12 maanden in 12 beelden

Liefste Warre

Vandaag word je 1 jaar! Een mijlpaal! En wat voor een zot jaar is het geweest, zeg. Je moest je eerste levensjaar helaas delen met een ander groot evenement. En met je broer, die nog moest moet wennen aan het idee dat hij niet meer de enige oogappel in huis is. Misschien daarom ook net dat jouw eerste 12 maanden op deze aardkloot precies sneller leken te gaan dan die van Sep. Ik had ook minder tijd om stil te staan bij de kleine dingen. Iets waar ik nu al spijt van heb. Maar aan spijt heb je niets. Aan foto’s des te meer. Daarom een foto per maand dat je al in ons leven bent. Niet per sé altijd de mooiste foto, maar wel de meest typerende . Kijk even mee.

De jaarovergang 2016 – 2017 ging veel te traag, want ik wachtte vol spanning op jouw komst. Op 1 januari lachte ik maar matig met de grappige nonkels en hun “en, ne kleinen vande joare?” Op 10 januari was ik zo blij dat je toch aanstalten maakte om ons te komen begroeten. Op 12 januari, rond een uur of 11 lag je er dan. We hadden er net samen de zwaarste taak van ons leven op zitten. Logisch dat jij uitgehongerd was. En dan nog moeten poseren voor de foto… voorsmaakje van wat volgen zou, met die blogster als moeder.

Iedereen moet door een awkward periode als hij zijn haar wil laten groeien. Bij jou was dat niet anders. Jij had gedurende je tweede levensmaand een mohawk die later plat viel om plaats te maken voor een pluimstaart achteraan op je hoofd. Sorry, maar het was grappig 🙂

We zouden bijna vergeten dat je tijdens de eerste 3 maanden van je leven afgezien hebt. We hebben samen afgezien. Je huilde. Veel. Heel veel. En luid. Heel luid. We zagen aan je gezichtje dat je pijn had, maar zelfs een osteopaat en een koemelkeiwitvrij dieet hielpen niet.

Die huilbaby maakte even later gelukkig plaats voor de guitige baby die je eigenlijk altijd al was. Het moest er alleen nog uit komen. Je sliep al eens een nachtje door. Net op tijd voor de familieweekendjes waar je non-stop omringd werd door kleine en grote kinderen. Je kon dat allemaal aan, stoer als je bent.

Je broer bleek van bij het begin jouw grote voorbeeld. Je licht op als je hem ziet, je volgt hem overal. Je lacht als hij onnozel doet, en hij weet dat maar al te goed. Nu al onafscheidelijk. Mijn moederhart smelt!

In juni gingen we op reis en “genoot” jij van je eerste groentepapje. Tja, zo een plastieken lepel met groene smurrie is natuurlijk niet hetzelfde als een zachte, warme borst. Toen ging dat nog moeizaam, maar ondertussen ben je een echte bourgondiër geworden.

Altijd op zoek naar een uitdaging, jij. Gewoon rechtzitten begon al goed te lukken, dus we deden er nog een trucje bovenop. Of de tut en duim voldeden niet meer, dan maar een dikke teen… Ah Warre, je laat het er zo gemakkelijk uitzien. We zullen eens zien over 20 jaar…

Daar was ie dan in augustus, de grote dag voor mama en papa. Wij gingen trouwen. Jij begreep niet veel van al die commotie. Je liet het maar passeren, zolang je maar op tijd je eten en wat aandacht kreeg. Veel had je niet aan die dag, maar later kan je misschien wel met een glimlach terugkijken naar die prachtige foto’s van jou.

Muzikaal zijn onze kinderen alleszins. Net als je broer kan je niet van je papa zijn platencollectie afblijven. Tot grote ergernis van vader en moeder natuurlijk. Ondertussen ben je daar al wat op uitgekeken en is de platenspeler zélf nu wat interessanter geworden…

Wat zei ik ook alweer over dat bourgondiër zijn?

Dat je een lachebekje bent, dat zien we gelukkig vaak genoeg. Maar een coole kikker ben je ook. Niets kan je deren, zelfs jouw eerste kappersbeurt niet. Je bekijkt de wereld rondom je niet zelden met een onverschillige “Wuk?“-mentaliteit. I like 🙂

O ja, en ne stuiker, dat ben je ook. Rennen kruipen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan. Allemaal met een big smile. En klimmen. Overal. Je laat je dan achterovervallen in de zetel, je nog niet bewust van het mogelijke gevaar. Warreke, wat ben ik jaloers op jouw kinderlijke vreugde en naïviteit. Maar wij gaan ooit nog met jou op de spoed belanden, daar hou ik nu mijn hart al voor vast…

Gelukkige verjaardag, kleine man!

Liefs

Je mama

 

41 weken in de buik, 41 weken eruit

Liefste Warre

Vandaag ben je exact even lang uit mijn buik als dat je erin gezeten hebt.
Iets meer dan 41 weken lang heb ik je gekoesterd, heb ik je alles kunnen geven wat je nodig had om te groeien van embryo tot baby. Het waren jij en ik, kleine man. Ik was de enige die elk schopje voelde. Ik was de enige die verantwoordelijk was voor jouw welzijn. Je vond 40 weken niet genoeg, je wilde een weekje langer bij mij blijven. 10 dagen om precies te zijn. Ik kan het je ook niet kwalijk nemen.

De 41 weken die daarop volgden, waren een waar contrast met het rustige ronddobberen in mijn knusse baarmoeder. Dat liet je ons in de eerste helft van die 9 maanden ook vaak en duidelijk genoeg weten. Ondertussen ben je opnieuw de happy, beweeglijke baby die ik in mijn buik voelde. Je sluipt als een ware paracommando het hele huis door, maar houdt het liefste even halt bij de platencollectie van je papa. Je boterhammetjes gooi je even graag op de grond als dat je ze in je mond steekt. En doordat die ploetermoeder van jou niet elke dag stofzuigt, vind je de dag erna soms eens een kruimeltje op de grond dat uiteraard perfect kan dienen als tussendoortje.

Je kan je keelgat meer dan open zetten. Als je net iets te lang op je flesje moet wachten, bijvoorbeeld. Maar ook als je geamuseerd bent – meestal door iets wat je broer of je papa doet – kan je die volumeknop behoorlijk opendraaien. Je zwaait ‘dada’ vanaf het moment dat je denkt dat we ergens weggaan/er iemand weggaat en je hebt de ‘high five’ die opa je leerde al goed onder de knie. Trouwens, over knieën gesproken: dat “echte kruipen” en rechtstaan zal ook niet lang meer duren als ik je zo bezig zie…

Jouw taalvaardigheid heb je van je mama geërfd, want dat gebrabbel van jou klinkt hetzelfde als dat van mij na een zoveelste gebroken nacht. Je wil duidelijk net als je broer welsprekend en taalkundig worden, maar misschien vertel ik je er best bij dat je dat niet doet door zoveel boeken te verslinden. Toch niet op de manier waarop jij dat doet…

Ik mag je niet vergelijken met je broer, want jullie zijn twee totaal verschillende persoonlijkheden. Dat besef ik maar al te goed. Terwijl ik vroeger soms uren met Sep op mijn arm in de zetel zat, kan jij nu geen minuut blijven zitten (behalve als je melk krijgt, dan blijf je toch wel 5 minuten zitten). Ik ben blij dat je zo graag op ontdekking gaat en dat je waarschijnlijk een erg zelfstandige jongen zult worden. Maar ik knuffel je zo graag. En jij ook, dat merk ik wel. Je kan zo genieten van een knuffel van mij. Maar die moet niet te lang duren, want je bent direct weer afgeleid.

Mijn kleine schat. Mijn happy baby. Ik ben zo benieuwd om te zien wat voor speels ventje jij zal worden. Maar ik wil ook nog even vasthouden aan die kleine momentjes met mijn baby’tje. Nu je nog niet kan weglopen als ik je wil knuffelen. Nog eventjes…

Liefs

Je mama

xx

 

Hoe is dat nu, van 1 kind naar 2?

De vraag die we sinds de geboorte van Warre al meer dan genoeg hoorden. Het verlengde van de “ja, pas maar op, van 1 naar 2, dat is een groot verschil hoor!” van tijdens de zwangerschap.

Awel ja, het is een immens verschil. En we vervallen zelf ook al in dat cliché. Je bent als ouder anders bij kind 2 dan bij kind 1. Schrijfvoer genoeg hierover voor een aparte blogpost.
Maar wat me nog het meeste opvalt, is de tijd die nog eens dubbel zo snel lijkt te gaan. Als je eerste kindje geboren wordt, vraag je je af wat je met al die vrije tijd deed toen je nog kinderloos was. Wel ja, bij kind 2 is dat dus 2 keer zo erg. Dat ervaren wij toch.

Dit weekend waren we voor 24u even opnieuw een gezin met 1 kind. Sep ging bij oma en opa logeren, Warre bleef bij ons. Terwijl de baby een dutje deed, kon ik in alle rust ons diner van ’s avonds voorbereiden. Mijn wederhelft stopte zaterdag wat vroeger met werken, waardoor we nog wat boodschappen konden doen. Warre in de draagzak en gaan. Ik voelde me bijna schuldig tegenover Sep dat ik opmerkte hoe gemakkelijk het toch is met één kind. Alhoewel ik diezelfde gedachte soms ook heb als ik op woensdagnamiddag alleen met hem ben. Dus dat gaat dan gelijk op.

Tijdens ons etentje ’s avonds hadden we het erover met onze vrienden. Daar zaten wij dan te vertellen over onze “zalig rustige zaterdag” en hoe het toch een pak drukker is met twee kinderen dan met één en dat we dat toch weer extra beseffen als we er maar ééntje thuis hebben. Dit zei ik tegen mensen die de laatste maanden met hun ene prachtige dochter bijna even vaak in het ziekenhuis waren als thuis en absoluut (nog) niet aan nummer 2 denken. Ik maakte zelfs de analogie met “people with no kids have no idea“… Gelukkig kennen ze mij en mijn soms wat minder genuanceerde uitspraken goed genoeg om te weten dat ik absoluut niet wil gezegd hebben dat mensen met één kind het niet druk/lastig hebben. (Of dat mensen zonder kinderen het niet lastig kunnen hebben, for that matter.) Ik maakte alleen de observatie dat het bij ons een groot verschil is van een rustige baby Sep naar een iets drukkere kleuter Sep plus een iets drukkere baby Warre.

Soit, verder met de 24 uren met één kind. Zondag hebben we genoten van een rustige ochtend met ons drietjes en zelfs wat quality-time voor ons tweetjes terwijl de baby zijn voormiddagdutje deed. Genoten van de rust. Genoten van onze ene baby. Mijmerend over hoe het was voor de geboorte van Warre.

Toch lichtte ik op toen om 11u onze guitige kleuter aan de deur stond. Blij pronkend met zijn Paw Patrol pyjama die hij van zijn verwen-oma gekregen had.

In de namiddag gingen we naar de kinderboerderij. Met onze twee wakkere, actieve kinderen. Warre probeerde vanuit de draagzak alles te zien wat er rondom hem gaande was. Sep trok mijn arm bijna uit de kom om mij mee te krijgen naar elk nieuw dierengeluid dat hij hoorde.

Op wandel met een kleuter betekent ogen op uw gat hebben. Betekent na een uur een vermoeide kleuter die welgeteld 2 minuten op je schoot blijft zitten. Betekent soms een bange kleuter – vooral als de ezel net iets te enthousiast is over zijn komst. Betekent veel gekwetter, veel ge-wat-is-dat, veel ge-ik-wil-naar-de-…
Op wandel met een baby betekent hongertjes en huiltjes. Betekent wiegend rondstappen aan de zandbak waar de kleuter aan het spelen is. Betekent kaka-pampers op de meest onmogelijke momenten.

Ik heb me al vaak afgevraagd hoe alleenstaande ouders het doen. 1 kind per ouder is soms echt geen overbodige luxe. Oké, je doet het maar hé. Ik doe het ook op de ochtenden en avonden dat ik er alleen voorsta. En soms ben ik op van de zenuwen nog voor ik naar het werk ga. Soms ben ik zo doodop als ze eindelijk in bed liggen, dat ik niets anders meer doe dan in de zetel hangen.
Maar soms start ik mijn dag met een glimlach om wat de jongste overnight geleerd heeft, of om de ongelooflijke monoloog die de oudste weer afgestoken heeft in de auto. Soms smelt mijn hart door de schaterlachjes die Sep bij Warre uitlokt. Soms krijg ik net meer energie als ze flink naar bed gegaan zijn en ik kijk hoe ze vredig liggen te slapen.

Hoe hard ik ook kan zagen over de drukte, de bergen was, de oververmoeidheid,… elke keer prijs ik me op het einde van de dag zo gelukkig dat ik mijn twee zotte, goedlachse, ruziënde, schreeuwende, schattige, blauwogige, soms ietwat neurotische, … kinderen gezond en wel in hun eigen bedje kan leggen.

Het is een fase. Het is een fase. Het is een fase…

De nieuwste fase ten huize Superwoman houdt al (nog maar?) een dikke week aan.

Het begon met Sep die al een tijdje niet meer zo gemakkelijk gaat slapen als vroeger. Altijd nog een extra verhaaltje, nog een dikke zoen. En nog een. En nog een knuffel. Soms is hij bang van de duif en moeten we alle mogelijke verzinsels uit onze mouw schudden om hem gerust te stellen. Soms wil hij gewoon nog niet slapen en zingt hij, leest hij in zijn boek (in het donker) of ligt hij gewoon wat verhaaltjes te vertellen. Soms huilt hij gewoon. Angsten? Geen idee. Dan wil hij dat ik bij hem blijf (jep, mama! Papa is op sommige momenten niet goed genoeg, sorry lieverd…). Dan moet ik op zijn hoofdje/rugje/buikje wrijven tot hij in slaap valt. Als ik mijn hand een seconde te vroeg durf weg te halen, hoor ik zijn zachte stemmetje: “nog wrijven”.

Sinds vorige week gaat ook Warre door een soort ontwikkelingssprong. Tot dan legde je hem gewoon in zijn bed als je zag dat hij moe werd en hij sliep wel. Als een blok. Nu is daar de verlatingsangst, het “vreemd” worden (niet meer in een onbekende kamer willen slapen). In zijn bedje vindt hij de goede houding niet. Zo houdt hij zichzelf uit zijn slaap. Wil je hem wiegen, dan wriemelt hij zich bijna uit je armen. Maar leg je hem neer, dan krijst hij de hele wijk bijeen. Soms lukt het als je hem een halfuurtje laat zoeken in zijn bed. Het gesnik en boze gekreun moet je erbij nemen. Helaas werkt dat meestal niet. En als we “geluk” hebben, zoals afgelopen nacht, slaapt hij ook zodanig licht dat hij zichzelf bij de minste beweging wakker maakt. Of hij is zijn tut kwijt. Of zijn benen zitten vast tussen de spijlen van zijn bed. Of hij ligt niet zoals hij wil. Of hij heeft honger.

Ze houden elkaar uit hun slaap met hun lawaai. Als mijn man en ik samen thuis zijn, nemen we elk een kind voor onze rekening. Als ik alleen ben met de twee kids, zit ik met de handen in het haar. Ofwel moet Warre zijn fles hebben als Sep zijn bedtijdritueeltje ingezet heeft. Ofwel gaan ze beiden op hetzelfde uur naar bed en is het heen en weer lopen tussen de kamers tot ze rustig zijn. Soms staan we om 20u30 beneden, twee stille kindjes en klaar om aan onze avond te beginnen. Op een lastige avond plof ik om 22u uitgeput in de zetel, met de zachte snikjes door de babyfoon op de achtergrond. Te moe om nog te eten. Geen honger meer, eigenlijk.

Alle peuters/kleuters halen alle trucjes uit de kast om langer op te blijven, toch? Dus bij Sep is het een fase. Een fase die we proberen op te vangen door vast te houden aan zijn bedtijdritueeltje. Door zoveel mogelijk op hetzelfde uur te gaan slapen (met een paar uitzonderingen tijdens de vakantie). Door hem ideeën aan te reiken om zelf zijn angsten (voor de verschrikkelijke duif ;)) te overwinnen.

Warre is een gezonde baby die net als alle andere baby’s door ontwikkelingsfases gaat. Die sprongetjes maakt in zijn mentale en fysieke vooruitgang. Uiteraard gaan die sprongetjes gepaard met moeilijke momenten. Als ik hem zo bezig zie in zijn bed, zou het mij niet verwonderen dat hij nog eerder kan kruipen/sluipen dan dat hij mooi rechtop kan zitten. Logisch dat hij geen fan is van die overgangsperiode.

Het is dus een fase. Bij mijn beide zoontjes. Het zal wel over gaan. Dan keert de rust wel terug. En onze nachtrust.

Alleen jammer dat die twee fases tegelijk moeten doorgaan. In de maand voor onze bruiloft.

Nicely planned, Universe! Well done!

Brief aan mijn zesmaandertje

Liefste Warre

Wauw, vandaag ben je 6 maanden oud! Het cliché gebiedt mij te zeggen dat de tijd veel te snel gaat. Al wil ik er toch bij zeggen dat jouw eerste 12 weken op deze wereld bij momenten soms wel tergend traag leken te gaan. Je kende een moeilijke start. Wat de oorzaak was van jouw huilbuien zullen we waarschijnlijk nooit met zekerheid weten. Dat je er alleen maar sterker uit gekomen bent, durf ik wel met voorzichtige zekerheid te zeggen.

Wat ben je ondertussen een gelukkige baby geworden! Jij moet in je hoofd een onwaarschijnlijk goede moppentapper zijn, want soms schiet je uit het niets in een schaterlach. Daar alleen op je speelmat terwijl ik in de keuken aan het werk ben. Ook je broer is voor jou een onuitputtelijke bron van vermaak. En weet je wat, kleine man? Je maakt hem daar zeer gelukkig mee. Nu zegt hij niet meer dat broertje veel weent. Hij zegt nu dat jij weer zo happy bent.

Ik ben blij dat ik jou toch wat langer borstvoeding gegeven heb dan je broer. Het was alsof jij en ik dat nodig hadden. Dat maandje extra voor ons alleen. Ook al ging ik al werken en ging jij al naar de opvang. We hadden die eerste 12 weken goed te maken. Die eerste weken waarin we beiden meer huilden dan genoten van elkaars nabijheid. Nu geniet ik nog steeds zo intens van ons flesmomentje ’s ochtends. Wanneer broer nog slaapt of met papa al in de badkamer staat. Enkel jij en ik in de zetel. Even weg van de hectiek van alledag.

Och Warre, wat word je toch ook al groot! “Ne lange smallen”, zoals de dokter het zo mooi verwoordt ;). Je zou niets liever willen dan dat je al zou kunnen rechtzitten of kruipen. Dat zien we maar al te goed. Je bent ook zo graag “in’t volk”. Dat doet mij vermoeden dat jij iets minder aan moeders rokken zal hangen dan je grote broer. Die gedachte roept gemengde gevoelens bij me op, lieve schat. Wat kijk ik ernaar uit om jou te zien opgroeien tot een durfal die met veel enthousiasme de wereld en de mensen erin wil ontdekken. Maar ik hoop dat je toch ook nog evenveel van een knuffel van je mama zal genieten als je broer doet en zoals jij nu nog doet.

Laat dat opgroeien maar niet te snel gaan. Juist omdat je zo al genoeg aandacht moet delen met je broer, wil ik nog meer vasthouden aan al die kleine momentjes die niet meer terugkomen. Ik wil stilstaan bij elk babystapje. Ik wil extra genieten van elk klein dingetje dat je doet. Ik heb immers het gevoel dat ik dat niet genoeg gedaan heb toen je nog in mijn buik zat en toen je er pas uit was. Overcompensatie, zeker? Hé, neem het jouw sentimentele moeder niet al te kwalijk alsjeblief 🙂 Over enkele jaren zal je het “schaamtelijk” vinden om je moeder een zoen en een knuffel te geven (in het openbaar). Ik wil tegen dan voldoende voorraad opgebouwd hebben om door die puberteit heen te komen 😉

Maar laten we nu nog niet praten over puberen. Dat doe ik al genoeg met je peuterbroer.
Jij bent mijn kleine baby. En dat mag je voor mij nog even blijven!

Liefs

Mama

Over doodnormale zorgenkindjes en overbezorgde moeders

Ik heb twee zorgenkindjes. Of beter gezegd: ik heb zorgen over mijn twee kindjes.
Niet dat ze ernstige ziektes hebben of zo. Ze eten goed, groeien goed en ontwikkelen zich volgens het boekje. Maar toch. Ik heb zorgen over mijn twee kindjes.

Kindje 1, Sep: over de pasgeboren Sep had ik geen zorgen. Het kind blaakte van gezondheid en geluk. Hij was rustig en nooit ziek. Alleen zijn navelbreuk zou ooit eens moeten geopereerd worden als ze niet vanzelf genas, maar soit, zorgen voor later.
Toen kreeg hij de windpokken. En een oorontsteking. En bronchitis. En nog een oorontsteking. En nog één. En nog eens een luchtwegeninfectie.
De buisjes in de oren maakten gelukkig een einde aan de oorontstekingen. Maar niet aan de gevoelige luchtwegen.
Zijn eerste hardgekookte eitje bezorgde hem zijn eerste allergische reactie en zijn eerste trip naar het ziekenhuis voor een bloedtest.
Zijn eerste boterham met Nutella, een paar weken geleden, bezorgde hem zijn tweede allergische reactie. Nog een bloedtest. Jep: allergisch aan ei, hazel-(en waarschijnlijk ook andere)noten en huisstofmijt. Tripje naar de apotheek: EpiPen in tweevoud. Nog nooit las ik een bijsluiter zo nauwkeurig!
Zal ik hem ooit met een gerust hart bij een vriendje laten gaan spelen of op kamp laten gaan? Wat als hij daar koekjes krijgt met hazelnoten of chocolade-eitjes met praliné vulling? Nu zal hij altijd dàt kind zijn. Het kind dat moet zeggen dat hij dat en dat en dat niet mag eten. Nu zal ik altijd zorgen hebben. Allez, ik ben bang dat ik altijd zorgen zal hebben. (ben je nog mee?)

 

IMG_6822
Alweer een accessoire erbij om mijn grote mama-handtas mee te vullen…

 

Kindje 2 dan, Warre: bij hem was het anders dan bij zijn broer. Hij kende een niet zo goede start. Elf weken lang zaten we met onze handen in het haar bij de eindeloze krijsbuien (sorry, maar huilen kon je het bij momenten met de grootste wil ter wereld niet meer noemen). Ik ging op koemelkeiwitdieet. Hij ging aan de maagzuurneutraliserende medicatie.
De hypothese van koemelkeiwitallergie leek mij steeds onwaarschijnlijker, want ik zag geen verandering in de krampen. De medicatie hielp wel tegen de pijn van de reflux. Dat verschil zagen we wel. Verder onderzoeken dan maar. Er werden stalen van Warre’s bloed en andere lichaamssappen afgenomen en onder de microscoop bekeken. Op de echo van zijn buikje zag je veel lucht, maar verder niets speciaals.
Ik hoopte dat ze iets zouden vinden. Eender wat. Maar iets dat we konden behandelen. Dan konden we zijn pijn en het huilen laten ophouden.
Nope. Alles normaal.
Mijn gedachtengang op dat moment: “Er scheelt niets met ons kind. Ik ben gewoon te vermoeid om tegen een huilende baby te kunnen. Want ja, “alle baby’s huilen en ze kunnen niet zeggen waarom, hé!” (serieus, die zin bezorgt me ondertussen ook al het vliegend schijt – pardon my French) Zal het dan blijven zoals het nu is? Of beeldde ik het me allemaal maar in en was het eigenlijk toch niet zo erg als ik het aanvoelde?”

Neen, het was geen verbeelding. Warre had het lastig de eerste 11 weken van zijn leven. Dat is nu nog meer duidelijk. Nu hij het de laatste 3 dagen enkel op een krijsen zette als hij te lang op zijn eten moest wachten of in de maxi cosi moest. Dag en nacht verschil. Ook het lief en mijn mama zeggen dat hij precies een ander kind is. Hij is gelukkig! Hij lacht en speelt zodanig veel dat de opslagruimte van mijn gsm vol staat door de filmpjes en foto’s.  Sep is ook rustiger nu de baby minder huilt. Wij zijn rustiger. We moeten geen kilometers meer afleggen rond de tafel met een baby op de arm.
Het is alsof hij zelf van de dokter moest horen dat er niets mis was. Zijn lichaampje was zich gewoon nog “aan het zetten”. Zijn darmen en maag moesten nog “rijpen”. Hij moest er nog “uit groeien”.
Wat het ook is, het is blijkbaar voorbij.

IMG_6783
Jep, hij kan happy zijn én hij sliep zelfs al eens een nachtje door! Dan zijn wij ook heel happy! 🙂 

Nu ja, zo lijkt het toch.

 

Wij geloven het nog niet helemaal. Hoewel we echt blij zijn dat Warre zich duidelijk beter voelt, blijven we toch sceptisch. In ons hoofd kan hij vanavond weer twee uur liggen krijsen tot hij doodvermoeid in slaap valt op mijn arm. Of ontdekken we over enkele maanden dat hij net als zijn broer buisjes nodig heeft om van eeuwige oorontstekingen af te geraken. Of moet hij ook geopereerd worden aan zijn navelbreukje (jep, it runs in the family…). Of blijkt hij over een jaar ook allergisch te zijn aan de helft van mijn voorraadkast.

Of hij blijft gewoon rustig voortdoen zoals hij bezig is: goed eten, goed groeien en gelukkig wezen. Geen zorgen meer.

We hopen op het beste, ik bereid me voor op het ergste.