Perfecte dagen

De laatste werkdag van de week bij mijn vaste werkgever. Een super zwemsessie. Prachtige nazomerzon. Het zag ernaar uit dat het zo één van die perfecte dagen zou zijn waarop alles gewoon meezit. Zo mogen er ook al eens zijn hé 😉

Ik zag het al helemaal voor mij, het ging een picture perfect vooravond worden met mijn kindjes waarna ik helemaal ontspannen op mijn yogamat zou neerstrijken.

Ik had Sep beloofd om zijn fiets mee te nemen als ik hem van school ging halen. Dat deed ik ook. In de brandende zon (serieus, die gééft nogal, voor de tijd van’t jaar!) met dat kleine fietsje naar school. Sep was dolgelukkig, hij ging naar huis fietsen, met een mini “omweg” (400m verder) langs de crèche. Mooi! Om hem te ontlasten nam ik zijn jas, boekentas en hele stapel knutselwerkjes (inclusief giant papier maché appel). Hij fietste traag en remde elke 2 meter (dit weekend van papa geleerd hoe hij moest remmen…). Hij fietste de berm in en besloot het op te geven. Ik zal wel leren fietsen als ik groot ben. Hij stapte een beetje verder met zijn fiets aan de hand, het zijwieltje rolde bij elke stap tegen zijn hiel, wat niet hielp om de tranen weg te houden. De laatste 100m naar de crèche wilde hij fietsen, maar hij stapte op, ging wat teveel naar rechts naar zijn goesting en gaf het weer op. Wij de crèche binnen. Warre was froai geweest en had zelfs voor het eerst een plasje achtergelaten in het potje (ja, wij geven daarvoor high-fives en stempels, zo’n ouders zijn wij geworden). Oké, super! De broertjes waren samen en het zou nu wel een gezellig avond worden. Sep was vastbesloten om gewoon met de fiets in de hand verder te gaan en ik liet hem doen. Maar liet hem wel duidelijk verstaan dat hij zelf verantwoordelijk was voor zijn fiets.

We waren nog niet helemaal buiten en Warre begon plots te huilen. Geen idee waarom. Het kind is 21 maanden, uitleg genoeg zeker? “Pakke!”.
Een handtas, een luiertas, een boekentas, een papier maché appel en een peuter. Ne muilezel is er niks tegen..
O ja, en dan begon de kleuter ook te huilen. Geen idee waarom. Hij is een kleuter en het was donderdagnamiddag, 16u30. Uitleg genoeg zeker?
Uiteindelijk wilde Warre toch verder stappen, al stopte hij wel om de meter om ons te wijzen op toch wel zeer opmerkelijke stenen. Op een grindweggetje. You the picture.

één minuut voor het zandgooidrama

Lang verhaal kort: we deden een halfuur over een route van 10 minuten.

En dan nog gaf moeder toe en gingen we langs het speelpleintje. Vooral ook omdat daar een bankje was. Efkes rusten terwijl de kindjes speelden. Ja, natuurlijk! Moeder, ken uw kinders.

Ze speelden welgeteld 1 minuut mooi samen in het zand. Lang genoeg om een foto te maken voor mijn Stories. Tot ik plots de schreeuw hoorde “mamaaaaa, Warre gooit zand op mij!”.

Oké, tegen 17u30 door naar huis, want moeder moet nog koken en om 18u30 vertrekken naar de yoga.

Ge kunt al raden hoe ik op die yogamat terechtkwam zeker?

Eerst momentje van rust: op de parking van het yoga instituut (mooi toch, #indiansummer)

Het is niet altijd kommer en kwel hoor, maar zo ne keer ventileren op de blog, dat doet deugd. Merci 🙂

Ja, ik reken vaak op een babysit. Ben ik nu een slechte moeder?

*Spoiler alert* Neen, dat maakt mij geen slechte moeder!
Maar ik zat weer even met die twijfel, vorige week.

Zoals elke vrijdag stond ik aan de schoolpoort, samen met een andere mama en nog een papa. Het ging over het geregel dat bij kinderen komt kijken en over hoeveel moeilijker het is met 2 dan met 1 kind. En met 3 dan! Zo kwamen we bij het onderwerp “babysit” en de zin die meteen uit de mond van mijn twee gesprekspartners vloeide: “goh, maar ik doe mijn kinders niet graag weg, hoor. Ik zou wel willen, maar ik kan het niet.” (denk daarbij een sappig Zuid-West-Vlaams accent)

Oké, het lijkt me ook moeilijker om 3 kinderen te droppen bij de grootouders voor een weekendje dan 2 kinderen. Want niet iedereen heeft daar plaats voor.
Oké dat je een pasgeboren kindje van amper 4 weken oud niet bij een babysit wilt / durft te laten, dat had ik ook.
Tot daar ben ik dus volledig mee.

Maar ik heb maar twee kinderen en de papa in het gezelschap waarvan sprake heeft er ook 2. De mama in het gezelschap heeft er 3, waarvan eentje amper een maand oud. So I get her. Maar zij had het ook toen ze nog maar 1 kind had.

Ik had dat niet. Of eerder, ik kon mijn kinderen tamelijk snel “achterlaten” in de bekwame handen van mijn ouders en schoonouders. No trust issues daar. Ik vertrouwde op ons huwelijksfeest ook de babysits die met onze twee kinderen alleen in de B&B waren terwijl wij aan het feesten waren. Telkens met de nodige “handleidingen” uiteraard.
Ik heb van februari tot mei heel vaak beroep moeten doen op een ander om mijn kinderen te helpen “opvoeden”, want ik was tijdelijk gehandicapt. Ik had daar niet zoveel moeite mee (wel met het feit dat Warre duidelijk liet blijken dat hij niet gediend was met mijn situatie, maar dat is iets anders en is trouwens al volledig opgelost ondertussen).

Ik voelde even weer die twijfels opborrelen. Ben ik dan zo een slechte moeder? Heb ik niet zo een band met mijn kinderen als zij?
Toen ik het erover had met mijn mama, “prees” zij ook mijn gemakkelijk loslaten van mijn kinderen. Want “ik kon dat niet hoor, wij gingen nergens naartoe zonder jullie.”

Shit, ben ik een verwaarlozende moeder aan het worden? 
Oh nee, vertrouw ik de mensen te snel?
Ben ik roekeloos met mijn kinderen?
Hm, misschien moet ik de grootouders niet zoveel belasten met het oppassen op mijn kinderen. Ik zal dan maar wat meer mijn best doen en wat meer sociale aangelegenheden laten vallen. Dat etentje met die vrienden, is dat écht nodig? Moét ik wel mee naar de opening van die nieuwe brouwerij? Koen en ik kunnen toch ook thuis samen eten, moeten we daarvoor nu echt op restaurant gaan? … 

10 minuten hebben die twijfels geduurd. Niet langer.
Want ja, ik ben een goede moeder. En ja, ik geniet van die sociale activiteiten, als het er dan eindelijk eens van komt. En als ik geniet, ben ik gelukkiger en – o cliché – een gelukkige moeder is een goede moeder.
Voilà, mijn punt is bewezen!
Nu nog dat kleine monstertje wegkrijgen dat die twijfels weer oproept als ik de kinderen afzet bij oma en opa.
Aaaah, ratio vs gevoel…

Ik heb 3 maatstaven om bij te houden of ik het nog goed doe:

1/ de kinderen. Zolang zij niet aangeven dat ze ons te weinig zien, maak ik me geen zorgen.
2/ ikzelf. Zolang ik nog plezier heb in die momenten zonder de kinderen en me er niet slecht bij voel, maak ik me nog niet teveel zorgen.
3/ de babysits. Als de babysits al zouden beginnen te klagen dat ze de kindjes te veel zien, dan zit er écht iets niet snor. Maar nummer 1 en 2 zullen al lang gepasseerd zijn vooraleer ik aan nummertje 3 kom, denk ik.

Voorlopig sta ik nog voor alledrie in het groen (na een korte oranje periode tijdens mijn schouderrevalidatie). Mijn eigen scorebord.

En jij? Laat jij je kinderen gemakkelijk over aan de goede zorgen van grootouders, tantes, babysits…? Of heb je het daar toch moeilijk mee? Ik lees het graag!

 

41 weken in de buik, 41 weken eruit

Liefste Warre

Vandaag ben je exact even lang uit mijn buik als dat je erin gezeten hebt.
Iets meer dan 41 weken lang heb ik je gekoesterd, heb ik je alles kunnen geven wat je nodig had om te groeien van embryo tot baby. Het waren jij en ik, kleine man. Ik was de enige die elk schopje voelde. Ik was de enige die verantwoordelijk was voor jouw welzijn. Je vond 40 weken niet genoeg, je wilde een weekje langer bij mij blijven. 10 dagen om precies te zijn. Ik kan het je ook niet kwalijk nemen.

De 41 weken die daarop volgden, waren een waar contrast met het rustige ronddobberen in mijn knusse baarmoeder. Dat liet je ons in de eerste helft van die 9 maanden ook vaak en duidelijk genoeg weten. Ondertussen ben je opnieuw de happy, beweeglijke baby die ik in mijn buik voelde. Je sluipt als een ware paracommando het hele huis door, maar houdt het liefste even halt bij de platencollectie van je papa. Je boterhammetjes gooi je even graag op de grond als dat je ze in je mond steekt. En doordat die ploetermoeder van jou niet elke dag stofzuigt, vind je de dag erna soms eens een kruimeltje op de grond dat uiteraard perfect kan dienen als tussendoortje.

Je kan je keelgat meer dan open zetten. Als je net iets te lang op je flesje moet wachten, bijvoorbeeld. Maar ook als je geamuseerd bent – meestal door iets wat je broer of je papa doet – kan je die volumeknop behoorlijk opendraaien. Je zwaait ‘dada’ vanaf het moment dat je denkt dat we ergens weggaan/er iemand weggaat en je hebt de ‘high five’ die opa je leerde al goed onder de knie. Trouwens, over knieën gesproken: dat “echte kruipen” en rechtstaan zal ook niet lang meer duren als ik je zo bezig zie…

Jouw taalvaardigheid heb je van je mama geërfd, want dat gebrabbel van jou klinkt hetzelfde als dat van mij na een zoveelste gebroken nacht. Je wil duidelijk net als je broer welsprekend en taalkundig worden, maar misschien vertel ik je er best bij dat je dat niet doet door zoveel boeken te verslinden. Toch niet op de manier waarop jij dat doet…

Ik mag je niet vergelijken met je broer, want jullie zijn twee totaal verschillende persoonlijkheden. Dat besef ik maar al te goed. Terwijl ik vroeger soms uren met Sep op mijn arm in de zetel zat, kan jij nu geen minuut blijven zitten (behalve als je melk krijgt, dan blijf je toch wel 5 minuten zitten). Ik ben blij dat je zo graag op ontdekking gaat en dat je waarschijnlijk een erg zelfstandige jongen zult worden. Maar ik knuffel je zo graag. En jij ook, dat merk ik wel. Je kan zo genieten van een knuffel van mij. Maar die moet niet te lang duren, want je bent direct weer afgeleid.

Mijn kleine schat. Mijn happy baby. Ik ben zo benieuwd om te zien wat voor speels ventje jij zal worden. Maar ik wil ook nog even vasthouden aan die kleine momentjes met mijn baby’tje. Nu je nog niet kan weglopen als ik je wil knuffelen. Nog eventjes…

Liefs

Je mama

xx

 

Hoe is dat nu, van 1 kind naar 2?

De vraag die we sinds de geboorte van Warre al meer dan genoeg hoorden. Het verlengde van de “ja, pas maar op, van 1 naar 2, dat is een groot verschil hoor!” van tijdens de zwangerschap.

Awel ja, het is een immens verschil. En we vervallen zelf ook al in dat cliché. Je bent als ouder anders bij kind 2 dan bij kind 1. Schrijfvoer genoeg hierover voor een aparte blogpost.
Maar wat me nog het meeste opvalt, is de tijd die nog eens dubbel zo snel lijkt te gaan. Als je eerste kindje geboren wordt, vraag je je af wat je met al die vrije tijd deed toen je nog kinderloos was. Wel ja, bij kind 2 is dat dus 2 keer zo erg. Dat ervaren wij toch.

Dit weekend waren we voor 24u even opnieuw een gezin met 1 kind. Sep ging bij oma en opa logeren, Warre bleef bij ons. Terwijl de baby een dutje deed, kon ik in alle rust ons diner van ’s avonds voorbereiden. Mijn wederhelft stopte zaterdag wat vroeger met werken, waardoor we nog wat boodschappen konden doen. Warre in de draagzak en gaan. Ik voelde me bijna schuldig tegenover Sep dat ik opmerkte hoe gemakkelijk het toch is met één kind. Alhoewel ik diezelfde gedachte soms ook heb als ik op woensdagnamiddag alleen met hem ben. Dus dat gaat dan gelijk op.

Tijdens ons etentje ’s avonds hadden we het erover met onze vrienden. Daar zaten wij dan te vertellen over onze “zalig rustige zaterdag” en hoe het toch een pak drukker is met twee kinderen dan met één en dat we dat toch weer extra beseffen als we er maar ééntje thuis hebben. Dit zei ik tegen mensen die de laatste maanden met hun ene prachtige dochter bijna even vaak in het ziekenhuis waren als thuis en absoluut (nog) niet aan nummer 2 denken. Ik maakte zelfs de analogie met “people with no kids have no idea“… Gelukkig kennen ze mij en mijn soms wat minder genuanceerde uitspraken goed genoeg om te weten dat ik absoluut niet wil gezegd hebben dat mensen met één kind het niet druk/lastig hebben. (Of dat mensen zonder kinderen het niet lastig kunnen hebben, for that matter.) Ik maakte alleen de observatie dat het bij ons een groot verschil is van een rustige baby Sep naar een iets drukkere kleuter Sep plus een iets drukkere baby Warre.

Soit, verder met de 24 uren met één kind. Zondag hebben we genoten van een rustige ochtend met ons drietjes en zelfs wat quality-time voor ons tweetjes terwijl de baby zijn voormiddagdutje deed. Genoten van de rust. Genoten van onze ene baby. Mijmerend over hoe het was voor de geboorte van Warre.

Toch lichtte ik op toen om 11u onze guitige kleuter aan de deur stond. Blij pronkend met zijn Paw Patrol pyjama die hij van zijn verwen-oma gekregen had.

In de namiddag gingen we naar de kinderboerderij. Met onze twee wakkere, actieve kinderen. Warre probeerde vanuit de draagzak alles te zien wat er rondom hem gaande was. Sep trok mijn arm bijna uit de kom om mij mee te krijgen naar elk nieuw dierengeluid dat hij hoorde.

Op wandel met een kleuter betekent ogen op uw gat hebben. Betekent na een uur een vermoeide kleuter die welgeteld 2 minuten op je schoot blijft zitten. Betekent soms een bange kleuter – vooral als de ezel net iets te enthousiast is over zijn komst. Betekent veel gekwetter, veel ge-wat-is-dat, veel ge-ik-wil-naar-de-…
Op wandel met een baby betekent hongertjes en huiltjes. Betekent wiegend rondstappen aan de zandbak waar de kleuter aan het spelen is. Betekent kaka-pampers op de meest onmogelijke momenten.

Ik heb me al vaak afgevraagd hoe alleenstaande ouders het doen. 1 kind per ouder is soms echt geen overbodige luxe. Oké, je doet het maar hé. Ik doe het ook op de ochtenden en avonden dat ik er alleen voorsta. En soms ben ik op van de zenuwen nog voor ik naar het werk ga. Soms ben ik zo doodop als ze eindelijk in bed liggen, dat ik niets anders meer doe dan in de zetel hangen.
Maar soms start ik mijn dag met een glimlach om wat de jongste overnight geleerd heeft, of om de ongelooflijke monoloog die de oudste weer afgestoken heeft in de auto. Soms smelt mijn hart door de schaterlachjes die Sep bij Warre uitlokt. Soms krijg ik net meer energie als ze flink naar bed gegaan zijn en ik kijk hoe ze vredig liggen te slapen.

Hoe hard ik ook kan zagen over de drukte, de bergen was, de oververmoeidheid,… elke keer prijs ik me op het einde van de dag zo gelukkig dat ik mijn twee zotte, goedlachse, ruziënde, schreeuwende, schattige, blauwogige, soms ietwat neurotische, … kinderen gezond en wel in hun eigen bedje kan leggen.

De eerste schooldag voor familie Superwoman

Twee blogposts in één week? Say Whuuut? Ik zie het jullie al denken 🙂
Tja, ik heb het hier dan ook te lang verwaarloosd, ondanks dat de inspiratie de afgelopen maanden zeer groot was met al die belangrijke stappen in ons leven. En die wil ik dus nu met jullie delen!

Vandaag is het 1 september. De eerste schooldag na een lange en hopelijk deugddoende vakantie! De allereerste schooldag OOIT voor onze Sep. Eindelijk is de dag aangebroken waar het kind al sinds juni over loopt te fantaseren. Eindelijk naar de klas en niet meer “bij de kindjes”.

Zoals elke Supermoeder was ik al lang op voorhand kei goed voorbereid. Ahum
We zijn naar de kijkdagen/oefenmomenten/… hoe je ze ook noemt – geweest. Daar kon Sep zijn tekentje kiezen. Uiteraard koos het kind voor de taart (dat van die appel en die boom en al…). De juf vertelde er met een glimlach bij dat ze graag heeft dat we op alle spulletjes het kind zijn tekentje zetten. Lap, kon hij nu niet voor de voetbal kiezen? Moeder haalde haar tekentalent dan maar boven. In de kleertjes en zijn rugzak schreef ik gewoon zijn naam. De juf kan toch lezen, veronderstel ik? 🙂

Het voorbeeld
Mijn pogingen

Ik nam de schoolkalender al braafjes over op mijn familie- en iPhonekalender. Ik schreef de nodige allergie-info in het heen-en-weerboekje. Ik zorgde voor een tutje en knuffel voor in het slaapklasje.
Ik zorgde voor een gezond tussendoortje.
Ik was er klaar voor!
En hij ook 🙂
In zijn groene tenue, zoals gevraagd. En met zijn zelf versierde schoen. Ook zoals gevraagd. Met zijn rugzakje op zijn rug. Mijn kleine mannetje naar die grote school.

Knutselen voor de eerste schooldag
De gepimpte schoen 🙂 De verf was tegen deze ochtend ongeveer droog 😉 
Helemaal klaar voor vertrek

 

Ziet em gaan… Mijn grote kleine man

Ik had verwacht dat ik mijn verlegen ventje zou moeten troosten. Dat hij zou willen terugkeren van zodra we de schoolpoort binnen wandelden. Dat ik hem van mijn arm op die van de juf zou moeten doorgeven.

Niets van dat alles!

Het kind ging spelen. Mama moest in het begin wel mee, natuurlijk. Maar dan ging ik van op een afstandje kijken. Toen ik hem van aan het deurgat van de klas teken deed dat ik ervandoor ging, kwam hij wel nog voor een extra dikke knuffel en een dikke zoen. Maar dan ging hij weer verder. Nieuwe dingen ontdekken.

Ikzelf stortte me dan maar op mijn dag vol boodschappen en werk en voor ik het wist was het tijd om hem weer op te halen.
Ik hoorde van ver de muziek al die de lagere schoolkinderen maakten op de speelplaats. Ik stond daar tussen al die andere ouders die met een klein hartje wachtten tot de juf met hun kleine uk naar buiten kwam. Nieuwsgierig om te horen hoe die eerste grote dag verlopen was. Om te weten of er (nog) traantjes gevloeid waren.

Daar kwam hij dan. Met een grote glimlach die nog groter werd als hij zijn mama zag. Hij begon al uitbundig te vertellen nog voor ik hem ook maar één vraag kon stellen.
Ook de juf kwam hem al snel bijtreden in zijn enthousiasme. “Hij heeft het echt goed gesteld hoor, mama.” “Het is echt ne crème van een ventje, hé!”.

Aaaah, zo ken ik onze Sep weer se 🙂

Op naar de volgende 9 schooljaren!

Het is een fase. Het is een fase. Het is een fase…

De nieuwste fase ten huize Superwoman houdt al (nog maar?) een dikke week aan.

Het begon met Sep die al een tijdje niet meer zo gemakkelijk gaat slapen als vroeger. Altijd nog een extra verhaaltje, nog een dikke zoen. En nog een. En nog een knuffel. Soms is hij bang van de duif en moeten we alle mogelijke verzinsels uit onze mouw schudden om hem gerust te stellen. Soms wil hij gewoon nog niet slapen en zingt hij, leest hij in zijn boek (in het donker) of ligt hij gewoon wat verhaaltjes te vertellen. Soms huilt hij gewoon. Angsten? Geen idee. Dan wil hij dat ik bij hem blijf (jep, mama! Papa is op sommige momenten niet goed genoeg, sorry lieverd…). Dan moet ik op zijn hoofdje/rugje/buikje wrijven tot hij in slaap valt. Als ik mijn hand een seconde te vroeg durf weg te halen, hoor ik zijn zachte stemmetje: “nog wrijven”.

Sinds vorige week gaat ook Warre door een soort ontwikkelingssprong. Tot dan legde je hem gewoon in zijn bed als je zag dat hij moe werd en hij sliep wel. Als een blok. Nu is daar de verlatingsangst, het “vreemd” worden (niet meer in een onbekende kamer willen slapen). In zijn bedje vindt hij de goede houding niet. Zo houdt hij zichzelf uit zijn slaap. Wil je hem wiegen, dan wriemelt hij zich bijna uit je armen. Maar leg je hem neer, dan krijst hij de hele wijk bijeen. Soms lukt het als je hem een halfuurtje laat zoeken in zijn bed. Het gesnik en boze gekreun moet je erbij nemen. Helaas werkt dat meestal niet. En als we “geluk” hebben, zoals afgelopen nacht, slaapt hij ook zodanig licht dat hij zichzelf bij de minste beweging wakker maakt. Of hij is zijn tut kwijt. Of zijn benen zitten vast tussen de spijlen van zijn bed. Of hij ligt niet zoals hij wil. Of hij heeft honger.

Ze houden elkaar uit hun slaap met hun lawaai. Als mijn man en ik samen thuis zijn, nemen we elk een kind voor onze rekening. Als ik alleen ben met de twee kids, zit ik met de handen in het haar. Ofwel moet Warre zijn fles hebben als Sep zijn bedtijdritueeltje ingezet heeft. Ofwel gaan ze beiden op hetzelfde uur naar bed en is het heen en weer lopen tussen de kamers tot ze rustig zijn. Soms staan we om 20u30 beneden, twee stille kindjes en klaar om aan onze avond te beginnen. Op een lastige avond plof ik om 22u uitgeput in de zetel, met de zachte snikjes door de babyfoon op de achtergrond. Te moe om nog te eten. Geen honger meer, eigenlijk.

Alle peuters/kleuters halen alle trucjes uit de kast om langer op te blijven, toch? Dus bij Sep is het een fase. Een fase die we proberen op te vangen door vast te houden aan zijn bedtijdritueeltje. Door zoveel mogelijk op hetzelfde uur te gaan slapen (met een paar uitzonderingen tijdens de vakantie). Door hem ideeën aan te reiken om zelf zijn angsten (voor de verschrikkelijke duif ;)) te overwinnen.

Warre is een gezonde baby die net als alle andere baby’s door ontwikkelingsfases gaat. Die sprongetjes maakt in zijn mentale en fysieke vooruitgang. Uiteraard gaan die sprongetjes gepaard met moeilijke momenten. Als ik hem zo bezig zie in zijn bed, zou het mij niet verwonderen dat hij nog eerder kan kruipen/sluipen dan dat hij mooi rechtop kan zitten. Logisch dat hij geen fan is van die overgangsperiode.

Het is dus een fase. Bij mijn beide zoontjes. Het zal wel over gaan. Dan keert de rust wel terug. En onze nachtrust.

Alleen jammer dat die twee fases tegelijk moeten doorgaan. In de maand voor onze bruiloft.

Nicely planned, Universe! Well done!

De ochtendspits

De ochtendspits door de ogen van mijn 2,5-jarige. Want ik denk dat hij dat toch net iets anders bekijkt dan zijn mama.

5u45: Ik ben wakker, best mijn mama laten weten.
“Mamaaaaa, ik ben wakkej!”
Hup, uit bed.
Eens kijken of broertje al wakker is. Anders maak ik hem wel wakker.

“Kom Sep, we gaan naar beneden. We gaan eten.”
Neenee, ik ga eerst nog al mijn boekjes eens bekijken.
Of is er op Warre’s kamer interessanter speelgoed te vinden? Eens gaan kijken.

“Sep, komaan, we gaan eten.”
Oké dan, ik krijg toch wel een beetje honger.
Oei, mama heeft Warre in haar handen. Mij kan ze dus niet dragen. Ik zal zelf moeten stappen op de trap. Oké, dat kan ik wel al, maar het is toch plezanter als mama mij draagt. Dat gaat sneller. Misschien kan mama wel nog mijn boekje dragen. En mijn tractor. En mijn konijn.

Woaaaah, ik was vergeten hoeveel speelgoed ik beneden heb! Oooh! Mijn autootjes! En mijn puzzels! Oeh! Een rammelaar van Warre!

“Sep, jouw melk en boterham staan op tafel. Kom je erbij zitten?”

IMG_5490

“Nèèèèh!” Waarom moet ik toch eten ’s morgens? Laat mij gewoon spelen. Jij mag die boterham zelf opeten! Die fles melk neem ik wel mee.

“Kom Sep, het is tijd om onze tanden te gaan poetsen.”

Hmm, nu heb ik precies toch een hongerke.
“Ik wil nog een boterham! En een yoghurt!”

IMG_7329

6u30: “Kom Sep, nu moeten we ons echt gaan wassen en aankleden! Je mag boven nog wat spelen terwijl mama zichzelf en Warre aankleedt.”

Oké, maar dan moet ik wel mijn boekje en mijn tractors meenemen naar boven. Allezja, mama moet die meenemen. Ze heeft toch nog een hand vrij.

“Kom, we gaan samen onze tanden poetsen!”
Pfff, ik wil nog wat met broertje op zijn speelmat spelen. Laat die moeder van mij maar doen.

“Komaan Sep, tanden poetsen! Mama is al klaar hoor!”
“Nèèèèh! Zie je niet dat ik bezig ben? Ik moet dat kussen bij broertje leggen. En dat boekje. En die pop.”

IMG_7204

Zie je wel, als ik lang genoeg wacht, komt mama me zelf wel halen.
Allez, als het echt moet, zal ik die tandenborstel wel even in mijn mond steken. Mmm, best wel lekker eigenlijk, die tandpasta. “Nog tandpasta!” Nog een beetje bewegen met die borstel in mijn mond. Voilà, klaar!
Serieus mens, ik zei toch dat ik klaar ben! Geloof je mij niet op mijn woord misschien? Wat je zelf doet, doe je beter? Echt, controlefreak, die moeder van mij!

Kleren aandoen. Yeah, tijd voor mama haar cardio! En hup, we rollen naar rechts. En terug naar links. Hahaaa, even haar buikspieren testen! Hihi, pak me dan, als je kan! Misschien toch mijn onderbroek omhoog, loopt net iets gemakkelijker…
“Neeeee, ik wil niet die t-shirt!”
“Nee, ik wil geen broek aandoen!” Ik ga wel in mijn blote billen naar de crèche. De genen van mijn papa gaven mij een mooie kont, dat mag toch gezien worden zeker!

7u15: Weer naar beneden. Zeg moeder, je moet weten wat je wil hé!
Amai, Warre ligt al in zijn maxi-cosi. Nog even broertje een zoen geven.
Nog een beetje spelen.

Jas aan? Waarom? Schoenen aan? Waarom?
Waarom kan ik niet gewoon thuisblijven?

7u30: “Oké, dan ben ik zonder jou weg. Daag, Sep!”

Neenee, wacht! Ik ga toch mee!

 

 

 

Alle ballen in de lucht houden

Ik kreeg een stokje toegeworpen van Evi en het leek me wel leuk om eens te antwoorden op enkele vragen over hoe ik alle ballen in de lucht houd. Allez, die ballen liggen tegenwoordig vaker op de grond dan dat ze in de lucht hangen, maar kom, ik doe mijn best!

134b34d2472c2a4bb0d6dbb6861ce20b_21-274x300
Tekening komt van op http://www.momsandmore.nl/10-tips-omhoog-houden-alle-ballen/

  1. Wat is bij jullie de verdeling van taken als het gaat om kinderen, huishouden etc….
    Doordat ik vaker thuis ben met de kinderen, ben ik logischerwijs meer verantwoordelijk voor hun welbehagen. Maar als het lief op tijd thuis is, neemt hij die taken graag van mij over of steekt hij Sep in bed terwijl ik Warre voed en ons eigen avondmaal bereid. Het is teamwork en we verdelen de taken à la minute. Wij hebben niet echt een vaste taakverdeling opgesteld, al komen we door de omstandigheden wel een beetje in de klassieke rolpatronen terecht wat het huishouden betreft. Ik zorg voor het eten, de was en de kuis. Het lief zorgt voor de tuin, zet de vuilniszakken buiten en neemt de meer technische klusjes voor zijn rekening.
  2. Hoe zorg je dat werk en privé gescheiden blijven?
    Ik kan mijn werk relatief gemakkelijk achter mij laten bij het verlaten van het kantoorgebouw. Ook mentaal. Gelukkig! Voor het bijberoep is dat iets moeilijker. Aangezien dat nog in zijn kinderschoenen staat en mijn leven nu zo veranderd is met de komst van baby 2, is het moeilijker om dat van de privé gescheiden te houden. Ik vind het moeilijk om achter mijn bureau te kruipen als ons huis een puinhoop is. Dan is er geen rust in mijn hoofd. Met de komst van een poetsvrouw binnenkort komt dat (hopelijk) deels in orde.
  3. Welke klusjes in het huishouden heb je opgegeven of laat je als eerste vallen?
    De strijk wordt bijna altijd overgenomen door mijn mama. Als zij op maandag komt babysitten, jaagt ze er een volledige lading strijk door wanneer de kids in bed liggen. Dit vind ik echter niet het meest vervelende klusje. Als ik de fut nog vind, doe ik dat graag zelf ’s avonds voor de tv of zo. De boodschappen doe ik via Collect&Go, wat ook al veel tijd uitspaart. We proberen elke avond de afwas te doen. Dat lukt niet altijd. Zeker niet als je met een krijsende Warre op je arm loopt van 19u tot 21u. Daarna begin je echt niet meer aan de afwas. Dat kan ik je garanderen. En doe je dat toch, chapeau. R-E-S-P-E-C-T!
    Ik heb nu mijn eerste dienstencheques aangevraagd en ga op jacht naar een goede poetsvrouw die om de twee weken mijn huis eens een paar uur onder handen neemt (uitkuisen van het doucheputteke komt met stip op één! 😉). Tips voor goede poetsvrouwen regio Anzegem zijn trouwens altijd welkom!
  4. Wanneer was de laatste keer me-time en wat heb je toen gedaan?
    Afgelopen weekend waren we op familieweekend. Dan konden wij de kinderen even overlaten aan de goede zorgen van tante en grootouders, waardoor ik (samen met het lief) kon genieten van het zwembad, de sauna en jacuzzi aan ons vakantiehuis. Deugd dat dat deed! Toen we op Paasmaandag naar huis kwamen, heb ik het me – nadat ik 4 ladingen was had gedraaid – ook gepermitteerd om een uurtje voor mezelf te nemen en in bad te gaan. Opnieuw: deugd dat dat deed!
  5. Heb je weleens een date night en wat doen jullie dan?
    Met de komst van Sep hadden we afgesproken om maandelijks een date night te houden. Dat hielden we niet goed vol. Ook nu lukt het ons nog niet om op een vast tijdstip date night te houden. Meestal zeggen we gewoon op een bepaald moment tegen elkaar: “we moeten nog eens op date he, ’t is alweer veel te lang geleden.” En dan reserveren we een restaurantje, bellen we de grootouders en gaan we een paar uurtjes op stap met ons tweetjes. Ook een concertje meepikken doen we graag. Maar tegenwoordig val ik al om van de slaap nog voor het voorprogramma gedaan is…
  6. Hoe vaak zie je je vriend(inn)en en wat doen jullie dan?
    Ik zie mijn vriendinnen veel te weinig. Gelukkig bestaat er WhatsApp om tussen de dates door contact te houden. Ik heb een paar goede vriendinnen met wie ik af en toe eens afspreek voor een lunch/brunch of koffie date. Of we spreken af bij iemand thuis, samen met de wederhelften. Dat komt ervan als iedereen bezig is met drukke jobs, huizen verbouwen en kindjes kopen. Dat zal zich wel weer stabiliseren, denk ik. Hoop ik.
  7. Heb je veel contact met je familie?
    Ik zie mijn ouders meerdere keren per week. Op maandag gaan de kinderen bij mijn ouders in plaats van naar de crèche. Daarnaast spring ik geregeld nog eens binnen na het werk. Ik zie hen dus vaak. Mijn zus hoor ik ook vaak, maar zie ik wat minder. Wegens haar drukke job en het feit dat ze in het “verre” Gent woont. Thank God voor WhatsApp (alweer)! Met haar deel ik bijna alles. Openheid en (ongecensureerde) eerlijkheid, zo moet de band tussen zussen zijn. Ik kon geen betere meter kiezen voor mijn kindjes.
    Ook met de grote familie aan moederszijde spreken we vaak af. Voor mijn oma is het niet normaal als ze mij 3 weken niet gehoord heeft, dan belt ze eens om te horen hoe het met ons is en wanneer we nog eens op bezoek komen 🙂 Met Pasen hebben we ons jaarlijks familieweekend. Maar elke gelegenheid is goed genoeg voor mijn oma om ons allen te verzamelen voor zelfgebakken taarten of een bbq in de tuin . Ah, over mijn familie zou ik een hele aparte post kunnen schrijven 🙂
    Mijn lief zijn familie zien we iets minder, maar ook daar is WhatsApp een goede oplossing om de tijd tussendoor op te vullen. Ik ben wel blij dat ik goed overeenkom met mijn schoonzussen en -ouders. En dat mijn ouders en mijn schoonouders goed overeenkomen. Dat is toch belangrijk als je op het punt staat te trouwen, vind ik…
  8. Waaraan kan je als eerste zien dat er eigenlijk veel meer uren in een dag moeten zitten? Oftewel: hoe zien jouw prioriteiten eruit?
    Als het me allemaal weer eens teveel wordt of de vermoeidheid van de gebroken nachten speelt me parten, dan moet het huishouden er als eerste aan geloven. De afwas blijft staan. Na enkele dagen kan je met de kruimels onder de tafel nog een heel gezin voeden. De strijk stapelt zich op. Maar de kinderen zijn altijd gevoed en gewassen. Mijn prioriteiten liggen dus sowieso bij de kinderen. En bij mijn eten. Ik word echt ambetant als het mij niet lukt om voor een deftig avondmaal te zorgen voor mij en mijn lief. Als ik de tijd of de moed niet heb om te koken, dan heb ik “gefaald” als huismoeder. Dan heb ik geen rust in mijn hoofd. Dan kan ik mezelf geen Superwoman noemen. Een Superwoman steekt geen pizza in de oven, maar zorgt voor verse, gezonde maaltijden. In mijn hoofd. (ik projecteer dit enkel op mezelf hé! ik heb me absoluut niet te moeien in de eetgewoontes van anderen en doe dat ook niet)

  9. Doe jij je soms wel eens beter voor dan in werkelijkheid?
    Ja. In die zin dat ik zoveel mogelijk probeer mijn gemoedstoestand mijn dagelijkse leven niet te laten beïnvloeden. Op het werk moet ik mijn werk doen. Daar heeft niemand er boodschap aan dat ik vermoeid ben omdat ik weer amper 3 uur geslapen heb. Of dat ik ambetant loop omdat mijn huishouden een boeltje is. Ik wil niemand lastigvallen met mijn “miserie”, dus ik houd die voor mezelf, zet mijn glimlach op (of mijn neutrale gezicht als een glimlach er niet af kan) en doe wat ik moet doen. Ook als collega’s met wie ik niet echt een speciale band heb vragen naar Warre, dan antwoord ik steevast: “goed ze! Hij eet goed en groeit goed! Meer moet dat niet zijn he”. Eerlijk, al de rest interesseert hen toch niet? Voor hen is het enkel belangrijk dat ik hun project kan afwerken. Ik verdraai de feiten niet, ik deel ze gewoon ook niet 🙂
    Maar dat geldt enkel voor het werk. Deze blog is gebaseerd op eerlijk zijn en tonen dat het moederschap niet alleen (maar natuurlijk soms absoluut wél) uit zeemzoete glossy-magazine-foto’s bestaat. Het zou een beetje contradictorisch zijn als ik me op sociale media, op deze blog of tegen vrienden en familie beter zou voordoen dan ik ben. Ik zou dat trouwens ook niet kunnen volhouden.
  10. Welke tips heb je voor andere moeders?
    Ik ben altijd iemand geweest die doet wat ik denk dat er van me verwacht wordt (door mezelf, mijn ouders, leerkrachten, maatschappij…). Op elk vlak en ook in het moederschap. Dat heeft me al meer paniekaanvallen bezorgd dan gezond voor me is. Mede dankzij deze blog en de (online) community van eerlijke moeders begin ik steeds meer te beseffen dat je moet doen waar je je zélf goed bij voelt. Ze noemen het niet voor niets “moederinstinct” he! Mijn kindjes zijn een goede graadmeter: als zij gelukkig zijn, dan ben ik ook gelukkig en dan weet ik dat ik goed bezig ben!
  11. Waarvan vraag jij je weleens af hoe andere moeders dat aanpakken?
    Alles! Bij veel dingen die ik doe, vraag ik me soms af: “hoe zouden andere moeders dat doen?” Vooral uit interesse, niet omdat ik gefrustreerd ben over de manier waarop ik het doe of zo. Nu gaat het bijvoorbeeld over de zindelijkheidstraining van Sep. Hij doet dat op zijn gemak. We jagen hem daar ook niet in op, als hij zich nog veilig voelt in een pamper af en toe. En eerlijk gezegd doen we het soms ook uit gemakzucht hoor (op familieweekend 2 ongelukjes op één namiddag is niet ideaal…). Maar dan zie ik ouders bij wie het kind op 2 weken zindelijk is en dan vraag ik me weleens af hoe zij dat gedaan hebben en of zo een aanpak ook bij Sep zou werken. Maar dan doen we eigenlijk toch weer verder met onze eigen methode, haha 🙂 

Voilà, there you have it. Hoe ik alle ballen in de lucht probeer te houden. Ik ga niemand taggen, maar ik zou het wel tof vinden als er iemand zich geïnspireerd voelt door deze vragenlijst. Laat het zeker weten in de comments, dan kom ik eens meelezen!