Wat ik geleerd heb van een week fietsen in Frankrijk


Het is ondertussen al bijna een maand geleden dat ik me door mijn papa/coach liet meenemen op enkele fietstochtjes in het heuvelachtige landschap van La Souterraine in Frankrijk. We genoten er van een weekje vakantie met de familie en ik had het fantastische idee om daar dan ook een blog over te schrijven. 

Zo geschiedde, alleen iets later dan gepland (iets met een nieuwe job en workload enzo…). Maar het is ne klepper geworden. Zet u dus efkes op uw gemak, want dit kan wel even duren. 

Een kleine voorgeschiedenis

Een jaar geleden stapte ik voorzichtig, maar met veel goede moed op de fiets. Ik begon met een wekelijks tochtje van 20km langs de Schelde en door de Vlaamse Ardennen. Echte bergen deed ik nooit. Geleidelijk aan werden de toertjes langer en ging de snelheid omhoog, net als de hoogtemeters. Toch ging ik niet spectaculair vooruit. Wat wil je, met één training per week. Gemiddeld. Als er geen zoveelste familiefeest tussenkwam. Mijn doel om de Mont Ventoux op te rijden stak ik even in de koelkast. Laten we eerst wat kleinere bergjes proberen. Een fietsreis zag ik wel zitten. Hoe zou het zijn om (bijna) elke dag van de week in het zadel te kruipen?

Wel, zo was het: 

  • Dag 1 ging fantastisch goed! Op’t gemak begonnen. Daar heeft mijn papa zijn kwaliteiten als coach nog maar eens bevestigd. Ik zou veel te enthousiast gestart zijn en mezelf opgebrand hebben op de eerste berg. We reden op’t gemakske, maar vlotjes, 40km en een dikke 500 hoogtemeters (ter referentie: tot nu toe had ik er gemiddeld 100 op een training). 
  • Op dag 2 kwam dag 1 terug to bite me in the ass. Tamelijk letterlijk. Spieren deden pijn, zitbeentjes drukten door het nochtans rijkelijk aanwezige vet op mijn achterste. Jep, “zware benen”, ze bestaan! Het kan ook aan de rijkelijk vloeiende drank van avond 1 gelegen hebben. Maar ik ben natuurlijk geen sportdokter 😉 
  • Dag 3 was een rustdag. Voor mij toch. Koen nam mijn plaats voor 1 keer in voor een tochtje samen met papa en schoonbroer. Met zijn giga-kuiten en mannenspieren ging hij natuurlijk veel gezwinder die bergen op dan ik, zelfs zonder enige training. Ja, dat steekt nog altijd een beetje. Zelf zat ik ook niet echt stil die dag. Ik startte de dag met een halfuurtje yoga om mijn spieren wat te plezieren (haha, rijmen en dichten… – sorry, I took it too far). 
  • Op dag 3 startte ik met een bang hartje en vroeg ik om een kort toertje. Na de eerste 20km merkte ik dat het toch beter ging dan verwacht, dus we deden er nog een lusje van 10 km bij. Ik weet het, dat klinkt weinig (zeker als je weet dat mijn schoonbroer er gemiddeld 60 à 80 deed op een dag). Maar in dat glooiende landschap vond ik 30km en 460 hoogtemeters al mooi. Diezelfde namiddag deden we nog een wandeling van 4km met de kindjes en daarna deed ik niets meer. Gedaan voor die dag! 
  • Dag 4 was opnieuw een rustdag. Vooral omdat ik samen met mijn papa Koen naar het station van Poitiez bracht. Het enige station in een straal van 100km waar hij die dag de trein naar Parijs kon nemen. Want meneer had de dag erna een bierfestival. De namiddag was voor zwemles met Sep. Dus toch een beetje bewogen. 
  • Op dag 5 maakten we opnieuw een toertje van 40km door het prachtige landschap en de rustieke dorpjes. De spieren wilden goed mee, maar de warmte werkte tegen. Waar ik op dag 1 nog met een coltrui reed, zat ik nu al na 5km serieus in het zweet en op mijn adem te trappen bij 28 graden
Subtiel wegkijkend, zodat ge mijne knalrode kop niet ziet. Slim hé!

Dit heb ik geleerd:

  • Ik moet vaker trainen. Met één training per week ga ik volgend jaar nog niet de Mont Ventoux op geraken. Als ik dus een hoger doel wil ambiëren, moet ik een tandje bijsteken. (I am on a roll here, mannekes!). 
  • Als ik denk dat ik goed bezig ben, merk ik dat ik toch nog traag ben. Mijn schoonbroer reed ook mee en hij deed vaak een toertje extra, zodat hij toch wat kon doorrijden. Oké, hij is meer getraind, maar ik voelde mij soms schuldig dat hij zich zo moest inhouden. Maar goed, elk lichaam is anders gebouwd. Mannen hebben vaak ook meer kracht van vrouwen. Daar moet ik mij bij neerleggen. En voor de rest blijven trainen om vooruit te geraken. 
  • Een fietsreis met een bende dames lijkt mij wel tof. Of gewoon eens proberen meerijden met een ploegje. Om te zien of ik een sociale fietser kan zijn (al vermoed ik dat ik eigenlijk een aso cycling bitch ben).
  • Ik heb nood aan een coach. Niet alleen om de baan te tonen. Ik heb geen gps en rijd zelfs in mijn eigen geboortestreek nog verkeer (geen kei in aardrijkskunde, ikke). Maar ook om mij te begeleiden. Om mij in te tomen in het begin en om me mee te trekken wanneer mijn brein zegt dat het genoeg geweest is.
  • Als je een sportdoel hebt, ga je vanzelf gezonder eten. Vakanties bij ons staan gelijk aan veel en goed eten, aperitieven en achteraf nog gezellig op het terras samenzijn met een drankje (of 2, of 3). Lees: veel brood, chips, kaas en alcohol. En natuurlijk ook wel fruit en groenten. Maar toch. Na de eerste avond hield ik me vooral op vlak van alcohol veel meer in en dronk ik veel meer water. Dat vind ik wel positief van mezelf. Ik dacht niet dat ik het in me had, die discipline. Nice one, Delphine. #speekmedaille
  • Wees voorzien op alle weersomstandigheden. Ook al was het Frankrijk, de eerste dagen reed ik met lange mouwen en een gewone bril. De laatste dag was het 28 graden en waren korte mouwen en een zonnebril aangewezen. Overpacking bestaat niet voor fietsers

En ik was zo gemotiveerd na de reis! Ik heb sindsdien al welgeteld 0 keer op de fiets gezeten. Verdomde Belgische weer. En sociale verplichtingen. En nieuwe werkschema. Wacht, wacht, ik vind nog wel 5 uitvluchten, hoor! 

Maar zaterdag zit ik weer op de fiets! Ze geven toch mooi weer hé?