Op reis met een peuter en een kleuter

What were we thinking? Een autorit van een dikke 800 km met een kleuter van 3 en een peuter van 1,5! Dé reden waarom we de aankoop van een tablet niet meer wilden uitstellen. Kindvriendelijke apps geïnstalleerd, voor als ze zich niet meer kunnen bezighouden met vrachtwagens spotten. Een koffer volgestouwd met speelgoed, loopfietsjes en opblaasflamingo’s. En een beetje kleren, dat ook nog.

We vertrokken om 4u, “zodat de kindjes dan toch de eerste uren zouden slapen in de auto.” Met twee klaarwakkere kastaars op de achterbank en twee bange hartjes vooraan vertrokken we. Happy dat die kleine kereltjes waren. Nikske kwaad omdat we ze uit hun bed gehaald hadden. Wel enthousiast omdat we “naar Frankrijk” gingen. Ze weten niet wat Frankrijk is, maar er is een zwembad, dus dat is per definitie cool.

12 uur later kwamen we aan op onze bestemming. De nodige tussenstops en een paar kleine driftbuitjes achter de rug en eindelijk dat zwembad in het vizier. De voorbije uren verliepen verrassend vlot en de kindjes sliepen in totaal toch ongeveer de helft van de rit. Prachtkinders hebben wij! Voor de terugreis zullen we nog zien… Ik hou de iPad alleszins in de aanslag. 

Het is natuurlijk niet omdat we de heenreis zo goed doorstaan hebben, dat de rest van de vakantie over rozenblaadjes liep. Neenee, er zaten tot nu toe al genoeg doornen tussen. Het blijven een peuter en een kleuter…
Maar na onze vorige vakanties met één en twee kindjes hebben we wel al één en ander geleerd. We waren dus op sommige hindernissen gelukkig wel voorzien.

routines zijn heilig

Waar je ook bent, behoud zoveel mogelijk je ritme van thuis. Laat de kinderen eten op het uur dat ze normaal eten (ondertussen kan je zelf aperitieven – in den duik dan wel, want anders komen die kinders de chipjes pikken).
Zorg dat de jongste nog een middagdutje kan doen. Het liefste in zijn bedje, maar als het echt niet anders kan, dan kan een autorit op het moment van het dutje ook helpen. Bij ons gasten toch. Ik weet dat niet alle kindjes even gemakkelijk slapen in de auto. Voor hen is dat dan geen optie. Maar misschien slapen zij wel gemakkelijk in de draagzak of buggy? Ken je kind.


Bedtijd kan misschien wel wat later zijn op vakantie, afhankelijk van hoe actief ze nog zijn. Maar wij merken wel dat ze nog graag vasthouden aan het ritueeltje van thuis. Bij ons is dat tandjes poetsen, snoetjes wassen, verhaaltje lezen en nog een beetje over het rugje wrijven. En eerlijk gezegd ben ik er niet rouwig om. Ik heb zelf ook mijn gewoontekes en houd van die kleine ritueeltjes, ook op vakantie. Ik heb volgens mij zelfs mijn eigen “vakantie-ritueeltjes”.

Maak het jezelf gemakkelijk met kinderwagen en draagzak

Niets is vervelender dan een uitstap naar een stadje en een klagende kleuter aan je been omdat je dacht dat hij dat kleine eindje wel kon stappen. Dat kunnen ze dus niet. Of dat willen ze niet. Maar twee buggy’s meenemen lukt niet altijd. Wij hebben alleszins niet genoeg plaats in de auto. Ook tijdens de uitstap zelf lijkt mij dat niet zo praktisch. Maar een draagzak krijg je wel nog gemakkelijk tussen al de rest in de auto gepropt én je hebt je handen vrij tijdens de uitstap. Warre is alvast grote fan, al moet ik wel blijven rondwandelen, zodat meneertje veel kan zien. Sep zit gemakkelijk in de buggy en in het netje onder zijn achterste kunnen wij onze tas kwijt.

Zorg dat je altijd en overal eten bij hebt

Of we nu aan het zwembad gaan zitten of we doen een daguitstap, we hebben altijd een hele voorraad eten mee. Voor kleine tripjes hebben we altijd fruit, koeken en water mee. Voor daguitstappen is daar ook een lading brood, beleg en rauwkost bij.
Wat ze trouwens ook zeggen over maaltijden in pottekes en knijpzakjes met fruit, ik heb er het heil al serieus van ingezien onderweg! Veel gemakkelijker dan een appel schillen en snijden waarvan ze dan maar 2 stukjes eten. En voor de lange ritten heen en terug heb ik voor Warre altijd een maaltijd mee. Ongezonder of wansmakelijker dan wat ze je in die wegrestaurants serveren is het zeker niet! Prefab food for the win! 

Dieren en water zijn altijd goed

 

Oh kijk, wéér een kasteel. Ah, nog een overvolle markt in een stad vol bakstenen. Serieus moeder, alwéér ne wijnboer? Niet zo interessant voor kinderen, al die dingen die wij zo graag bezoeken. Een hagedis op het terras of de paarden van de eigenaars van het domein des te meer natuurlijk! En het zwembad, mama!! Heb je geen van die dingen (van dat eerste betwijfel ik het serieus, ze zitten echt overal jong, die beestjes)? Ga dan op zoek naar een riviertje in de buurt en/of bezoek een (kinder-)boerderij. Succes gegarandeerd.

Er zijn ongetwijfeld nog duusd tips om een vakantie met jonge kinderen te overleven. Maar het belangrijkste is: verwacht niet teveel. Je kan nog plannen om naar een dierentuin te gaan, speciaal voor de kinderen, en je kan daar een uur vastzitten aan de draaimolen waar ze niet meer af willen. Of je kan een kasteel met mooie tuinen bezoeken en het grootste deel van de dag op de speeltuin doorbrengen. Tja, that’s life with kids zeker…

 

 

 

 

Boemama

Het zal wel een fase zijn. Maar toch. Vier kleine woordjes die mijn hart in duizend stukken deden breken. Die mij zo teleurstelden en tegelijk zo boos maakten. Woordjes die ik pas over een goeie 10 jaar voor het eerst verwachtte.

 

“Ik vind mama stom!”

Ik zou dat soms ook wel zeggen mocht ik in hun plaats zijn.

Mama is degene bij wie ze zich moeten haasten.
Mama is degene die hen boterhammen met kaas voorschotelt in plaats van met choco.
Mama is degene die zegt dat ze hun tanden moeten poetsen in plaats van te spelen.
Mama is degene die hun gezichten wast met nat water.
Mama is degene die de dampkap aanzet, zodat ze niet kunnen horen wat Brandweerman Sam zegt.
Mama is degene die ze wegtrekt als ze de ramen van het gemeentehuis aan het wassen zijn. Met hun tong.
Mama is degene die altijd vanalles loopt te regelen in plaats van mee te voetballen.
Mama is degene met wie ze mee moeten naar het gemeentehuis voor een kids-id, met wie ze ook nog even in de apotheek moeten stoppen, enzovoort.
Mama is degene die beslist dat het nu toch écht wel tijd is om te gaan. En neen, niet nog een beetje langer spelen.
Mama is degene die zegt dat je al genoeg snoepjes gekregen hebt van oma en opa en dat je nu eerst wat fruit moet eten en water moet drinken. En neen, appelsap is niet goed.
Mama is degene die beslist dat die favoriete trui in de was moet wegens nu toch écht wel veel te vuil.
Mama is degene die moe is van al dat geregel, gewerk en gehooikoorts.
Mama is dan ook degene die haar geduld wat vaker kwijt is dan ze zou willen. Zeker na die 1000000ste “mamaaaaaa” van de dag.

Maar gelukkig is mama ook degene bij wie ze komen voor een dikke knuffel of een helend kusje op de geschaafde knie.

Dan mogen ze al eens liever bij oma gaan spelen of papa zijn verhaaltje verkiezen boven dat van mij.

Ik ben dan wel wat vaker de boeman, maar ik ben en blijf hun mama.

41 weken in de buik, 41 weken eruit

Liefste Warre

Vandaag ben je exact even lang uit mijn buik als dat je erin gezeten hebt.
Iets meer dan 41 weken lang heb ik je gekoesterd, heb ik je alles kunnen geven wat je nodig had om te groeien van embryo tot baby. Het waren jij en ik, kleine man. Ik was de enige die elk schopje voelde. Ik was de enige die verantwoordelijk was voor jouw welzijn. Je vond 40 weken niet genoeg, je wilde een weekje langer bij mij blijven. 10 dagen om precies te zijn. Ik kan het je ook niet kwalijk nemen.

De 41 weken die daarop volgden, waren een waar contrast met het rustige ronddobberen in mijn knusse baarmoeder. Dat liet je ons in de eerste helft van die 9 maanden ook vaak en duidelijk genoeg weten. Ondertussen ben je opnieuw de happy, beweeglijke baby die ik in mijn buik voelde. Je sluipt als een ware paracommando het hele huis door, maar houdt het liefste even halt bij de platencollectie van je papa. Je boterhammetjes gooi je even graag op de grond als dat je ze in je mond steekt. En doordat die ploetermoeder van jou niet elke dag stofzuigt, vind je de dag erna soms eens een kruimeltje op de grond dat uiteraard perfect kan dienen als tussendoortje.

Je kan je keelgat meer dan open zetten. Als je net iets te lang op je flesje moet wachten, bijvoorbeeld. Maar ook als je geamuseerd bent – meestal door iets wat je broer of je papa doet – kan je die volumeknop behoorlijk opendraaien. Je zwaait ‘dada’ vanaf het moment dat je denkt dat we ergens weggaan/er iemand weggaat en je hebt de ‘high five’ die opa je leerde al goed onder de knie. Trouwens, over knieën gesproken: dat “echte kruipen” en rechtstaan zal ook niet lang meer duren als ik je zo bezig zie…

Jouw taalvaardigheid heb je van je mama geërfd, want dat gebrabbel van jou klinkt hetzelfde als dat van mij na een zoveelste gebroken nacht. Je wil duidelijk net als je broer welsprekend en taalkundig worden, maar misschien vertel ik je er best bij dat je dat niet doet door zoveel boeken te verslinden. Toch niet op de manier waarop jij dat doet…

Ik mag je niet vergelijken met je broer, want jullie zijn twee totaal verschillende persoonlijkheden. Dat besef ik maar al te goed. Terwijl ik vroeger soms uren met Sep op mijn arm in de zetel zat, kan jij nu geen minuut blijven zitten (behalve als je melk krijgt, dan blijf je toch wel 5 minuten zitten). Ik ben blij dat je zo graag op ontdekking gaat en dat je waarschijnlijk een erg zelfstandige jongen zult worden. Maar ik knuffel je zo graag. En jij ook, dat merk ik wel. Je kan zo genieten van een knuffel van mij. Maar die moet niet te lang duren, want je bent direct weer afgeleid.

Mijn kleine schat. Mijn happy baby. Ik ben zo benieuwd om te zien wat voor speels ventje jij zal worden. Maar ik wil ook nog even vasthouden aan die kleine momentjes met mijn baby’tje. Nu je nog niet kan weglopen als ik je wil knuffelen. Nog eventjes…

Liefs

Je mama

xx

 

De cape van deze Superwoman ligt nog in de was

Maar Delphine, je bent toch 5 dagen op vakantie gegaan na je trouwfeest?
Dan kan je er toch weer tegenaan!
Dan kan je toch met volle motivatie weer aan het werk gaan.
Je hebt daar tijdens je reisje toch tijd gehad om wat blogposts te schrijven.
Je bent nu toch weer de uitgeruste mama die tijd en energie heeft voor haar kindjes.
Je kan nu toch zonder problemen de huilbuien van een zieke, tanden krijgende, sprongetjes makende baby aan.
Je kan je nu toch kalm houden als je oververmoeide, schoolgaande kleuter een driftbui heeft.
Je hebt nu geen bruiloft meer voor te bereiden, dus zeeën van tijd!
Meer tijd om de strijk zelf te doen.
Meer tijd om dat boek eindelijk eens uit te lezen.
Meer tijd om je eindeloze to-dolijst af te werken.
Meer tijd om elke avond de afwas te doen.
Meer tijd om je huis proper te houden.
Eindelijk weer structuur in je leven.
Dan is een planning maken toch peanuts.
En je eraan houden al helemaal!
Je kan weer op regelmatige tijdstippen een sportmomentje inlassen.
Opgeladen batterijen, weet je wel!

Sorry, mannekes, die 5 dagen waren niet genoeg om te bekomen van het afgelopen jaar.
Mama heeft voorlopig nog niet alles in de hand.
Ik vrees dat de cape van deze Superwoman nog in de was zit.

Brief aan mijn zesmaandertje

Liefste Warre

Wauw, vandaag ben je 6 maanden oud! Het cliché gebiedt mij te zeggen dat de tijd veel te snel gaat. Al wil ik er toch bij zeggen dat jouw eerste 12 weken op deze wereld bij momenten soms wel tergend traag leken te gaan. Je kende een moeilijke start. Wat de oorzaak was van jouw huilbuien zullen we waarschijnlijk nooit met zekerheid weten. Dat je er alleen maar sterker uit gekomen bent, durf ik wel met voorzichtige zekerheid te zeggen.

Wat ben je ondertussen een gelukkige baby geworden! Jij moet in je hoofd een onwaarschijnlijk goede moppentapper zijn, want soms schiet je uit het niets in een schaterlach. Daar alleen op je speelmat terwijl ik in de keuken aan het werk ben. Ook je broer is voor jou een onuitputtelijke bron van vermaak. En weet je wat, kleine man? Je maakt hem daar zeer gelukkig mee. Nu zegt hij niet meer dat broertje veel weent. Hij zegt nu dat jij weer zo happy bent.

Ik ben blij dat ik jou toch wat langer borstvoeding gegeven heb dan je broer. Het was alsof jij en ik dat nodig hadden. Dat maandje extra voor ons alleen. Ook al ging ik al werken en ging jij al naar de opvang. We hadden die eerste 12 weken goed te maken. Die eerste weken waarin we beiden meer huilden dan genoten van elkaars nabijheid. Nu geniet ik nog steeds zo intens van ons flesmomentje ’s ochtends. Wanneer broer nog slaapt of met papa al in de badkamer staat. Enkel jij en ik in de zetel. Even weg van de hectiek van alledag.

Och Warre, wat word je toch ook al groot! “Ne lange smallen”, zoals de dokter het zo mooi verwoordt ;). Je zou niets liever willen dan dat je al zou kunnen rechtzitten of kruipen. Dat zien we maar al te goed. Je bent ook zo graag “in’t volk”. Dat doet mij vermoeden dat jij iets minder aan moeders rokken zal hangen dan je grote broer. Die gedachte roept gemengde gevoelens bij me op, lieve schat. Wat kijk ik ernaar uit om jou te zien opgroeien tot een durfal die met veel enthousiasme de wereld en de mensen erin wil ontdekken. Maar ik hoop dat je toch ook nog evenveel van een knuffel van je mama zal genieten als je broer doet en zoals jij nu nog doet.

Laat dat opgroeien maar niet te snel gaan. Juist omdat je zo al genoeg aandacht moet delen met je broer, wil ik nog meer vasthouden aan al die kleine momentjes die niet meer terugkomen. Ik wil stilstaan bij elk babystapje. Ik wil extra genieten van elk klein dingetje dat je doet. Ik heb immers het gevoel dat ik dat niet genoeg gedaan heb toen je nog in mijn buik zat en toen je er pas uit was. Overcompensatie, zeker? Hé, neem het jouw sentimentele moeder niet al te kwalijk alsjeblief 🙂 Over enkele jaren zal je het “schaamtelijk” vinden om je moeder een zoen en een knuffel te geven (in het openbaar). Ik wil tegen dan voldoende voorraad opgebouwd hebben om door die puberteit heen te komen 😉

Maar laten we nu nog niet praten over puberen. Dat doe ik al genoeg met je peuterbroer.
Jij bent mijn kleine baby. En dat mag je voor mij nog even blijven!

Liefs

Mama

De ochtendspits

De ochtendspits door de ogen van mijn 2,5-jarige. Want ik denk dat hij dat toch net iets anders bekijkt dan zijn mama.

5u45: Ik ben wakker, best mijn mama laten weten.
“Mamaaaaa, ik ben wakkej!”
Hup, uit bed.
Eens kijken of broertje al wakker is. Anders maak ik hem wel wakker.

“Kom Sep, we gaan naar beneden. We gaan eten.”
Neenee, ik ga eerst nog al mijn boekjes eens bekijken.
Of is er op Warre’s kamer interessanter speelgoed te vinden? Eens gaan kijken.

“Sep, komaan, we gaan eten.”
Oké dan, ik krijg toch wel een beetje honger.
Oei, mama heeft Warre in haar handen. Mij kan ze dus niet dragen. Ik zal zelf moeten stappen op de trap. Oké, dat kan ik wel al, maar het is toch plezanter als mama mij draagt. Dat gaat sneller. Misschien kan mama wel nog mijn boekje dragen. En mijn tractor. En mijn konijn.

Woaaaah, ik was vergeten hoeveel speelgoed ik beneden heb! Oooh! Mijn autootjes! En mijn puzzels! Oeh! Een rammelaar van Warre!

“Sep, jouw melk en boterham staan op tafel. Kom je erbij zitten?”

IMG_5490

“Nèèèèh!” Waarom moet ik toch eten ’s morgens? Laat mij gewoon spelen. Jij mag die boterham zelf opeten! Die fles melk neem ik wel mee.

“Kom Sep, het is tijd om onze tanden te gaan poetsen.”

Hmm, nu heb ik precies toch een hongerke.
“Ik wil nog een boterham! En een yoghurt!”

IMG_7329

6u30: “Kom Sep, nu moeten we ons echt gaan wassen en aankleden! Je mag boven nog wat spelen terwijl mama zichzelf en Warre aankleedt.”

Oké, maar dan moet ik wel mijn boekje en mijn tractors meenemen naar boven. Allezja, mama moet die meenemen. Ze heeft toch nog een hand vrij.

“Kom, we gaan samen onze tanden poetsen!”
Pfff, ik wil nog wat met broertje op zijn speelmat spelen. Laat die moeder van mij maar doen.

“Komaan Sep, tanden poetsen! Mama is al klaar hoor!”
“Nèèèèh! Zie je niet dat ik bezig ben? Ik moet dat kussen bij broertje leggen. En dat boekje. En die pop.”

IMG_7204

Zie je wel, als ik lang genoeg wacht, komt mama me zelf wel halen.
Allez, als het echt moet, zal ik die tandenborstel wel even in mijn mond steken. Mmm, best wel lekker eigenlijk, die tandpasta. “Nog tandpasta!” Nog een beetje bewegen met die borstel in mijn mond. Voilà, klaar!
Serieus mens, ik zei toch dat ik klaar ben! Geloof je mij niet op mijn woord misschien? Wat je zelf doet, doe je beter? Echt, controlefreak, die moeder van mij!

Kleren aandoen. Yeah, tijd voor mama haar cardio! En hup, we rollen naar rechts. En terug naar links. Hahaaa, even haar buikspieren testen! Hihi, pak me dan, als je kan! Misschien toch mijn onderbroek omhoog, loopt net iets gemakkelijker…
“Neeeee, ik wil niet die t-shirt!”
“Nee, ik wil geen broek aandoen!” Ik ga wel in mijn blote billen naar de crèche. De genen van mijn papa gaven mij een mooie kont, dat mag toch gezien worden zeker!

7u15: Weer naar beneden. Zeg moeder, je moet weten wat je wil hé!
Amai, Warre ligt al in zijn maxi-cosi. Nog even broertje een zoen geven.
Nog een beetje spelen.

Jas aan? Waarom? Schoenen aan? Waarom?
Waarom kan ik niet gewoon thuisblijven?

7u30: “Oké, dan ben ik zonder jou weg. Daag, Sep!”

Neenee, wacht! Ik ga toch mee!

 

 

 

Alle ballen in de lucht houden

Ik kreeg een stokje toegeworpen van Evi en het leek me wel leuk om eens te antwoorden op enkele vragen over hoe ik alle ballen in de lucht houd. Allez, die ballen liggen tegenwoordig vaker op de grond dan dat ze in de lucht hangen, maar kom, ik doe mijn best!

134b34d2472c2a4bb0d6dbb6861ce20b_21-274x300
Tekening komt van op http://www.momsandmore.nl/10-tips-omhoog-houden-alle-ballen/

  1. Wat is bij jullie de verdeling van taken als het gaat om kinderen, huishouden etc….
    Doordat ik vaker thuis ben met de kinderen, ben ik logischerwijs meer verantwoordelijk voor hun welbehagen. Maar als het lief op tijd thuis is, neemt hij die taken graag van mij over of steekt hij Sep in bed terwijl ik Warre voed en ons eigen avondmaal bereid. Het is teamwork en we verdelen de taken à la minute. Wij hebben niet echt een vaste taakverdeling opgesteld, al komen we door de omstandigheden wel een beetje in de klassieke rolpatronen terecht wat het huishouden betreft. Ik zorg voor het eten, de was en de kuis. Het lief zorgt voor de tuin, zet de vuilniszakken buiten en neemt de meer technische klusjes voor zijn rekening.
  2. Hoe zorg je dat werk en privé gescheiden blijven?
    Ik kan mijn werk relatief gemakkelijk achter mij laten bij het verlaten van het kantoorgebouw. Ook mentaal. Gelukkig! Voor het bijberoep is dat iets moeilijker. Aangezien dat nog in zijn kinderschoenen staat en mijn leven nu zo veranderd is met de komst van baby 2, is het moeilijker om dat van de privé gescheiden te houden. Ik vind het moeilijk om achter mijn bureau te kruipen als ons huis een puinhoop is. Dan is er geen rust in mijn hoofd. Met de komst van een poetsvrouw binnenkort komt dat (hopelijk) deels in orde.
  3. Welke klusjes in het huishouden heb je opgegeven of laat je als eerste vallen?
    De strijk wordt bijna altijd overgenomen door mijn mama. Als zij op maandag komt babysitten, jaagt ze er een volledige lading strijk door wanneer de kids in bed liggen. Dit vind ik echter niet het meest vervelende klusje. Als ik de fut nog vind, doe ik dat graag zelf ’s avonds voor de tv of zo. De boodschappen doe ik via Collect&Go, wat ook al veel tijd uitspaart. We proberen elke avond de afwas te doen. Dat lukt niet altijd. Zeker niet als je met een krijsende Warre op je arm loopt van 19u tot 21u. Daarna begin je echt niet meer aan de afwas. Dat kan ik je garanderen. En doe je dat toch, chapeau. R-E-S-P-E-C-T!
    Ik heb nu mijn eerste dienstencheques aangevraagd en ga op jacht naar een goede poetsvrouw die om de twee weken mijn huis eens een paar uur onder handen neemt (uitkuisen van het doucheputteke komt met stip op één! 😉). Tips voor goede poetsvrouwen regio Anzegem zijn trouwens altijd welkom!
  4. Wanneer was de laatste keer me-time en wat heb je toen gedaan?
    Afgelopen weekend waren we op familieweekend. Dan konden wij de kinderen even overlaten aan de goede zorgen van tante en grootouders, waardoor ik (samen met het lief) kon genieten van het zwembad, de sauna en jacuzzi aan ons vakantiehuis. Deugd dat dat deed! Toen we op Paasmaandag naar huis kwamen, heb ik het me – nadat ik 4 ladingen was had gedraaid – ook gepermitteerd om een uurtje voor mezelf te nemen en in bad te gaan. Opnieuw: deugd dat dat deed!
  5. Heb je weleens een date night en wat doen jullie dan?
    Met de komst van Sep hadden we afgesproken om maandelijks een date night te houden. Dat hielden we niet goed vol. Ook nu lukt het ons nog niet om op een vast tijdstip date night te houden. Meestal zeggen we gewoon op een bepaald moment tegen elkaar: “we moeten nog eens op date he, ’t is alweer veel te lang geleden.” En dan reserveren we een restaurantje, bellen we de grootouders en gaan we een paar uurtjes op stap met ons tweetjes. Ook een concertje meepikken doen we graag. Maar tegenwoordig val ik al om van de slaap nog voor het voorprogramma gedaan is…
  6. Hoe vaak zie je je vriend(inn)en en wat doen jullie dan?
    Ik zie mijn vriendinnen veel te weinig. Gelukkig bestaat er WhatsApp om tussen de dates door contact te houden. Ik heb een paar goede vriendinnen met wie ik af en toe eens afspreek voor een lunch/brunch of koffie date. Of we spreken af bij iemand thuis, samen met de wederhelften. Dat komt ervan als iedereen bezig is met drukke jobs, huizen verbouwen en kindjes kopen. Dat zal zich wel weer stabiliseren, denk ik. Hoop ik.
  7. Heb je veel contact met je familie?
    Ik zie mijn ouders meerdere keren per week. Op maandag gaan de kinderen bij mijn ouders in plaats van naar de crèche. Daarnaast spring ik geregeld nog eens binnen na het werk. Ik zie hen dus vaak. Mijn zus hoor ik ook vaak, maar zie ik wat minder. Wegens haar drukke job en het feit dat ze in het “verre” Gent woont. Thank God voor WhatsApp (alweer)! Met haar deel ik bijna alles. Openheid en (ongecensureerde) eerlijkheid, zo moet de band tussen zussen zijn. Ik kon geen betere meter kiezen voor mijn kindjes.
    Ook met de grote familie aan moederszijde spreken we vaak af. Voor mijn oma is het niet normaal als ze mij 3 weken niet gehoord heeft, dan belt ze eens om te horen hoe het met ons is en wanneer we nog eens op bezoek komen 🙂 Met Pasen hebben we ons jaarlijks familieweekend. Maar elke gelegenheid is goed genoeg voor mijn oma om ons allen te verzamelen voor zelfgebakken taarten of een bbq in de tuin . Ah, over mijn familie zou ik een hele aparte post kunnen schrijven 🙂
    Mijn lief zijn familie zien we iets minder, maar ook daar is WhatsApp een goede oplossing om de tijd tussendoor op te vullen. Ik ben wel blij dat ik goed overeenkom met mijn schoonzussen en -ouders. En dat mijn ouders en mijn schoonouders goed overeenkomen. Dat is toch belangrijk als je op het punt staat te trouwen, vind ik…
  8. Waaraan kan je als eerste zien dat er eigenlijk veel meer uren in een dag moeten zitten? Oftewel: hoe zien jouw prioriteiten eruit?
    Als het me allemaal weer eens teveel wordt of de vermoeidheid van de gebroken nachten speelt me parten, dan moet het huishouden er als eerste aan geloven. De afwas blijft staan. Na enkele dagen kan je met de kruimels onder de tafel nog een heel gezin voeden. De strijk stapelt zich op. Maar de kinderen zijn altijd gevoed en gewassen. Mijn prioriteiten liggen dus sowieso bij de kinderen. En bij mijn eten. Ik word echt ambetant als het mij niet lukt om voor een deftig avondmaal te zorgen voor mij en mijn lief. Als ik de tijd of de moed niet heb om te koken, dan heb ik “gefaald” als huismoeder. Dan heb ik geen rust in mijn hoofd. Dan kan ik mezelf geen Superwoman noemen. Een Superwoman steekt geen pizza in de oven, maar zorgt voor verse, gezonde maaltijden. In mijn hoofd. (ik projecteer dit enkel op mezelf hé! ik heb me absoluut niet te moeien in de eetgewoontes van anderen en doe dat ook niet)

  9. Doe jij je soms wel eens beter voor dan in werkelijkheid?
    Ja. In die zin dat ik zoveel mogelijk probeer mijn gemoedstoestand mijn dagelijkse leven niet te laten beïnvloeden. Op het werk moet ik mijn werk doen. Daar heeft niemand er boodschap aan dat ik vermoeid ben omdat ik weer amper 3 uur geslapen heb. Of dat ik ambetant loop omdat mijn huishouden een boeltje is. Ik wil niemand lastigvallen met mijn “miserie”, dus ik houd die voor mezelf, zet mijn glimlach op (of mijn neutrale gezicht als een glimlach er niet af kan) en doe wat ik moet doen. Ook als collega’s met wie ik niet echt een speciale band heb vragen naar Warre, dan antwoord ik steevast: “goed ze! Hij eet goed en groeit goed! Meer moet dat niet zijn he”. Eerlijk, al de rest interesseert hen toch niet? Voor hen is het enkel belangrijk dat ik hun project kan afwerken. Ik verdraai de feiten niet, ik deel ze gewoon ook niet 🙂
    Maar dat geldt enkel voor het werk. Deze blog is gebaseerd op eerlijk zijn en tonen dat het moederschap niet alleen (maar natuurlijk soms absoluut wél) uit zeemzoete glossy-magazine-foto’s bestaat. Het zou een beetje contradictorisch zijn als ik me op sociale media, op deze blog of tegen vrienden en familie beter zou voordoen dan ik ben. Ik zou dat trouwens ook niet kunnen volhouden.
  10. Welke tips heb je voor andere moeders?
    Ik ben altijd iemand geweest die doet wat ik denk dat er van me verwacht wordt (door mezelf, mijn ouders, leerkrachten, maatschappij…). Op elk vlak en ook in het moederschap. Dat heeft me al meer paniekaanvallen bezorgd dan gezond voor me is. Mede dankzij deze blog en de (online) community van eerlijke moeders begin ik steeds meer te beseffen dat je moet doen waar je je zélf goed bij voelt. Ze noemen het niet voor niets “moederinstinct” he! Mijn kindjes zijn een goede graadmeter: als zij gelukkig zijn, dan ben ik ook gelukkig en dan weet ik dat ik goed bezig ben!
  11. Waarvan vraag jij je weleens af hoe andere moeders dat aanpakken?
    Alles! Bij veel dingen die ik doe, vraag ik me soms af: “hoe zouden andere moeders dat doen?” Vooral uit interesse, niet omdat ik gefrustreerd ben over de manier waarop ik het doe of zo. Nu gaat het bijvoorbeeld over de zindelijkheidstraining van Sep. Hij doet dat op zijn gemak. We jagen hem daar ook niet in op, als hij zich nog veilig voelt in een pamper af en toe. En eerlijk gezegd doen we het soms ook uit gemakzucht hoor (op familieweekend 2 ongelukjes op één namiddag is niet ideaal…). Maar dan zie ik ouders bij wie het kind op 2 weken zindelijk is en dan vraag ik me weleens af hoe zij dat gedaan hebben en of zo een aanpak ook bij Sep zou werken. Maar dan doen we eigenlijk toch weer verder met onze eigen methode, haha 🙂 

Voilà, there you have it. Hoe ik alle ballen in de lucht probeer te houden. Ik ga niemand taggen, maar ik zou het wel tof vinden als er iemand zich geïnspireerd voelt door deze vragenlijst. Laat het zeker weten in de comments, dan kom ik eens meelezen!

Over doodnormale zorgenkindjes en overbezorgde moeders

Ik heb twee zorgenkindjes. Of beter gezegd: ik heb zorgen over mijn twee kindjes.
Niet dat ze ernstige ziektes hebben of zo. Ze eten goed, groeien goed en ontwikkelen zich volgens het boekje. Maar toch. Ik heb zorgen over mijn twee kindjes.

Kindje 1, Sep: over de pasgeboren Sep had ik geen zorgen. Het kind blaakte van gezondheid en geluk. Hij was rustig en nooit ziek. Alleen zijn navelbreuk zou ooit eens moeten geopereerd worden als ze niet vanzelf genas, maar soit, zorgen voor later.
Toen kreeg hij de windpokken. En een oorontsteking. En bronchitis. En nog een oorontsteking. En nog één. En nog eens een luchtwegeninfectie.
De buisjes in de oren maakten gelukkig een einde aan de oorontstekingen. Maar niet aan de gevoelige luchtwegen.
Zijn eerste hardgekookte eitje bezorgde hem zijn eerste allergische reactie en zijn eerste trip naar het ziekenhuis voor een bloedtest.
Zijn eerste boterham met Nutella, een paar weken geleden, bezorgde hem zijn tweede allergische reactie. Nog een bloedtest. Jep: allergisch aan ei, hazel-(en waarschijnlijk ook andere)noten en huisstofmijt. Tripje naar de apotheek: EpiPen in tweevoud. Nog nooit las ik een bijsluiter zo nauwkeurig!
Zal ik hem ooit met een gerust hart bij een vriendje laten gaan spelen of op kamp laten gaan? Wat als hij daar koekjes krijgt met hazelnoten of chocolade-eitjes met praliné vulling? Nu zal hij altijd dàt kind zijn. Het kind dat moet zeggen dat hij dat en dat en dat niet mag eten. Nu zal ik altijd zorgen hebben. Allez, ik ben bang dat ik altijd zorgen zal hebben. (ben je nog mee?)

 

IMG_6822
Alweer een accessoire erbij om mijn grote mama-handtas mee te vullen…

 

Kindje 2 dan, Warre: bij hem was het anders dan bij zijn broer. Hij kende een niet zo goede start. Elf weken lang zaten we met onze handen in het haar bij de eindeloze krijsbuien (sorry, maar huilen kon je het bij momenten met de grootste wil ter wereld niet meer noemen). Ik ging op koemelkeiwitdieet. Hij ging aan de maagzuurneutraliserende medicatie.
De hypothese van koemelkeiwitallergie leek mij steeds onwaarschijnlijker, want ik zag geen verandering in de krampen. De medicatie hielp wel tegen de pijn van de reflux. Dat verschil zagen we wel. Verder onderzoeken dan maar. Er werden stalen van Warre’s bloed en andere lichaamssappen afgenomen en onder de microscoop bekeken. Op de echo van zijn buikje zag je veel lucht, maar verder niets speciaals.
Ik hoopte dat ze iets zouden vinden. Eender wat. Maar iets dat we konden behandelen. Dan konden we zijn pijn en het huilen laten ophouden.
Nope. Alles normaal.
Mijn gedachtengang op dat moment: “Er scheelt niets met ons kind. Ik ben gewoon te vermoeid om tegen een huilende baby te kunnen. Want ja, “alle baby’s huilen en ze kunnen niet zeggen waarom, hé!” (serieus, die zin bezorgt me ondertussen ook al het vliegend schijt – pardon my French) Zal het dan blijven zoals het nu is? Of beeldde ik het me allemaal maar in en was het eigenlijk toch niet zo erg als ik het aanvoelde?”

Neen, het was geen verbeelding. Warre had het lastig de eerste 11 weken van zijn leven. Dat is nu nog meer duidelijk. Nu hij het de laatste 3 dagen enkel op een krijsen zette als hij te lang op zijn eten moest wachten of in de maxi cosi moest. Dag en nacht verschil. Ook het lief en mijn mama zeggen dat hij precies een ander kind is. Hij is gelukkig! Hij lacht en speelt zodanig veel dat de opslagruimte van mijn gsm vol staat door de filmpjes en foto’s.  Sep is ook rustiger nu de baby minder huilt. Wij zijn rustiger. We moeten geen kilometers meer afleggen rond de tafel met een baby op de arm.
Het is alsof hij zelf van de dokter moest horen dat er niets mis was. Zijn lichaampje was zich gewoon nog “aan het zetten”. Zijn darmen en maag moesten nog “rijpen”. Hij moest er nog “uit groeien”.
Wat het ook is, het is blijkbaar voorbij.

IMG_6783
Jep, hij kan happy zijn én hij sliep zelfs al eens een nachtje door! Dan zijn wij ook heel happy! 🙂 

Nu ja, zo lijkt het toch.

 

Wij geloven het nog niet helemaal. Hoewel we echt blij zijn dat Warre zich duidelijk beter voelt, blijven we toch sceptisch. In ons hoofd kan hij vanavond weer twee uur liggen krijsen tot hij doodvermoeid in slaap valt op mijn arm. Of ontdekken we over enkele maanden dat hij net als zijn broer buisjes nodig heeft om van eeuwige oorontstekingen af te geraken. Of moet hij ook geopereerd worden aan zijn navelbreukje (jep, it runs in the family…). Of blijkt hij over een jaar ook allergisch te zijn aan de helft van mijn voorraadkast.

Of hij blijft gewoon rustig voortdoen zoals hij bezig is: goed eten, goed groeien en gelukkig wezen. Geen zorgen meer.

We hopen op het beste, ik bereid me voor op het ergste.

At the moment

19 dagen, oftewel bijna 3 weken, is het geleden dat ik hier nog eens iets schreef.
Ik kan me het immense gemis bij jullie, mijn trouwe lezers, amper voorstellen. Mijn oprechte excuses daarvoor! Het is er gewoon nog niet van gekomen. Ik vrees ook dat de schrijfmicrobe momenteel even zoek is, net als mijn slaap trouwens… Beiden komen wel terug, hoor. Die laatste zal de eerste wel meebrengen.

Ondertussen is mijn jongste zoon al een maand oud, rockt de oudste de zindelijkheidstraining en vind ik eindelijk nog eens een minuutje tijd om te bloggen. Het wordt een kleine update van ons leven de afgelopen maand, zo zijn jullie ook weer mee 🙂

Ik lees af en toe een blog, veel te laat na publicatiedatum, waardoor reageren zelfs irrelevant wordt. Verder dan dat en Instagram/Facebook checken op mijn smartphone tijdens het voeden kom ik niet.

Ik slaap veel te weinig. Al moet ik zeggen dat er af en toe wel een goede dag/nacht tussen zit. Ze zeggen dat je als mama moet slapen wanneer je kind slaapt. Allemaal goed en wel, àls je kind slaapt natuurlijk… Wegens hevige krampen zijn er dagen dat baby Warre amper eens een kwartiertje aan een stuk kan slapen. “Gelukkig” is hij tegen ’s avonds dan zodanig uitgeput dat hij wel eens een uur of 2 – 3 doorslaapt. Als je je onderling afvraagt wat de criteria zijn om een baby een “huilbaby” te noemen, dan besef je dat er toch iets niet klopt. Hopelijk vinden we snel een oplossing. Het kindje ziet te erg af (en wij ook een beetje).

img_6270
Zo ziet 80% van mijn dag eruit… Gelukkig gaat dit uitzicht nooit vervelen! 

Ik dieet uit noodzaak. Momenteel zitten we met Warres krampen op de piste van koemelkallergie. Aangezien ik borstvoeding geef, is het niet zo simpel als gewoon een andere melk kopen. Nope, mama moet op dieet: geen koemelk en liefst ook geen – of zo weinig mogelijk – soja. Dat is dus verpakkingen lezen in de winkel, vervangingsproducten zoeken en creatief zijn in de keuken. Want als je eens begint rond te kijken, dan vind je echt overal melk in. In paprikachips, in charcuterie, … Ge houdt het niet voor mogelijk! Ik zou ook gewoon kunnen overschakelen op hypoallergene flesvoeding om het mezelf gemakkelijk te maken, maar dat wil ik niet. Ik ben dus gemotiveerd en ik vind het diëten niet eens zo lastig. Gelukkig zijn er genoeg (zij het veelal duurdere) alternatieven.

We plannen onze bruiloft. Jep, nu de zwangerschap en de bevalling achter de rug zijn, wordt het hoog tijd dat we concrete plannen maken voor ons trouwfeest deze zomer. Het schiet al goed op! We hebben een fotografe! We hebben deze week een afspraak met een traiteur/decorateur. En ik heb mijn kleed gevonden! Absoluut niet in “Say Yes To The Dress” stijl. Geen over-the-top jurken. Geen groot gevolg waarin iedereen zijn mening moet hebben. Geen drama. Geen tranen. Wél champagne 🙂

img_6288

Ik laat los. De controlefreak in mezelf had het er bij Sep moeilijk mee om hulp te vragen. Ik moest en zou het alleen kunnen. Zeker met zo een gemakkelijk kind! Andere vrouwen doen dat toch ook! Nu verwelkom ik echter alle hulp die ik kan krijgen. Ik word meer nerveus van een rommelig huis en een veel te hoge berg strijk dan van het idee dat een ander dit voor mij verhelpt. Het idee van “ik moet dat alleen kunnen” heb ik losgelaten. De controle laat ik – deels – los. Hoe flink van mij! Op maandag helpt mijn mama met de kindjes en het huishouden en op vrijdag geniet ik van 4 uurtjes kraamzorg. Terwijl ik dus met een krijsende baby op mijn arm zit, zorgt de kraamhulp ervoor dat de strijk gedaan is en dat we weer een hele lading soep in de diepvriezer kunnen steken. Tussen de voedingen door past zij op Warre, zodat ik uitgebreid kan douchen. Of slapen! De hemel!

 

img_6279
Lekkere soep van de kraamverzorgende 🙂

We maken tijd voor date-night. Met twee kindjes, waarvan één pasgeboren én met frequente, hevige huilbuien, ga je je gemakkelijk opsluiten in je cocon. Ik merk dat ik gelukkiger ben als ik af en toe even weg kan van tussen die 4 muren. Onze relatie heeft het ook nodig. Het lief werkt opnieuw 6 dagen op 7. Wanneer hij thuiskomt verdelen we de kinderen: hij steekt Sep in bed terwijl ik met Warre op de arm voorkom dat het avondeten aanbrandt. Na de afwas (als we er al zin in hebben) crashen we samen in de zetel. Hij vaak nog met de laptop op zijn schoot voor wat administratie. Ik met kleine oogjes kijkend naar niet al te hoogstaande televisie. Vorige week gingen we er dus op uit naar Brussel. Eten bij Nüetnigenough en daarna concertje van UB40 in de AB. Wat heb je meer nodig dan een overheerlijke stoemp, een lekker biertje en wat chille reggae beats? We waren om 23u30 thuis en compleet uitgeteld, maar het had ons zoveel deugd gedaan!

img_6261
Kitsch in het toilet bij Nüetnigenough. Gotta love this! 

Zoals je ook ziet in mijn Instagramfeed, erg bruisend is mijn leven momenteel niet. Ik probeer te genieten van mijn gezinnetje. Ik breng de dagen door op de zetel, met een baby aan mijn borst of snikkend op mijn arm. Al de rest moet tussendoor gebeuren. Deze post is bijvoorbeeld in 4 keer geschreven en de afwas van gisteren moet maar even wachten.
Het voelt alsof de dagen voorbij vliegen, ook al doe ik bijna niets! Ik kan niet geloven dat ik al aan de helft van mijn moederschapsrust ben. Begin april moet ik mijn kleine mannetje achterlaten in de opvang en ga ik opnieuw aan het werk. Dat kan ik me nu nog niet voorstellen…

 

En toen waren we met vier…

Op dinsdag 10 januari blogde ik over de kwelling van het wachten als je je kindje niet op de “afgesproken” datum op de wereld zet.

Wat ik er niet bij vertelde, was dat ik die ochtend al in het ziekenhuis had gestaan. Ik had de maandagavond weeën gekregen en hoewel ze op dinsdagochtend weer minder erg waren, ging ik toch binnen. De monitor tekende een mooie platte lijn. Niks. Geen weeën. Zelfs geen krampje. Wel een erg beweeglijke baby.

Diezelfde dinsdag, rond 13u30, voelde ik weer lichte weeën opkomen. Deze keer gingen ze mij niet liggen hebben! Ik wachtte af. Ik verwittigde het lief nog niet. De teleurstelling alleen al als het weer vals alarm zou blijken te zijn…

Deze keer verminderden ze echter niet.
Op woensdagochtend brachten we Sep naar de crèche en reden we door naar de materniteit.
Jep, de weeën en de ontsluiting waren op gang gekomen. Nu ja, ik zat aan 2 cm (dat was toch al 2 cm meer dan ik bij Sep ooit gehad heb).
De weeën werden heviger en namen weer af. De vroedvrouwen en gynaecoloog van wacht twijfelden of ze mij terug naar huis zouden sturen of niet.
Rond de middag zaten we aan de volle 3 cm. De weeën werden weer heviger.
Blijven dan maar!

Voor het lief moet dit een saaie dag geweest zijn: een beetje lezen, een beetje door het ziekenhuis wandelen met een lief dat om de 5 minuten stopte om tegen een muur steunend te puffen. De nacht brak aan. Slapen deden we niet. Ik niet door de contracties, hij niet door mijn gepuf.
De vroedvrouwen kregen de opdracht om zeker niets te forceren of “in gang te steken”. Op vraag van de patiënt laten we de natuur haar gang gaan (voor zover medisch verantwoord uiteraard). Mijn gynaecologe heeft echt naar mij geluisterd!

Om 3u begeleidde de vroedvrouw mij naar het relaxatiebad. Hemels! Het warme water. De jets die de pijn toch voor het eerste halfuur hielpen opvangen.
Twee uur later was ik het bad beu. Ik ging nog even wandelen. Dan gaat het misschien wat meer vooruit.

En o ja hoor! Het hielp. Mijn water brak spontaan. Hoe cool is dat! Geen inductie nodig gehad. Boojah!

Tegen 6u ’s morgens kan ik niet meer. Het heeft al te lang geduurd. Ik ben te vermoeid en wie weet hoe lang het nog zal duren. Met een bang hartje vraag ik een epidurale. De anesthesist is verbazend grappig voor iemand die pas uit zijn bed gebeld is, maar ik denk alleen maar: “zorg gewoon da ge goed steekt en dat het werkt!”
“Yes, 6 – 1 voor mij!” vergelijkt de anesthesist zich even later met zijn collega die er zich twee jaar geleden aan waagde. De naald zit juist. Ik voel de warmte die je moet voelen. Ik voel mijn achterste in slaap vallen.
Ik, die zo hard controle wil bewaren over alles, word gelukkig van het feit dat ik niets meer voel en dat mijn linkerbeen zelfs lam is.

Met de verdoving kan ik de komende uren met gemak aan. Het lief en ik kunnen zelfs nog even slapen. Stel je voor!

Ondertussen doet mijn lijf verder wat het moet doen. De weeën worden netjes gemonitord en de laatste 4 cm ontsluiting volgen elkaar relatief snel op.

Rond 10u stelt de vroedvrouw voor dat we eens gaan “oefenen” voor het persen, het kindje is er klaar voor. Ze zet de verdoving af, zodat ik de weeën lichtjes kan beginnen te voelen. Nu ja, het is eerder gokken van “ah, ik denk dat ik precies iets voel, ik zal maar persen”. Dat lukt aardig.

De gynaecoloog wordt erbij gehaald. “Hola, precies al goed bezig, zie ik!”.

10 minuten later ligt onze zoon op mijn borst. Het lief knipt de navelstreng door. Ik voel de traantjes opwellen.

img_5999

De verwondering dat wij dit gedaan hebben is zo groot dat ik mezelf toelaat te aanvaarden dat ik een epidurale vroeg. Ok, het is niet hélemaal gegaan zoals ik het had gewild. Want dan had ik het aangekund zonder verdoving. Maar hej, 36 lange uren na die eerste wee had ik het wel gehad… En hej, ik heb dat wezentje wel nog altijd zélf uit mijn lijf geduwd! Ik heb mijn zoon zien geboren worden. Ik heb geen twee uur moeten wachten om een proper gewassen kind in mijn handen te krijgen. Ik kreeg een slijmerig, gerimpeld, huilend wezentje aangereikt dat nog met zijn levenslijn aan mij vast hing.

Dat gevoel van trots en gelukzaligheid overvalt mij ook nu – 16 dagen later – nog af en toe als ik met mijn jongste spruit op mijn borst in de zetel lig.

Warre is er. We did it!