voor hippe witte sneakers en een blinkend truitje aan te trekken. Het zijn van die moeders bij wie het schijnbaar geen moeite kost om er goed uit te zien. Hun kinderen zijn ook meestal een plaatje, uitgedost in de mooiste kleren en met een engelachtig gezicht. De moederversie van de cheerleaders uit de eerste typische Hollywood highschool film die je nu te binnen schiet.

Je hebt dan nog de rest, de middenmoot. Die zijn niet cool genoeg om bij de hippe mama’s te horen en nog niet ervaren genoeg om zich bij de anciens te scharen. Er is niets echt opvallend aan hen. Dit is eigenlijk de meerderheid van de schoolpoortouders. De gemiddelde ouder, voor de buitenstaander niets mis mee, maar ook niets opmerkelijks.

Als laatste heb je de nieuwkes. Daartoe behoor ik, samen met de andere ouders die zich dit jaar voor het eerst in de schooljungle wagen. Denk aan de eerstejaars op de middelbare school. De eerste maanden van het schooljaar stonden we wat onwennig te draaien. Niet goed wetende waar we behoorden. Tegen de anciens durfden we niet praten, die staan te ver van ons af. Vooraleer we contact mogen zoeken met de cheerleader-mama’s moeten we ons een geschikte tenue aanschaffen. De middenmoot lijkt ons iets minder afstandelijk of bedreigend, maar toch gaan wij niet de eerste stap zetten. Zot, we weten niet hoe het hier zit met die hiërarchie! Gelukkig vinden we snel elkaar. En hebben we snel een gezamenlijk onderwerp om over te praten. Oppervlakkige gesprekken over de kinderen en hun eerste stapjes op school. Ergens in mijn achterhoofd maak ik de bedenking dat wij de volgende generatie schoolpoortouders zijn. In september komt er een nieuwe lading nieuwkes en dan zullen wij langzamerhand onze eigen types vormen. Ik ga voor de cheerleader-moeder, met mijn yogabroek aan, grote zonnebril en nieuwe hippe kapsel 🙂 Nu alleen nog zorgen dat het er allemaal moeiteloos perfect uitziet. De goed geklede engeltjes heb ik al (ahum…).

Ik viseer niemand specifiek en noem geen namen. Als ge u aangesproken voelt, sorry. Maar dat is uw probleem, niet het mijne 🙂

#ouderzonden – Hoofdzonde 7: Acedia -mañana mañana enal!

De zevende en laatste hoofdzonde in de #ouderzonden reeks van Romina en Annelore is Acedia: gemakzucht, luiheid, traagheid. Oftewel: hoe ga je om met de druk die van jongs af aan op kinderen (en dus ook hun ouder(s)) gelegd wordt. Doe je mee aan de ratrace of ben je meer manana manana?

Onze kinderen zijn 3 en 1, dus veel druk op vlak van studies, sociaal leven en hobby’s hebben we nog niet ervaren. Maar natuurlijk is er altijd wel dat vergelijken en dat “amai, kan die dat nog niet?” en dat “de mijne stapte al op 10 maand, ze!”. Awel, goed voor u. Die van mij waren 15 en 14 maanden bij hun eerste zelfstandige stapjes. En ik denk niet dat dat enige gevolgen heeft voor hun latere intellectuele en motorische ontwikkeling. Want wij hebben perfect normale, gezonde kinderen en zouden ons pas zorgen maken als de kinderarts zich zorgen maakt. Zoals het zo mooi in de boekjes van de Gezinsbond staat: het gemiddelde kind bestaat niet. Het ene kind is sneller in bepaalde zaken en trager in iets anders.

Die visie willen we doortrekken in de opvoeding van onze kinderen. Ikzelf heb me na mijn studies vaak “geplooid” naar wat anderen van mij wilden, wat anderen vonden dat bij mij paste of wat praktisch het beste was (“word maar leerkracht, dan heb je veel vakantie en ben je thuis als de kinderen – die ik toen bijlange nog niet had – thuis zijn”). Dat wil ik niet voor mijn kinderen. Ik wil dat mijn kinderen zelf hun passie zoeken. Is dat in den bouw of als chirurg, daarin zijn ze volledig vrij. Het enige dat ik wil is dat ze hun best doen als ze voor iets kiezen. Als ze een doel voor ogen hebben, dan moeten ze ervoor gaan en beseffen dat ze ervoor moeten werken. En ze mogen enkel naar zichzelf luisteren, niet naar de bekommernissen van anderen (zelfs van ons) die denken dat het te moeilijk is of niet praktisch of dat ze er niet rijk van gaan worden. Doe wat je graag doet, alsjeblieft! Wij zullen onze boys daarin uiteraard ondersteunen en begeleiden. Want op je 12 jaar weet je nog niet wat je de rest van je leven wil doen. Ik ben 30 en begin nu pas in te zien welke richting ik écht uit wil, wat IK WIL. Niet wat een interessant vervolg kan zijn op mijn studies. Van mij mogen mijn kinders zoveel studeren als ze willen. Doen ze daar nog een doctoraat bij of willen ze 3 diploma’s? Of willen ze op hun 18 gaan werken? Allemaal goed voor mij. Zolang ze hun best doen en niet opgeven bij de eerste hindernis. Zoeken hoort bij het leven (bewijsstuk nummer 1 is deze tekst aan het typen). Dus laat ze maar zoeken. Wij staan klaar met kompas en kaart.

Ook met hobby’s is dat hetzelfde. Ik zou het zeker de max vinden als één van mijn zonen breakdancer wordt of een muziekinstrument bespeelt en als ze naar de jeugdbeweging gaan. Ik wil echter geen geld uitgeven aan een hobby die ze alleen maar doen omdat wij willen dat ze dat doen. En nog minder omdat “de maatschappij” vindt dat ze dat moeten doen. Laat een kind een kind zijn. Voldoende beweging is belangrijk, maar dat kan ook in de tuin met een bal of de fiets. Dat hoeft niet per sé op voetbaltraining te zijn. Willen ze daarnaast nog een creatieve hobby? Be my guest!

We go with the flow enal als het op de opvoeding van onze kinderen aankomt. Wij kunnen hen alleen maar bepaalde waarden en normen meegeven en hen zoveel mogelijk laten proeven van de wereld. Als ze opgroeien tot open minded, beleefde en gedreven jongens, dan kunnen wij alleen maar blaken van trots. 

Zo, dit was het in deze reeks (de andere hoofdzonden vind je hier) . Het deed me nadenken over mijn opvoedingsfilosofie. Bij sommige onderwerpen – zoals bovenstaande – was het wat gokken naar hoe we het later zullen aanpakken. Ik heb geen glazen bol en over 5 jaar zal ik misschien heel anders over bepaalde zaken denken. Maar dit is hoe ik het nu voor ogen heb. We zien wel hoe het uitdraait. Jullie zullen het alleszins kunnen volgen op deze blog!

En hoe is dat trouwens bij jullie? Ervaring met de ratrace en de druk? Of glijdt dat allemaal van je af?

 

#ouderzonden – Hoofdzonde 5: gula

De vijfde ouderzonde in de reeks is Gula: onmatigheid – gulzigheid – vraatzucht. Met als vraag: Wat kan je je kinderen nooit weigeren wanneer ze erom vragen?

We houden het kort deze week, want typen met 1 hand is f*cking lastig!

Liefde. Du-uh! Mijn kinderen kunnen mij niet vaak genoeg om een knuffel of een kus komen vragen. Ze moeten er zelfs niet om vragen. Met liefde voor je kinders kan je niet vrijgevig genoeg zijn, vind ik. Hen graag zien is één ding, het hen tonen en laten voelen in grote en kleine gebaren is nog iets helemaal anders. Ja, ook als ik kwaad ben. Ook als Sep gestraft is, zal ik hem nooit een knuffel ontzeggen. Misschien ben ik dan wel een watje in de ogen van sommigen, maar ik voel dat hij het net dan meer nodig heeft. Ook al ben ik boos om wat hij gedaan heeft, toch zie ik hem nog graag om wie hij is, dat moet hij blijven voelen.

Nog één koekje/Paw Patrol aflevering/verhaaltje… Denk hierbij grote puppy-ogen, pruillipje, een heel hoog stemmetje en één opgestoken kleutervingertje. Bij sommige zaken is het gemakkelijk om na één te stoppen, maar andere, zoals een verhaaltje, vind ik zelf ook zo leuk 🙂 Dan is nog ééntje ook niet zo erg hé 😉

Voor de rest is het een beetje geven en nemen. Als Sep heel braaf geweest is in de winkel, zet ik mijn persoonlijke afkeer voor het vullen van de zakken van mijnheer Verhulst wel een keertje opzij voor een pakje Plop-worst. Als het kind daarmee gelukkig is…

Serieus, ik heb al een halfuur gedaan over dit kleine stukje. I’m out! Langere stukken komen weer als ik sneller leer typen met 1 hand of als ik weer beide handen kan gebruiken.

Wil je meer leesvoer? Mijn vorige #ouderzonden-stukjes vind je hier. De ouderzonden van andere bloggers vind je dan weer hier.

Het is echter niet omdat ik niet goed kan typen, dat ik niet meer kan lezen! Ik lees graag in de comments wat jij je kind(eren) nooit kan weigeren. Of zet er een linkje naar jouw blog en dan kom ik wel lezen, ik heb nu toch tijd genoeg 🙂

 

 

#ouderzonden – hoofdzonde 4: Invidia

Deze week laten we het groene monster in ons los. Wat benijden we bij andere ouders? Wat zouden we zo van hen willen overnemen, mochten we kunnen? Het is de vierde hoofdzonde in de #ouderzonden reeks. Mijn vorige drie ouderzonden lees je hier, hier en hier.

Jaloezie dus. Ik ga niet zeggen dat ik absoluut niet jaloers ben. Maar het is niet zo dat ik echt een venijnig groen monster op mijn schouder heb zitten dat andere mensen niets gunt. Integendeel. Ik vergelijk wel veel. Te veel! En als ik dan zie hoe anderen – schijnbaar moeiteloos – slagen in iets wat bij mij met de beste wil van de wereld niet wil lukken, dan voel ik me slecht, ja. Over mezelf, welteverstaan. Ik ben heel blij voor een ander, want dat kan ik dan wel perfect. Maar dat stemmetje in mijn hoofd is er dan weer met zijn “zietsiewel, gij kunt dat niet/zijt niet zo goed / …”.

Ik dacht dus dat dit wel een gemakkelijke opdracht ging worden. Gewoon eens opsommen wat andere ouders zoveel beter doen dan ik. Maar de woorden vloeiden toch niet zo vlot uit mijn vingers. Hoe meer ik erbij nadenk, hoe meer ik besef dat elke ouder gewoon zijn best doet en dat een ander zijn methode niet beter of slechter is dan die van mij. Ik ben wel een grote voorstander van de ouder-community waarin we allemaal vriendjes zijn en elkaar steunen met herkenbare verhalen of tips. Ik geef tips aan wie het vraagt, maar ik neem interessante ideeën ook graag mee naar huis. Zoals dat van die kookwekker.

Ik heb geleerd dat vergelijken niet goed is voor mij (voor niemand eigenlijk). Kijken naar wat andere ouders zeggen, tonen… Je kent nooit het hele verhaal, dus waarom oordelen op basis van wat je ziet via hun sociale media of van wat ze je vertellen of laten zien? Daarom kijk ik enkel naar mezelf. Welke eigenschap zou ik nog willen in mijn ouderschap? Niet omdat een ander er zoveel beter in is, maar omdat het mij zelf stoort.

Dan kom ik eigenlijk op 1  belangrijke: creativiteit. Ik kan behoorlijk creatief zijn met woorden, maar laat me geen hele namiddag knutselen met mijn kleuter. Veel verder dan wat kleuren of een beetje klooien met wat plasticine kom ik niet. Gelukkig is creatief bezig zijn ook niet direct Sep zijn favoriete hobby. Ik heb natuurlijk wel een hele doos knutselmateriaal, maar daarvan wordt bitter weinig gebruik gemaakt. Hij is het ook altijd na 5 minuten beu. Laat hem maar met zijn dokterstas spelen of met zijn gereedschapskist. Daarmee kan hij uren bezig zijn. Of met lego huizen bouwen, samen met zijn papa of zijn opa, of zijn meter!
Maar niet alleen het kunstzinnige gaat volledig aan mij voorbij, ook van algemene creativiteit op het vlak van activiteiten kiezen heb ik niet veel meegekregen. En dat vind ik misschien nog spijtiger. Veel verder dan eens gaan zwemmen of naar een speeltuin bij goed weer kom ik niet. Of ik moet al eens wat opzoekwerk gedaan hebben en toevallig op een zalig museum stoten. Maar ik krijg al stress als ik weet dat ik een hele dag alleen met Sep thuis zal zijn. Niet om het kind, want hij is zo grappig en schattig als maar kan, maar ik heb zoveel schrik dat hij zich steendood zal vervelen met mij. Het komt altijd wel goed, met gezelschapsspelletjes en meehelpen koken enzo. Maar toch, ik denk altijd dat ik hem niet genoeg aanbied buitenshuis. Tips zijn dus welkom! 🙂

Meer “nijd” kan ik niet bedenken. Ik zal wel eens denken van “ah, zo doet die dat” of “amai, hoe die dat allemaal combineert” of “wat ziet zij er goed uit, met haar huilbaby en gebroken nachten”. Maar dan besef ik dat ik het eigenlijk helemaal niet zo slecht doe. Mijn kinderen zijn gelukkig. En dat is wat telt, toch.

En jullie? Hebben jullie soms wel een groen monstertje op die schouder? Of welke eigenschap zou je jezelf graag toe-eigenen?  

 

#ouderzonden – Hoofdzonde 2: Hebzucht – gierigheid

Wat zou je nooit met je kinderen delen? Vraag twee in de #ouderzonden reeks. Hmm, even denken!

Mijn Ferrero Rochers! Maar to be fair, op dit moment mag Sep dat gewoon niet eten, tenzij we een tripje naar de Spoed willen maken. En Warre is nog te klein voor snoep en chocolade.

Maar voor de rest? Ik weet wat je zou verwachten. Dat ik mijn angsten nooit met mijn kinderen zou delen. Of bepaalde duistere geheimen uit mijn verleden (als die er al zijn…). Dat zou misschien het intellectuele antwoord op deze vraag zijn. Het klinkt alleszins alsof er meer over nagedacht is dan “mijn Ferrero’s”.
Ik denk dat onze kinderen nog te klein zijn om daar nu een deftig antwoord op te kunnen geven. Naarmate ze ouder worden en er meer vragen komen, zullen wij afhankelijk van de situatie wel inschatten of we iets met hen delen of niet. En of we het überhaupt ooit zullen delen of niet.
Ik wil wel open zijn naar mijn kinderen toe. Dus als ze vragen hebben over bepaalde zaken, zal ik het hen zo goed mogelijk proberen uit te leggen, als ik van oordeel ben dat ze dat op dat moment aankunnen.

Als we het dan over materiële zaken hebben, is het nog moeilijker (behalve de Ferrero’s dan). Mijn trouw- en verlovingsring. Momenteel zijn die dingen enorm aantrekkelijk voor de kleine baby- en peutervingertjes. Maar neen, het is geen speelgoed. *insert babygekrijs*
Uiteraard is dat gewoon ook omdat de kindjes op deze leeftijd nog niet kunnen omgaan met die dingen. Zo zijn er nog andere spullen die we nu angstvallig van hen weghouden, maar die ze later wel zullen mogen aanraken. Als ze beseffen wat het is en hoe ze het met respect moeten behandelen. Zoals de platenspeler. Koen zijn haren gaan al rechtstaan als hij Warre er nog maar naar ziet kijken. Maar ik weet zeker dat ze over een paar jaar samen eens een plaat zullen opleggen om te genieten van de muziek. Want ja, wij delen maar al te graag onze goeie muziek met hen. Zo moeten zij geen kinderliedjes met ons delen 😉

Nog meer input van mijn wederhelft in dit onderwerp: “onze tijd samen”. Awel ja, eigenlijk wel. We zijn doodgraag bij onze kindjes, maar we hebben af en toe nood aan wat tijd voor onszelf als koppel. Kleine momentjes waarop we niet aan de kinderen denken. Momenten waarop we even terug Delphine en Koen zijn, niet mama en papa.
Jep, daar kan ik me wel in vinden. Schrap al het vorige! Ik neem dit als antwoord!
Of nee, behoud de Ferrero’s toch ook maar 🙂

En jij? Wat zou jij nooit delen met jouw kind(eren)? 

P.S.: wil je lezen wat andere bloggers nooit met hun kroost zouden delen. Je vindt ze hier!

 

Ik heb geen tijd om het te druk te hebben

Photo by Glenn Carstens-Peters on Unsplash

Ik lees en hoor het overal. Iedereen heeft het te druk. Het voornemen voor het nieuwe jaar om wat vaker “neen” te zeggen. Want er zijn teveel feestjes, teveel leuke projecten, teveel sociale verplichtingen, teveel verwachtingen. Vaak naast een fulltime job en een stel koters.

Overvolle agenda

Mensen denken dat van mij ook. Twee kinderen, een bijberoep, een blog én een man die een eigen brouwerij heeft. Dat is toch vragen om een overvolle agenda!

Mijn man heeft het druk, ja. Veel vergaderingen of evenementen, werken in het weekend en op feestdagen. Maar hij kan ook wel eens op rustige dagen wat langer in bed blijven en maar om 8u gaan werken i.p.v. om 7u. Of wat vroeger thuiskomen om te helpen de kinderen in bed te steken – meestal om daarna nog achter zijn bureau te kruipen, maar soit.

Maar ik?
Ik zou het druk kunnen hebben. Mocht ik een fulltime job hebben. Ik werk 3/5, dus dat valt behoorlijk mee. Maar Delphine, wat dan met je bijberoep? Ja, oké, maar ik verdrink (nog) niet in de opdrachten. Ik kan het allemaal nog mooi bolwerken, nikske overwerkt.

Oké, goed, je werkt niet meer uren dan een ander. Maar je hebt toch nog die blog! Akkoord. Ik heb die blog. Heb je die al eens goed bekeken? Ik schrijf wanneer ik er zin in heb. Ik schrijf niet omdat het “moet”. Soms is dat 3 keer op één week. Soms is dat 3 weken niet. Ik heb niemand die mij opdraagt wanneer of waarover ik moet schrijven. Ik heb geen duizenden volgers en word ook niet wekelijks als influencer (urgh, echt, spreekt iemand dat woord ooit uit in een serieuze conversatie??) uitgenodigd op de meest fancy feestjes of de hipste press days. De meeste foto’s die je ziet op mijn Instagram zijn ook van thuis of van tijdens een familie uitstapje. En van de kids. Als ik er al eens alleen (al dan niet met mijn wederhelft) op uit trek, dan geniet ik en vergeet ik dat ik een smartphone heb. Dus neen, je ziet weinig of geen foto’s van mij op feestjes of andere hippe uitstapjes.

A two-way street! 

Het is trouwens ook een wisselwerking. Ik word niet uitgenodigd door pr-bureaus, omdat mijn blog nog niet zo populair is. Maar zelfs als ik wel veel volgers zou hebben, dan nog zou het niet blijven duren. Ik zou vaker niet dan wel op uitnodigingen ingaan. Ik kom maar weinig uit mijn kot voor feestjes of workshops of wat dan ook. Zelfs met mijn beste vriendin moet ik de dates tot 3 maanden op voorhand vastleggen. Het meeste sociaal contact heb ik nog met de apothekeres waar ik de poedermelk voor Warre koop.

Het is niet dat ik me thuis opsluit en niet wil buitenkomen. Het lukt mij gewoon niet. Ik moet aanvaarden dat ik op dit moment in het stadium zit waarbij mijn kinderen mijn leven overheersen. Het lukt mij om naast mijn job(s) mijn huishouden ongeveer goed te laten lopen (als je maar even over de lading strijk heen kijkt). Onze kinderen krijgen alle aandacht die ze nodig hebben, ze zijn (meestal) proper gewassen en gevoed. Als ze om 20u alletwee in bed liggen, ben ik een tevreden mama. Want dan heb ik tijd om aan de afwas te beginnen. Als ik tegen 21u nog niet uitgeput in de zetel neerval, schrijf ik soms nog wat. Maar meestal zit het er niet in. Meestal is er geen energie meer over. Want – enkele intermezzo’s tijdens de nacht niet meegerekend – om 6u is het weer gank.

En ook mijn omgeving denkt daar trouwens zo over, heb ik het gevoel. Delphine zal wel niet kunnen, met haar kinderen. Ik zal haar maar niet lastigvallen, ze heeft het waarschijnlijk wel druk genoeg.

Het is zo dubbel. Ik zou het graag wat “drukker” hebben. Wat meer te doen hebben, opnieuw wat socialer zijn. Maar dan moet ik tijd afnemen van mijn mama-tijd (of mijn slaap-tijd). En dat gaat voorlopig nog even niet. Dat wil ik nog niet. Mijn kindjes hebben mij nog te hard nodig. Ik kan geen tijd vrijmaken van mijn kindjes om mijn eigen agenda te vullen. Dat komt ooit wel. Maar nu nog even niet.

3 jaar Sepliefde

Liefste Sep

Klopt dat? Jij wordt vandaag al 3 jaar?
Jij? Het lijkt wel gisteren dat ze je uit mijn buik moesten sleuren. Nu ja, gisteren niet echt, maar je weet wel wat ik bedoel. Jij, die “kloeken boelie” die er bij zijn geboorte uitzag als een baby van een maand oud. Wat een contrast met het kleine, fijne mannetje dat je nu bent!

Je was een rustige baby, een “gemakkelijk” kind. Nu ben je nog altijd een braaf kind. Meestal toch. Op een ander. Zo lang hadden wij schrik dat je je mannetje niet zou kunnen staan, zo meegaand als je was. Die zorgen hebben we allang niet meer. Je weet heel goed wat je wil en vooral niet wil. Een klein beetje een drama king, ook wel, als het niet naar je zin is. Maar dat ligt misschien aan de leeftijd? Die terrible two’s and three’s, waar ze het altijd over hebben?

Je kan monologen afsteken waar iedereen van staat te kijken. De zinsbouw, de woordenschat. Soms ook woorden die je eigenlijk niet zou mogen zeggen. Waar haal je het? En raak het alsjeblieft niet kwijt! Een advocaat ben je, met al je redeneringen en logica.

Het helpt natuurlijk ook dat je van boeken houdt. Je kan niet gaan slapen zonder je verhaaltje. Of twee. Of drie. Maar ook van de televisie haal je zoveel woordenschat. Je oma is een beetje bang dat je “Hollands” zal leren door naar Paw Patrol te kijken, maar ik zie dat je vooral woorden en zinnen overneemt die sommige volwassenen zelfs niet correct verwoorden. Ik maak me geen zorgen, van dat halfuurtje (of uurtje…) tv per dag ga je echt niet Hollands worden. Voor dat West-Vlaams van jouw schoolgenootjes heb ik iets meer “schrik”…

Logica en redeneren zijn waarschijnlijk ook de twee eigenschappen die ervoor zorgen dat jij een fantastische puzzelaar bent. Elke nieuwe puzzel die je aangereikt krijgt, kan je binnen de kortste keren uit het hoofd maken. Je jongleert met puzzels voor kinderen van 5 of 6 jaar. Je maakt je oude puzzels omgekeerd, met de tekening naar beneden, voor extra uitdaging. Je kan je echt rustig bezighouden, als je maar een puzzel bij de hand hebt. Maar o wee als iemand je stoort voor je puzzel af is.

Je moet alles waar je aan begint kunnen afwerken. Je opjagen kunnen we ook niet. “Ik ben de baas!” klinkt het soms uit je mondje. Ik denk dat je wel eens gelijk kan hebben. Het is beter om te wachten tot je klaar bent dan om een driftbui te riskeren door je op te jagen. Want die driftbuien gaan niet zomaar over.
Behalve als je broertje erbij komt. Mijn moederhart smelt als ik jullie twee samen zie. Knuffelen, spelen, zelfs ruziemaken. Twee broertjes zoals ik het me inbeeldde toen ik hoorde dat jij niet mijn enige zoon zou blijven. 

Dat knuffelen doe je trouwens niet alleen met je broer. Tot mijn grote vreugde ben je een mama’s kindje. Knuffelen, bij mij komen als je verdriet hebt, spelen en onnozel doen. Ik hou er zo van. Ik geniet er ook zo hard van. Want je zal het allemaal snel genoeg niet “cool” meer vinden.
Zoals je K3 ook niet cool vindt. “Want dat is voor meisjes!” Daar gaan onze inspanningen van genderneutraal opvoeden 🙂 Al ben ik wel blij dat ik geen Studio100 cd’s hoef te kopen, maar dat je gewoon mee naar de radio luistert met ons. En meezingt met Néh na na na van Vaya Con Dios.

Lieve Sep, je wordt al zo groot en ik zie zoveel van mezelf in jou. De looks heb je van je papa – wij blij 🙂 Maar het gevoelige karakter heb je van mij. Al zie ik wel al iets meer zelfvertrouwen in jou dan ik had/heb. Goed zo jongen, hou dat vast. Want je zal het nodig hebben in de wereld waar je nu steeds meer stappen in zet. Maar weet ook dat je papa en ik er altijd voor je zijn. Ook als je ons niet cool meer vindt.

Dikke zoen

Je mama

xxx