De schoolpoortmama’s

Ah, het laatste weekend van de paasvakantie. Maandag is het weer school! Sinds ik thuis zit met een geopereerde schouder, probeer ik zoveel mogelijk Sep te voet naar school te brengen en af te halen. Zo moet hij niet naar de opvang en kom ik vlotjes aan mijn 10000 stappen per dag. Win-win.
Ik vind het wel interessant om zo eens om 16u aan de schoolpoort te staan. Tussen alle andere schoolpoortmama’s (en papa’s en oma’s en opa’s, maar vooral mama’s). Als ik ons daar zie staan, allemaal reikhalzend uitkijkend naar de overactieve of oververmoeide kinders die zo meteen door de dubbele deur zullen komen gestormd of geslenterd, dan kan ik een lachje soms niet onderdrukken.

Dan waan ik me immers terug op de middelbare school. Je kan ons opdelen in verschillende groepjes, verschillende types, zoals je dat ook kan bij de jongeren op een middelbare school.

Je hebt de “geroutineerde” ouders, de anciens. Dit zijn ouders wier kinderen al in de hogere klassen zitten. Zij zelf zitten misschien wel in het oudercomité en/of zijn goede vriendjes met de leerkrachten. Ze parkeren hun auto op de gehandicaptenplaats of voor een garagepoort, omdat ze na al die jaren weten dat daar toch nooit iemand anders komt. Ze komen toe met het hoofd opgeheven, begroeten hun gelijken en gaan meteen verder waar ze gisteren gestopt waren met hun gesprek. Zij doen wat ze altijd doen en hebben geen oog voor de andere ouders rondom hen.

Je hebt de hippe mama’s. Zij waren deze namiddag thuis, maar komen net op tijd aan, niet te vroeg, niet te laat, net op het moment dat iedereen nog wat rond zich kijkt en nog niet gefocust is op zijn kind. Zo heeft iedereen hen gezien. Want ze zien er weer goed uit vandaag. Met hun geblondeerde haren in een hoge, strakke staart, met hun grote fancy zonnebril op hun kleine neusjes, met hun loopoutfit nog aan. Geen tijd gehad om te douchen, maar wel om make-up op te doen, hun loopschoenen in te wisselen voor hippe witte sneakers en een blinkend truitje aan te trekken. Het zijn van die moeders bij wie het schijnbaar geen moeite kost om er goed uit te zien. Hun kinderen zijn ook meestal een plaatje, uitgedost in de mooiste kleren en met een engelachtig gezicht. De moederversie van de cheerleaders uit de eerste typische Hollywood highschool film die je nu te binnen schiet.

Je hebt dan nog de rest, de middenmoot. Die zijn niet cool genoeg om bij de hippe mama’s te horen en nog niet ervaren genoeg om zich bij de anciens te scharen. Er is niets echt opvallend aan hen. Dit is eigenlijk de meerderheid van de schoolpoortouders. De gemiddelde ouder, voor de buitenstaander niets mis mee, maar ook niets opmerkelijks.

Als laatste heb je de nieuwkes. Daartoe behoor ik, samen met de andere ouders die zich dit jaar voor het eerst in de schooljungle wagen. Denk aan de eerstejaars op de middelbare school. De eerste maanden van het schooljaar stonden we wat onwennig te draaien. Niet goed wetende waar we behoorden. Tegen de anciens durfden we niet praten, die staan te ver van ons af. Vooraleer we contact mogen zoeken met de cheerleader-mama’s moeten we ons een geschikte tenue aanschaffen. De middenmoot lijkt ons iets minder afstandelijk of bedreigend, maar toch gaan wij niet de eerste stap zetten. Zot, we weten niet hoe het hier zit met die hiërarchie! Gelukkig vinden we snel elkaar. En hebben we snel een gezamenlijk onderwerp om over te praten. Oppervlakkige gesprekken over de kinderen en hun eerste stapjes op school. Ergens in mijn achterhoofd maak ik de bedenking dat wij de volgende generatie schoolpoortouders zijn. In september komt er een nieuwe lading nieuwkes en dan zullen wij langzamerhand onze eigen types vormen. Ik ga voor de cheerleader-moeder, met mijn yogabroek aan, grote zonnebril en nieuwe hippe kapsel 🙂 Nu alleen nog zorgen dat het er allemaal moeiteloos perfect uitziet. De goed geklede engeltjes heb ik al (ahum…).

Ik viseer niemand specifiek en noem geen namen. Als ge u aangesproken voelt, sorry. Maar dat is uw probleem, niet het mijne 🙂

De reverse bucket list

Ik zag deze toevallig bij A Cup of Jo en ik vond het wel nog een leuk gegeven.
Het ligt wat in het verlengde van “The life-changing magic of not giving a F**k”: je niets aantrekken van dingen die je “toch één keer in je leven zou moeten gedaan hebben als je een goed gevuld leven wil” en zo “f**k budget” overhouden voor de zaken die voor jou wel de moeite waard zijn om na te streven. Een omgekeerde bucket list. Dingen die ik nooit zou doen of waar ik gewoon geen moer om geef.

  • Een marathon lopen. Ik loop niet, want mijn gewrichten laten dat niet toe. Gelijkaardige uitdagingen met de fiets zie ik dan weer wel zitten. Na mijn schouderrevalidatie begin ik aan mijn training voor de Mont Ventoux 🙂 🙂 (niet echt, maar misschien ook wel, ge weet maar nooit met mij ;))
  • Bungeejumpen. Serieus, ge weet niet of die rekker het houdt/niet te lang is/… én het enige dat je ervoor in de plaats krijgt is een whiplash. No thanks. Parachutesprong of skydiven liggen in diezelfde lijn, maar schrikken mij net iets minder af. Geen idee waarom. I know, I’m weird like that… Dat “indoor skydiven” lijkt mij wel een leuk begin.
  • Shanghai, Bejing, De Chinese Muur etc. bezoeken. De natuur van Azië zou ik wel nog willen zien, maar stuur me niet naar de grote Oost-Aziatische steden en toeristische trekpleisters waar iedereen over elkaar loopt, waar je al ’t vliegend schijt krijgt van nog maar naar het eten te kijken, waar je niets begrijpt van de rare gebruiken en je amper een meter per kwartier vooruit komt omdat iedereen rondom jou 5000 foto’s moet hebben van God-weet-wat. Naar de rest van de wereld mag je mij wel direct een ticketje boeken! 
  • Een crashdieet volgen. Ik vind het goed zoals het is: hoofdzakelijk gezond, maar met de noodzakelijke zonden. Neem me mijn pasta, puree, sauskes of chocolade af en ik sta niet in voor de gevolgen!
  • Mijn eigen kleren maken. Ik ben al blij als ik een knoop kan aannaaien, maar meer zal je mij niet gauw zien doen. Ik laat dat wijselijk over aan de mensen die er wel verstand van hebben 😉
  • Maden eten. Wat is dat toch met die hype van insecten eten en al? Bij maden denk ik aan KSA kampen waarbij die beestjes na dag 1 lagen te krioelen op de berg etensresten. Die beesten horen daar, bij het afval. Niet op mijn bord, punt.
  • Een geweer hanteren. Naar een shooting range gaan, zoals Lieses wederhelft deed in Amerika, nooit van mijn leven! Ik snap mensen niet als ze zeggen dat ze de belevenis, het gevoel eens willen ervaren om een machinegeweer in hun handen te houden. Allez, ik snap dat dat een bepaalde kick kan geven, maar dat is een kick die ik nooit zal opzoeken.
  • Zingen voor een groot publiek. Geloof mij, ge wilt dat ook niet. En ook: muzieklestrauma’s! Laat mij maar dansen, dat kan ik tenminste.

Zo, minder zaken om een “f**k” om te geven en meer energie voor dingen er wel toe doen voor mij. Meer plaats op mijn bucket list voor ervaringen waarvan ik kan genieten!

Over bompa-petten en chocolade eitjes

Afgelopen weekend was het weer Pasen. Al sinds jaren hét weekend waarop we met de familie aan moederszijde een huisje huren om samen enkele dagen door te brengen. Ondertussen is dat niet meer een “huisje”, maar een behoorlijk huis – met al die lieven en kinders die nu mee zijn. Dit jaar huurden we opnieuw een heel hotel af. We trokken met een kleine 30 man naar naar Retie, één of ander gat dat ik zelfs nu nog niet zou kunnen aanduiden op een blinde kaart. Maar wel mooi én plat – in tegenstelling tot onze Vlaamse Ardennen. Handig voor wandelingen met kindjes en oma’s.

Die familieweekends zijn doorgaans een combinatie van dezelfde activiteiten:

We hebben standaard het aperitieven en eten waarmee we de dagdelen met elkaar verbinden. Wij zijn nu eenmaal een familie van bourgondiërs, wat wil je.

Omdat sommigen onder ons ook nog een beetje gezond willen leven, wandelen of fietsen we de calorieën er altijd wel weer af. Als we een huis hebben met zwembad, zwemmen we de calorieën er ook nog af. Dit jaar was er een trampoline, waar enkel de kindjes gebruik van maakten. Voor de grote kindjes was er een pooltafel. Toch ook een soort sport, hé 😉

Bevoorrading voor de poolspelers

Elk jaar zorgen we ook dat we toch één bezienswaardigheid van de streek gezien hebben. Dit jaar bezochten we de abdij van Postel en haar prachtige – zij het nog niet in bloei staande – kruidentuin. We kochten er ook nog kaas kazen voor bij de lunch op zondag. We brachten op zondagvoormiddag ook nog een bezoekje aan het Zilvermeer waar we wandelden en Sep voor het eerst minigolf speelde.

Op zaterdagavond hebben we altijd spelletjes- of quizavond. Elk jaar wordt die georganiseerd door iemand anders en elk jaar gaat het er leutig en luid aan toe. Dit jaar hadden we een variant op bingo, compleet met met opdrachtjes, quizvragen, bompa-petten en bomma-schorten.

Op zondagochtend mogen de kindjes paaseitjes rapen. Dat is een traditie die er eventjes uit geweest is – als pubers lagen we liever tot 11u te stinken in onze nest dan chocolatten eiers te gaan zoeken die ’s middags toch sowieso op tafel zouden liggen als dessert. Nu zijn er natuurlijk weer kleine kindjes die het super vinden om eitjes te zoeken. En moeders die het super vinden om duust foto’s te maken van die zoekende kindjes *guilty*

De zondagnamiddag is chill-namiddag. Iedereen doet dan een beetje zijn goesting. Wandelen, lezen, koers kijken… Vroeger was mijn papa de enige in die laatste categorie. Dit jaar was er een tv in de eetzaal en zat de voltallige familie al van bij de lunch naar De Ronde te kijken. Af en toe gaf iemand het op – voornamelijk de vrouwen. Ik ging bijvoorbeeld samen met mijn mama en Sep een toertje fietsen. Allez, Sep leerde fietsen op een fiets die eigenlijk nog net iets te groot is, waardoor we steunwieltjes moeten gebruiken – *OMG, steunwieltjes, dat is zo not done volgens de opvoedingsdeskundigen anno 2018*! Mijn mama ging mee om hem te ondersteunen en te begeleiden, zij heeft immers twee armen ter beschikking. Ik ging mee om foto’s en filmpjes te maken met mijn iPhone. Dat kan nog met 1 hand.

Zondagavond en maandagochtend is dan altijd het minst leuke gedeelte: opkuis, valiezen pakken, uitzoeken welk speelgoed nu weer van wie was en afscheid nemen. Allez, toch voor welgeteld 5 dagen, want vrijdagavond komen de dames al samen voor een Mylène-avond en op zaterdag is er een feestje bij mijn tante voor haar verjaardag. Kwestie dat we elkaar niet té veel gaan missen, hé 🙂

En hoe hebben jullie de paasvakantie ingezet? Hebben jullie ook van die paas- of andere familietradities? zijn jullie ook close met jullie familie?

 

Berging make-over

Ik hou van een georganiseerd huis waar alles zijn plekje heeft. Wie mij een beetje kent, weet dat al langer dan vandaag. Van Instagramaccounts als die van The Home Edit word ik echt gelukkig.

We weten echter allemaal dat zoiets in een huis met kleine kinderen nogal een – euhm – uitdaging kan zijn. Als je een peuter hebt die alle kasten opentrekt en een kleuter die zélf zijn koekjes uit de kast wil halen, dan behoudt niet alles zijn vaste plaats. Behalve in de berging. Het interessantste daar voor onze pagadders is de wasmachine, en dan vooral als er een lading was aan het draaien is.

Voor

Die berging van ons is smal en onder de trap, waardoor die op het einde vooral laag is. We hadden er bij onze verhuis 5 jaar geleden een “voorlopig” Ikea-rek gezet. Voedingswaren konden wel in de gigantische voorraadkast in de keuken. Maar dat is 5 jaar geleden, toen we nog met 2 waren en ons leven nog niet de enorme ommekeer gemaakt had die er intussen wel geweest is. Mijn gigantische voorraadkast kreunde onder de jaarvoorraad pasta, rijst, blikken tomatenblokjes en weet-ik-veel die ik kocht. Ik wilde de berging gebruiken waarvoor ze diende: om eten in op te bergen. Voorraad daar, wat in gebruik is in de kast. Mooi overzichtje behouden.

Op een luie zondagvoormiddag kreeg ik het lumineuze idee hoe we dat gingen doen en op zondagmiddag stonden we in de Europoint, kijkend naar de man die onze planken op maat zaagde. De zondag erna was ik mijn rek aan het vullen. Ik heb toch ne fantastische vent hé 🙂

Mijn mannen aan het werk

Ik kocht bakjes en begon al na te denken over de indeling. Het resultaat mag er wel zijn, vind ik. Kijk maar mee.

Alles heeft zijn plekje: een bakje voor aardappelen, voor uien, voor look, voor zoet, voor deegwaren etc…

Zoals alles bij mij is ook dit een work in progress, maar ik ben alvast zeer blij met de ruimte die nu vrijgekomen is! Normaal staat er onderaan nog een emmer en een stofzuiger helemaal achteraan, maar de poetsvrouw was er net mee bezig 🙂 Boven de wasmachine hangen er nog zo twee planken waarop de kuis- en wasproducten staan (de aandachtige lezer ziet hier een stukje van op de eerste en tweede foto). Mooi buiten bereik van de babyhandjes.

De voorraadkast in de keuken kreeg op die manier ook een make-over. Jammer genoeg heb ik daarvan geen voor- en na-foto’s. En ondertussen is die alweer een rommeltje (naar mijn goesting). Nog eens alles proper zetten en dan kan ik daarvan ook wat foto’s tonen, in een andere post.

Next on… den bureau!

Word jij ook zo gelukkig van een geordend huis of ben jij meer van de geordende chaos? Whatever works for you, my dear. Maar ik ben wel curieus 😉

 

Verslag van een maand arbeidsongeschiktheid

Wil je ooit eens écht het gevoel hebben dat je faalt als vrouw? Laat je dan opereren aan je schouder. Ik voel me de laatste weken steeds vaker een “slechte moeder”, een “luie trien”. En dat zal nog een maand zo zijn (of langer). Zonder dat ik er iets aan kan doen.

Laten we beginnen bij het begin en even de achtergrond schetsen: ik heb hyperlaxiteit in mijn gewrichten (aangeboren – kan ik mee leven). Sinds een jaar of 7 heb ik problemen met mijn rechterschouder. Die gaat soms – bij ongecontroleerde bewegingen – uit de kom. “Dat komt door de hyperlaxiteit, gewoon spierverstevigende oefeningen doen bij de kinesist, die ondersteunen je gewrichten dan wel.” Na een MRI-scan in mei 2017 en een tweede opinie in november, werd duidelijk dat het labrum (kapsel) van mijn rechterschouder gescheurd is (“en blijkbaar is dat toch al lang geleden gebeurd”). Operatie is niet super dringend, maar wel noodzakelijk. En o ja, als je wacht tot na mei, dan moet je opnieuw onder de scanner, want dan geldt het onderzoek niet meer. Dus, de operatie werd toch iets dringender. “Maar geen zorgen, na twee weken kan je al van thuis werken hoor. Je zal nog niet met de auto kunnen rijden, maar dat moet een paar weken later ook wel lukken.” Klinkt als een eitje, die operatie. Toch?!

Zeer gedetailleerd revalidatieschema

Zo kwam het dat ik op maandag 26/2 in het UZ Gent in de rij lag voor een schouderoperatie (letterlijk: op de preoperatieve zaal was het de ene na de andere “en voor welke schouder is het bij u, links of rechts?”). Bij mijn ontslagpapieren op 27/2 zat een briefje voor het werk: afwezig tot 30/4.  Oei, niet tot 26/3, zoals ik aan mijn baas liet verstaan op basis van de consultatie? Sh*******t! Moh, we zien wel! Sowieso 3 weken fulltime brace en meteen beginnen met kine, 1x per week. Wie weet halen we 26/3 nog, of desnoods een weekje vertraging. Moet lukken!

Twee dagen heb ik “genoten” van mijn platte rust. Ik lag dan ook nog letterlijk plat onder de pijnstillers, dus veel meer ging gewoonweg niet. De pijn verminderde en zo ook de pijnstillers. Woohoow, dat gaat hier goed vooruit, jong! Ik kan echt al keigoed mijne plan trekken! Zelf aan- en uitkleden, zelf douchen, zelf haar drogen. Je leert veel dingen doen met één arm. Maar zo geraakt ook die tweede schouder overbelast (aja, want mijn gewrichten kunnen dat nog minder aan dan die van een normaal persoon). Dus, niets meer doen. Kindjes in bed steken? Koen. Warre verse pamper nodig? Koen. Koken? Mijn mama en/of Koen. De afwas? Mama en/of Koen. Kindjes oppakken en knuffelen als ze huilen? Iedereen behalve ik.

Spelletjes spelen lukt gelukkig wel nog!

Na anderhalve week had ik het wel gehad. De pijn viel al zeer goed mee. Om te typen moet je je arm toch niet veel bewegen. En ik mag mijn arm al eens even uit de brace halen. Laten we het eens proberen. Vol goede moed ging ik aan de tafel zitten met mijn mailbox voor mij. Ik ging wat mails beantwoorden. Welgeteld één mail heb ik geschreven. Ik deed 10 minuten over 10 zinnen, deed meteen de brace weer aan en haalde het ijspak uit. Out voor de rest van de dag. En nog een Dafalgan, graag!

De kinesiste is lovend over mijn vooruitgang. Mijn gewrichten zijn absoluut niet stijf (neuh, écht?). Ze zou verder kunnen gaan dan ze doet, maar ze merkt dat het teveel pijn doet. Dat komt wel goed, jong! Het is nu eenmaal een schouder, hé. Dat herstel duurt lang. F**K

Dit weekend was het opendeurweekend in de brouwerij. Een evenement dat ik samen met de brouwers georganiseerd heb. Door de operatie heb ik veel meer moeten delegeren dan ik wou. Zowel in de voorbereidingen als op het weekend zelf. Maar zoals we mezelf kennen, kon ik het ook niet laten om tijdens het weekend te helpen. Met de brace continu aan, weliswaar. Maar toch. Je kan toch ook 2 flesjes in je hand houden met die brace aan? Dacht ik. Deed ik. Ongeveer 100 keer op 1 dag. Op maandag extra Dafalgans, ijs en platte rust. Eigen schuld, dikke bult. Terug naar af.

Ik beslis wat we eten, hij maakt het klaar. Een beetje zoals op restaurant 😉

Dan heb ik nog niet vermeld dat Sep de griep had de afgelopen week. Als moeder je eigen kind dat ligt te rillen van de koorts niet kunnen helpen? HEL, zeg ik u! Zelf liep ik al lichtelijk geïrriteerd door het – naar mijn goesting – te trage herstel en de pijn. Daarbovenop nog een jammerend kind dat je niet kan helpen, behalve door hem een glas water te brengen en hem zoentjes te geven. Het is wat veel voor mijn hoofdje. I know, je moet je optrekken aan die kleine dingetjes. En er zijn zoveel mensen die zoveel erger meemaken. Maar als je jongste zoon het opgegeven heeft om bij jou te komen huilen voor een knuffel of om opgepakt worden en dan maar liever getroost wordt door oma/opa/papa, dan doet dat pijn. Dan voel je je de slechtste moeder ter wereld.

Maar ik kan er niets aan doen. Ik kan nu met twee handen typen als ik in de zetel zit met mijn laptop op mijn schoot. Want dan kan mijn arm gewoon rusten, hoef ik hem niet op te heffen. En zelfs nu moet ik met mijn linkerhand mijn rechterarm optillen om hem op mijn toetsenbord te leggen. Zelfstandig kan ik mijn hand zo’n 10 cm van mijn lichaam brengen, als ik rechtsta, met gestrekte arm. Als ik mijn arm ophef met mijn linkerhand, komen we aan 30 cm, woohoow, de vooruitgang!

Het is erg vervelend als je thuis zit met een letsel: je voelt je niet ziek, dus je wil vanalles doen, nu je toch eens thuis bent. Maar je kàn niet. Als je met je been in het gips ligt, kan je nog strijken of een t-shirtje maken voor je dochter (als je wat naaitalent hebt). Maar ik kan zelfs geen boodschappenlijstje opschrijven! Het bullet journal dat ik met veel goesting gestart was in oktober ligt daar nu. Nikske agenda schrijven, lijntjes trekken en lijstjes aanvullen. Boeken lezen. De klepper “Het smelt” las ik op een dikke week uit. Nogal chapeau voor iemand die anders 2 maand doet over een boekje van 200 pagina’s. TV kijken. Misschien eens Netflix overwegen. Maar dan word ik nog meer een couch potato. Wandelen, Sep weer te voet naar school brengen. Zou het lukken om naar de slager te gaan met 1 arm? Ik probeer het morgen uit! We trekken onze plan wel.

En hé, ik heb deze tekst op drie kwartier getypt. Met twee handen. We maken vooruitgang, jong!
En dan nu ijs, brace weer aan en een paracetamolleke 🙂

#ouderzonden – Hoofdzonde 7: Acedia -mañana mañana enal!

De zevende en laatste hoofdzonde in de #ouderzonden reeks van Romina en Annelore is Acedia: gemakzucht, luiheid, traagheid. Oftewel: hoe ga je om met de druk die van jongs af aan op kinderen (en dus ook hun ouder(s)) gelegd wordt. Doe je mee aan de ratrace of ben je meer manana manana?

Onze kinderen zijn 3 en 1, dus veel druk op vlak van studies, sociaal leven en hobby’s hebben we nog niet ervaren. Maar natuurlijk is er altijd wel dat vergelijken en dat “amai, kan die dat nog niet?” en dat “de mijne stapte al op 10 maand, ze!”. Awel, goed voor u. Die van mij waren 15 en 14 maanden bij hun eerste zelfstandige stapjes. En ik denk niet dat dat enige gevolgen heeft voor hun latere intellectuele en motorische ontwikkeling. Want wij hebben perfect normale, gezonde kinderen en zouden ons pas zorgen maken als de kinderarts zich zorgen maakt. Zoals het zo mooi in de boekjes van de Gezinsbond staat: het gemiddelde kind bestaat niet. Het ene kind is sneller in bepaalde zaken en trager in iets anders.

Die visie willen we doortrekken in de opvoeding van onze kinderen. Ikzelf heb me na mijn studies vaak “geplooid” naar wat anderen van mij wilden, wat anderen vonden dat bij mij paste of wat praktisch het beste was (“word maar leerkracht, dan heb je veel vakantie en ben je thuis als de kinderen – die ik toen bijlange nog niet had – thuis zijn”). Dat wil ik niet voor mijn kinderen. Ik wil dat mijn kinderen zelf hun passie zoeken. Is dat in den bouw of als chirurg, daarin zijn ze volledig vrij. Het enige dat ik wil is dat ze hun best doen als ze voor iets kiezen. Als ze een doel voor ogen hebben, dan moeten ze ervoor gaan en beseffen dat ze ervoor moeten werken. En ze mogen enkel naar zichzelf luisteren, niet naar de bekommernissen van anderen (zelfs van ons) die denken dat het te moeilijk is of niet praktisch of dat ze er niet rijk van gaan worden. Doe wat je graag doet, alsjeblieft! Wij zullen onze boys daarin uiteraard ondersteunen en begeleiden. Want op je 12 jaar weet je nog niet wat je de rest van je leven wil doen. Ik ben 30 en begin nu pas in te zien welke richting ik écht uit wil, wat IK WIL. Niet wat een interessant vervolg kan zijn op mijn studies. Van mij mogen mijn kinders zoveel studeren als ze willen. Doen ze daar nog een doctoraat bij of willen ze 3 diploma’s? Of willen ze op hun 18 gaan werken? Allemaal goed voor mij. Zolang ze hun best doen en niet opgeven bij de eerste hindernis. Zoeken hoort bij het leven (bewijsstuk nummer 1 is deze tekst aan het typen). Dus laat ze maar zoeken. Wij staan klaar met kompas en kaart.

Ook met hobby’s is dat hetzelfde. Ik zou het zeker de max vinden als één van mijn zonen breakdancer wordt of een muziekinstrument bespeelt en als ze naar de jeugdbeweging gaan. Ik wil echter geen geld uitgeven aan een hobby die ze alleen maar doen omdat wij willen dat ze dat doen. En nog minder omdat “de maatschappij” vindt dat ze dat moeten doen. Laat een kind een kind zijn. Voldoende beweging is belangrijk, maar dat kan ook in de tuin met een bal of de fiets. Dat hoeft niet per sé op voetbaltraining te zijn. Willen ze daarnaast nog een creatieve hobby? Be my guest!

We go with the flow enal als het op de opvoeding van onze kinderen aankomt. Wij kunnen hen alleen maar bepaalde waarden en normen meegeven en hen zoveel mogelijk laten proeven van de wereld. Als ze opgroeien tot open minded, beleefde en gedreven jongens, dan kunnen wij alleen maar blaken van trots. 

Zo, dit was het in deze reeks (de andere hoofdzonden vind je hier) . Het deed me nadenken over mijn opvoedingsfilosofie. Bij sommige onderwerpen – zoals bovenstaande – was het wat gokken naar hoe we het later zullen aanpakken. Ik heb geen glazen bol en over 5 jaar zal ik misschien heel anders over bepaalde zaken denken. Maar dit is hoe ik het nu voor ogen heb. We zien wel hoe het uitdraait. Jullie zullen het alleszins kunnen volgen op deze blog!

En hoe is dat trouwens bij jullie? Ervaring met de ratrace en de druk? Of glijdt dat allemaal van je af?

 

#ouderzonden – Hoofdzonde 6: Ira oftewel woede

In de ideale wereld hebben we allemaal voorbeeldige kindjes en zijn wij ouders die nooit hun geduld verliezen. De wereld is echter verre van ideaal en wij verre van perfect. Dus ja, wij worden al eens boos op onze schatten van kindjes. De zesde #ouderzonde is dan ook Ira, woede. Waarmee duwen je kinderen op jouw (spreekwoordelijke) knoppen?

Ik ga deze vraag beantwoorden met enkel Sep in mijn hoofd. Warre is amper een jaar oud en hoewel hij wel een clever ventje is dat goed genoeg weet wat hij wel en niet mag, toch laat ik hem erbuiten. Hij is nog op onderzoek, aan het verkennen waar de grenzen liggen. Veel van zijn acties zijn nog impulsen, daar kan je niet kwaad om worden. Daarin moeten we hem sturen. Ook Sep zit nog in een fase waar hij uit moet groeien en bij een paar van onderstaande zaken weet ik dat hij er niet aan kan doen. Maar het neemt niet weg dat ik behoorlijk mijn geduld kan verliezen. Vooral als ik moe ben nadat zowel Sep als Warre een slechte nacht hadden.

Wat iedereen in onze omgeving al wel gemerkt heeft, is dat Sep traag is. Niet intellectueel gezien, verre van. Maar in zijn handelingen. Niet omdat hij het motorisch niet kan, absoluut niet. Gewoon omdat hij het op zijn tempo wil doen. Je kan hem ook op geen enkele manier opjagen zonder een driftbui over je heen te krijgen. Omdat hij eerst nog alle blokken op een rijtje moet leggen. Omdat hij eerst nog iets wil drinken. Omdat hij eigenlijk liever heeft dat we hem helpen (de luiaard!). Omdat hij afgeleid is door een pluisje op de vloer. Omdat hij na 6 keer nog niet gehoord heeft dat WE NU ECHT WEL DOOR MOETEN. You get my drift… Heel vervelend, vooral op een weekochtend, als hij op tijd op school moet zijn en wij op ons werk. Dan durven we ons geduld al eens te verliezen. We weten ondertussen wel dat we met hem een halfuur op voorhand moeten beginnen met ons klaar te maken, maar dan nog…

Nog zoiets, dat gelukkig niet zo vaak voorkomt, is zijn besluiteloosheid. Als hij na 10 minuten twijfelen eindelijk beslist dat hij een appel wil, dan ben je blij dat je die appel in stukjes kan beginnen te snijden. Als je die dan onder zijn neus schuift, komt daar plots die pruillip en het zinnetje “maar ik wil geen appel, ik wil een banaan!” AAAAAAARGH We troosten ons met het idee dat dit maar een fase is (toch??). En dat hij over een paar jaar gewoon zelf zijn appel neemt. Of zijn banaan.

Ik steek het voorlopig nog op de terrible three, maar dat wenen/kwaad worden zonder reden is soms behoorlijk lastig. Of soms is er wel een reden, die hij na zijn eerste snik al vergeten is. Of soms is de aanleiding zo klein (in onze ogen), dat die de driftbui niet waard is. Wat zal ik blij zijn als hij zijn gevoelens leert te uiten. Zeggen ze trouwens niet dat deze fase een voorsmaakje is van de puberteit? Dan hou ik mijn hart al vast…

O ja, het beste van al is dat al het bovenstaande gecombineerd wordt tot een serieus ochtendhumeur. Tof ze 🙂

Waarmee kan jij bij je kinderen echt wel eens je geduld verliezen?
Mijn andere #ouderzonden lees je hier. Die van andere bloggers lees je hier.

Superwoman van 10 naar 1

Ik zag dit “stokje” passeren bij o.a. Kelly, Kelly en Josefien en het leek me wel leuk om nog eens wat feitjes over mezelf met jullie te delen. Als jullie je geroepen voelen om hetzelfde te doen, daarvoor zijn de comments! Of laat een link achter naar jouw blog, dan kom ik zeker lezen!

10 dingen over mezelf

Taalnazi / sporter met zin voor afwisseling / controlefreak / psychological work in progress / zorgzaam / altijd met eten bezig / music is my life / niet altijd even elegant / niet bang om mijn handen vuil te maken / introvert podiumbeest

9 dingen die ik leuk vind

verse bloemen in huis / zingen (soms tot ergernis van mijn naasten) / de eerste tekenen van de lente / event planning / etentjes (thuis of op restaurant, met 2 of een hele bende) / organiseren en ordenen / het perfecte interieur-idee krijgen en uitvoeren / koken / onverwachte, hilarische quotes van Sep

8 dingen die ik niet leuk vind

onrechtvaardigheid / tegenliggers op een veel te smal landweggetje / arrogantie / Bazart (en daarmee haal ik nu waarschijnlijk de toorn van half vrouwelijk Vlaanderen op mijn nek) / mijn eigen eeuwige getwijfel (aan mezelf) / bloemen die veel te snel verwelken / ziek zijn en zo anderen tot last zijn / mensen die afspraken of een planning niet nakomen en zich daar niets van aantrekken

7 plekken waar ik graag ben

bij mijn mannen / in de veranda bij mijn ouders / alleen in mijn auto op een wegje tussen de velden, met goeie muziek op de radio / eender welke stad die me weet te raken / in mijn keuken / op de koersfiets langs de Schelde / aan de tafel aan het schrijven met zicht op ons zonnige tuintje

6 manieren om mijn hart te winnen

oprecht zijn / het nieuwe gerecht dat ik je voorschotel met veel smaak binnenspelen / humor hebben en van mijn humor houden / in mij geloven en mij motiveren / onbevooroordeeld zijn / relativeren wanneer ik dat niet kan

5 plaatsen waar ik nog / terug heen wil

opnieuw: New York / Algarve
voor het eerst: roadtrip USA / Noorwegen / Zuid-Afrika

4 dingen waar ik niet zonder kan

muziek / horloge / eten / sport op tijd en stond

3 lievelingsliedjes (in willekeurige volgorde)

echt, maar 3 ??????
Listen to the man – Georges Ezra (openingsdans – duh!)
Better together – Jack Johnson
Make it bun dem – Skrillex & Damien Marley (feestje!)

2 wensen

Dat ik en iedereen die ik graag zie gelukkig en gezond mag blijven
Wat meer rust in mijn hoofd

1 laatste woord
çava

#ouderzonden – Hoofdzonde 5: gula

De vijfde ouderzonde in de reeks is Gula: onmatigheid – gulzigheid – vraatzucht. Met als vraag: Wat kan je je kinderen nooit weigeren wanneer ze erom vragen?

We houden het kort deze week, want typen met 1 hand is f*cking lastig!

Liefde. Du-uh! Mijn kinderen kunnen mij niet vaak genoeg om een knuffel of een kus komen vragen. Ze moeten er zelfs niet om vragen. Met liefde voor je kinders kan je niet vrijgevig genoeg zijn, vind ik. Hen graag zien is één ding, het hen tonen en laten voelen in grote en kleine gebaren is nog iets helemaal anders. Ja, ook als ik kwaad ben. Ook als Sep gestraft is, zal ik hem nooit een knuffel ontzeggen. Misschien ben ik dan wel een watje in de ogen van sommigen, maar ik voel dat hij het net dan meer nodig heeft. Ook al ben ik boos om wat hij gedaan heeft, toch zie ik hem nog graag om wie hij is, dat moet hij blijven voelen.

Nog één koekje/Paw Patrol aflevering/verhaaltje… Denk hierbij grote puppy-ogen, pruillipje, een heel hoog stemmetje en één opgestoken kleutervingertje. Bij sommige zaken is het gemakkelijk om na één te stoppen, maar andere, zoals een verhaaltje, vind ik zelf ook zo leuk 🙂 Dan is nog ééntje ook niet zo erg hé 😉

Voor de rest is het een beetje geven en nemen. Als Sep heel braaf geweest is in de winkel, zet ik mijn persoonlijke afkeer voor het vullen van de zakken van mijnheer Verhulst wel een keertje opzij voor een pakje Plop-worst. Als het kind daarmee gelukkig is…

Serieus, ik heb al een halfuur gedaan over dit kleine stukje. I’m out! Langere stukken komen weer als ik sneller leer typen met 1 hand of als ik weer beide handen kan gebruiken.

Wil je meer leesvoer? Mijn vorige #ouderzonden-stukjes vind je hier. De ouderzonden van andere bloggers vind je dan weer hier.

Het is echter niet omdat ik niet goed kan typen, dat ik niet meer kan lezen! Ik lees graag in de comments wat jij je kind(eren) nooit kan weigeren. Of zet er een linkje naar jouw blog en dan kom ik wel lezen, ik heb nu toch tijd genoeg 🙂

 

 

#ouderzonden – hoofdzonde 4: Invidia

Deze week laten we het groene monster in ons los. Wat benijden we bij andere ouders? Wat zouden we zo van hen willen overnemen, mochten we kunnen? Het is de vierde hoofdzonde in de #ouderzonden reeks. Mijn vorige drie ouderzonden lees je hier, hier en hier.

Jaloezie dus. Ik ga niet zeggen dat ik absoluut niet jaloers ben. Maar het is niet zo dat ik echt een venijnig groen monster op mijn schouder heb zitten dat andere mensen niets gunt. Integendeel. Ik vergelijk wel veel. Te veel! En als ik dan zie hoe anderen – schijnbaar moeiteloos – slagen in iets wat bij mij met de beste wil van de wereld niet wil lukken, dan voel ik me slecht, ja. Over mezelf, welteverstaan. Ik ben heel blij voor een ander, want dat kan ik dan wel perfect. Maar dat stemmetje in mijn hoofd is er dan weer met zijn “zietsiewel, gij kunt dat niet/zijt niet zo goed / …”.

Ik dacht dus dat dit wel een gemakkelijke opdracht ging worden. Gewoon eens opsommen wat andere ouders zoveel beter doen dan ik. Maar de woorden vloeiden toch niet zo vlot uit mijn vingers. Hoe meer ik erbij nadenk, hoe meer ik besef dat elke ouder gewoon zijn best doet en dat een ander zijn methode niet beter of slechter is dan die van mij. Ik ben wel een grote voorstander van de ouder-community waarin we allemaal vriendjes zijn en elkaar steunen met herkenbare verhalen of tips. Ik geef tips aan wie het vraagt, maar ik neem interessante ideeën ook graag mee naar huis. Zoals dat van die kookwekker.

Ik heb geleerd dat vergelijken niet goed is voor mij (voor niemand eigenlijk). Kijken naar wat andere ouders zeggen, tonen… Je kent nooit het hele verhaal, dus waarom oordelen op basis van wat je ziet via hun sociale media of van wat ze je vertellen of laten zien? Daarom kijk ik enkel naar mezelf. Welke eigenschap zou ik nog willen in mijn ouderschap? Niet omdat een ander er zoveel beter in is, maar omdat het mij zelf stoort.

Dan kom ik eigenlijk op 1  belangrijke: creativiteit. Ik kan behoorlijk creatief zijn met woorden, maar laat me geen hele namiddag knutselen met mijn kleuter. Veel verder dan wat kleuren of een beetje klooien met wat plasticine kom ik niet. Gelukkig is creatief bezig zijn ook niet direct Sep zijn favoriete hobby. Ik heb natuurlijk wel een hele doos knutselmateriaal, maar daarvan wordt bitter weinig gebruik gemaakt. Hij is het ook altijd na 5 minuten beu. Laat hem maar met zijn dokterstas spelen of met zijn gereedschapskist. Daarmee kan hij uren bezig zijn. Of met lego huizen bouwen, samen met zijn papa of zijn opa, of zijn meter!
Maar niet alleen het kunstzinnige gaat volledig aan mij voorbij, ook van algemene creativiteit op het vlak van activiteiten kiezen heb ik niet veel meegekregen. En dat vind ik misschien nog spijtiger. Veel verder dan eens gaan zwemmen of naar een speeltuin bij goed weer kom ik niet. Of ik moet al eens wat opzoekwerk gedaan hebben en toevallig op een zalig museum stoten. Maar ik krijg al stress als ik weet dat ik een hele dag alleen met Sep thuis zal zijn. Niet om het kind, want hij is zo grappig en schattig als maar kan, maar ik heb zoveel schrik dat hij zich steendood zal vervelen met mij. Het komt altijd wel goed, met gezelschapsspelletjes en meehelpen koken enzo. Maar toch, ik denk altijd dat ik hem niet genoeg aanbied buitenshuis. Tips zijn dus welkom! 🙂

Meer “nijd” kan ik niet bedenken. Ik zal wel eens denken van “ah, zo doet die dat” of “amai, hoe die dat allemaal combineert” of “wat ziet zij er goed uit, met haar huilbaby en gebroken nachten”. Maar dan besef ik dat ik het eigenlijk helemaal niet zo slecht doe. Mijn kinderen zijn gelukkig. En dat is wat telt, toch.

En jullie? Hebben jullie soms wel een groen monstertje op die schouder? Of welke eigenschap zou je jezelf graag toe-eigenen?